Vechten om de homo in Afrika

Campagnes van Westerse homoactivisten in Afrika werken averechts. Afrikaanse leiders pakken homo’s aan in wet en woord. Met hulp van religieuze donoren uit het Westen. Peter Vermaas, Johannesburg

Niet eerder organiseerde een Afrikaans land de ‘Mr Gay World’-verkiezing. En voor het eerst trok het jaarlijkse schoonheidsconcours voor homomannen, vorige week in Johannesburg, ook drie zwarte Afrikaanse kandidaten: een Namibiër, een Zimbabweaan en een Ethiopiër.

De kandidaat uit Namibië werd voor hij afreisde naar Zuid-Afrika in elkaar geslagen, de kandidaat uit Zimbabwe moest zich op het laatste moment terugtrekken omdat zijn familie werd bedreigd en de kandidaat uit Ethiopië, Robel Hailu, kreeg daags voor de wedstrijd een telefoontje van zijn vader dat hij onterfd zou worden.

„In Ethiopië kun je maar beter niet vertellen dat je homo bent”, zegt Hailu (25), die in Johannesburg studeert. „Zuid-Afrika is het paradijs voor mensen zoals ik.”

Discriminatie om seksuele voorkeur is wijdverbreid in het modernste land van het continent, maar Zuid-Afrika is het enige Afrikaanse land dat homorechten in de grondwet heeft verankerd. In Kaapstad en Johannesburg is een levendige gay scene, mannen mogen sinds 2006 met mannen trouwen en vrouwen met vrouwen. In vrijwel ieder ander Afrikaans land is homoseksualiteit bij wet verboden. In Mauretanië, Soedan, Somalië en delen van Nigeria, staat op praktiserende homoseksualiteit zelfs de doodstraf.

„Afrika is de frontlinie voor homorechten”, zegt Thuli Madi van de organisatie Behind the Mask, een Zuid-Afrikaanse lobbyclub met projecten in heel Afrika. Voorvechters van homo- en lesborechten zoals zij voeren in steeds meer Afrikaanse landen campagne voor gelijke rechten. Maar aan de andere kant oefenen vooral kerken toenemend invloed uit op regeringen om de anti-homowetgeving juist te verzwaren.

De culture wars, de politiek-culturele strijd tussen conservatieven en liberals die de VS al jaren in de politieke houdgreep heeft, worden nu ook uitgevochten op het Afrikaanse continent. Beide kampen ontvangen praktische en financiële steun uit westerse landen, van mensenrechtenorganisaties aan de ene kant en van evangelische dominees aan de andere kant.

Om de campagnes van de homolobby een duwtje in de rug te geven, kondigde de Britse premier David Cameron onlangs aan nog slechts ontwikkelingshulp te willen geven aan landen waar de rechten van homo’s gerespecteerd worden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton volgde met een vergelijkbaar voorstel. Homorechten, zeiden zij, zijn onlosmakelijk deel van universele mensenrechten en wie zaken wil doen met Engeland of de VS, moet die mensenrechten accepteren.

Maar deze en andere westerse bemoeienis lijkt in homofoob Afrika juist averechts te werken. Ondanks of juist dankzij de campagnes, spreken steeds meer Afrikaanse leiders zich de laatste tijd uit tégen gelijke rechten (zie kaart). Homoseksualiteit zou op gespannen voet staan met Afrikaanse culturen of is op zijn minst goddeloos. Ook in landen waar homoseksualiteit niet altijd een taboe is geweest en traditioneel oogluikend werd toegestaan, rapporteren homoactivisten de laatste jaren steeds scherpere reacties.

Cultureel puin

Net zoals de VS en Europa „routinematig verboden of overjarige chemicaliën, pillen, machines en cultureel puin” in Afrikaanse landen dumpen, „zo exporteren ze nu een politiek discours en overheidsbeleid die in onze eigen samenleving afgedaan hebben, achterhaald en gevaarlijk zijn”, schrijft de Zambiaanse dominee Kapya Kaoma in zijn rapport ‘Globalising the culture wars’ van drie jaar geleden.

Aan de hand van voorbeelden in Nigeria, Kenia en Oeganda laat hij zien hoe de lobby van conservatieve Amerikaanse dominees Afrika bereikt heeft. Afrika is voor hen een belangrijke afzetmarkt geworden. De voorgangers zijn er wereldsterren: wekenlang hangen hun vrolijk lachende hoofden op spandoeken en reclameborden boven alle uitvalswegen van Afrika’s megasteden.

In Rwanda zat de wat homoseksualiteit betreft enigszins gematigde dominee Rick Warren uit Californië – spiegelzonnebril en hawaïhemd – in een stadion in Kigali broederlijk naast de ongelovige president Paul Kagame. Met de bijbel in de hand beloofde Warren miljoenen aan ontwikkelingshulp, zijn ondernemende gemeenteleden zegden zakelijke investeringen in Rwanda toe.

Dominee Creflo Dollar uit Florida (zijn echte naam) legde als vertolker van het zogenaamde prosperity gospel tijdens zijn tournees uit hoe Afrikanen rijk kunnen worden. En dominee Scott Lively, auteur van het omstreden boek The Pink Swastika: Homosexuality in the Nazi Party (over hoe homo’s Hitler-Duitsland zouden hebben vormgegeven) zou in Oeganda met parlementariërs, lokale dominees en de first lady hebben gesproken om wetgeving te beïnvloeden.

„Afrika”, zei de radicale Oegandese dominee Martin Ssempa in 2008 in zijn kantoor in Kampala, „is het laatste continent dat nog te winnen is in de strijd tegen de goddeloze levensstijl van homo’s.” Ssempa is een beroemdheid in Oeganda. Verschillende Amerikaanse kerken steunen zijn niet aflatende campagne tegen wat hij (net als Scott Lively) „westerse rekrutering” van jongeren voor de „homoseksuele beweging” noemt. Hij gelooft oprecht, vertelde hij, dat het Westen „Afrikaanse waarden, zoals voorplanting en grote families” met de bevordering van homoseksualiteit de kop in wil drukken.

Op zaterdagavonden schitterde Ssempa destijds bij een wekelijkse show rondom het zwembad van de Makerere Universiteit. Om te voorkomen dat de studenten zich in de gevaren van het plaatselijke nachtleven stortten, verzorgde Ssempa entertainment en een stichtelijk woord. „Voorkom zedenverval en aids, draag lange rokken!” riep hij door de microfoon. In de jaren tachtig verloor Ssempa een broer en een zus aan de ziekte, vertelde hij. „God vroeg me alles in het werk te stellen om verspreiding van aids te voorkomen.” De strijd tegen homoseksualiteit is daar deel van.

Juist Oeganda haalde onlangs het nieuws met een voorstel om de strafmaat op „homoseksualiteit onder verzwarende omstandigheden” (zoals wanneer de verdachte hiv-geïnfecteerd is) en „serieovertreders” te verhogen tot levenslange gevangenisstraf of de strop. De wet, waarvan Ssempa groot voorstander is, leek een stille dood te sterven totdat Cameron en Clinton eind vorig jaar dreigden de ontwikkelingshulp stop te zetten, concludeerde The New York Times in een reconstructie.

„Iedere voorwaarde die de westerse wereld dwingt om ons geen geld meer te geven, weet ik te waarderen”, smaalde David Bahati, de volksvertegenwoordiger die onder luid applaus de anti-homowetgeving opnieuw in het parlement introduceerde. Of de scherpere wetten er uiteindelijk komen is nog onzeker: hoewel Oeganda niet meer zo van ontwikkelingshulp afhankelijk is als tien jaar geleden, lijkt president Museveni eieren voor zijn geld te kiezen en de warme contacten met het Westen niet te willen verpesten.

Homodiplomatie

Toch zijn activisten uit heel Afrika ongelukkig met de westerse homodiplomatie. De intenties zijn misschien goed, zeggen homogroepen uit onder andere Ghana, Nigeria, Kenia en Burundi in een verklaring, maar Cameron en Clinton negeren de Afrikaanse homobeweging en de voorwaardelijke ontwikkelingshulp kan „tot een serieuze tegenreactie” leiden. Terwijl de activisten al jaren proberen duidelijk te maken dat homoseksualiteit geen westers concept is, lijken Cameron en Clinton daar met hun inmenging weer nieuwe munitie voor te geven – met alle gevolgen van dien.

Er zijn talloze voorbeelden van homoseksualiteit in de prekoloniale tijd in Afrika, zegt de Zuid-Afrikaanse wetenschapper en mensenrechtenstrijder Nomboniso Gasa. Ze verwijst naar seksuele relaties tussen mannen in oude Xhosa-legendes in Zuid-Afrika en aan het Baganda-hof in Oeganda. „Homoseksualiteit zou westers zijn en on-Afrikaans, maar de meeste anti-homowetten komen juist uit de koloniale tijd.”

Dat beaamt onderzoeker Marc Epprecht in het boek Hungochani: The History of a Dissident Sexuality in Southern Africa (2004). Bij het beschavingsoffensief van de Europeanen, schrijft hij, waren antihomowetten inbegrepen.

Veel Afrikaanse regeringen meten bovendien met twee maten, vindt Thuli Madi van Behind the Mask. „Als je zegt tegen imperialisme, neokolonialisme of buitenlandse inmenging te zijn, dan moet je ook niet die Amerikaanse dominees met hun antihomocampagnes tot je land toelaten.” Maar omdat veel bewindslieden in Afrikaanse landen christelijk zijn, halen ze de beroemde Amerikaanse dominees vaak met open armen binnen. Bij wijze van proef hebben activisten in de VS vorige maand de eerder genoemde antihomokruisvaarder Scott Lively aangeklaagd wegens schending van de mensenrechten in Oeganda.

De Zuid-Afrikaanse Madi heeft minder moeite met de westerse homodiplomatie dan haar collega’s uit andere Afrikaanse landen. Ze heeft makkelijk praten, zegt ze zelf. „Vooral tegen lesbische vrouwen is weliswaar in Zuid-Afrika nog veel geweld, maar wij hebben in ieder geval de wet aan onze zijde.” En het regerende ANC: bij de Verenigde Naties in New York heeft de Zuid-Afrikaanse vertegenwoordiging de laatste maanden, samen met Brazilië, verschillende debatten georganiseerd over vrijheid van seksuele geaardheid als mensenrecht. Terwijl de Arabische landen de zaal verlieten, slaagden Zuid-Afrikaanse diplomaten erin om de Afrikaanse landen binnenboord te houden.

Volgens Madi zijn alle recente uitspraken van Afrikaanse leiders tegen homorechten de laatste stuiptrekkingen van een beweging die op haar retour is. „Tien jaar geleden kwamen Afrikaanse homo’s en lesbo’s per definitie niet uit de kast. Ze waren bang om gearresteerd te worden. Mannen met vrouwelijk gedrag of mannelijke vrouwen werden stilzwijgend geaccepteerd, maar niemand had er over. Nu homo’s steeds zichtbaarder worden, zowel in de samenleving als op televisie, is er meer discussie. Dat is prima. Uiteindelijk komt de acceptatie ook, daar ben ik van overtuigd. Dan volgt de wetgeving vanzelf wel.”