Opiumoorlog is in China nog niet uitgewerkt

Julia Lovell: Opium War Drugs, Dreams and the Making of China, Picador. 458 pp, € 21,99 (paperback)

In de Chinese stad Kunming schijnt een café te zijn ingericht naar het voorbeeld van de opiumkamer in het Kuifje-album De Blauwe Lotus. Helaas heb ik dit droompaleis nog niet gevonden. Ook incidentele speurtochten naar een luxueus Chinees opiumhuis leveren niets op.

Dat betekent niet dat alle herinneringen aan het in de achttiende en negentiende eeuw populaire genees- en genotmiddel zijn uitgewist. De spectaculair gerestaureerde Bund in Shanghai werd, net als Hongkong, gebouwd met kapitaal van de Britse opiumhandelaren en hun bankiers. Op de rommel- en antiekmarkten in Shanghai worden voor opiumpijpen die zijn ingelegd met (namaak)juwelen en jade hoge prijzen gevraagd; opiumbanken van rood sandelhout zijn gewild meubilair.

En nog altijd, constateert de Britse sinologe en historica Julia Lovell in The Opium War, werkt het propaganda-apparaat van de Volksrepubliek China er hard aan om herinnering aan de opiumoorlogen tussen 1839 en 1860 levend te houden. In die periode begon, aldus de Chinese uitleg, de ‘eeuw van vernedering’ die, goddank werd afgesloten met de oprichting van de communistische volksrepubliek.

Lovell stelt in haar boek dat de opiumoorlogen sindsdien de hoeksteen zijn gaan vormen van het moderne Chinese nationalisme. Het Chinese wantrouwen jegens het westen vindt ook zijn oorsprong in deze periode. Dat wantrouwen vertaalt zich onder andere in de huidige investeringen in de Chinese krijgsmacht. De ‘open wond’ heeft dus een functie.

Maar, constateert Lovell in haar actuele boek, er vindt een kentering in het denken plaats. „De kloof tussen de officiële partijpropaganda en de opvattingen van huidige generaties scholieren en lezers, zelfs de opvattingen van de meest extreme nationalisten zijn aan het verschuiven”, is een van de vele interessante waarnemingen van Lovell, die Chinese geschiedenis doceert aan de Universiteit van Londen.

Zij peilde meningen op Chinese universiteiten, op scholen en op het internet. Hoewel iedereen overspoeld wordt met de nationalistische interpretatie van de opiumoorlogen, is China in 5.000 jaar nog nooit zo open en internationaal georiënteerd geweest als nu.

Gekoppeld aan nieuw historisch onderzoek in Britse en vooral Chinese archieven, leveren haar analyses over hedendaagse partijpropaganda en het geschiedenisonderwijs een fascinerend boek op. Zij zet de Britten niet automatisch weg als de ‘bad guys’ en de Chinezen als de machteloze ‘good guys’ .

De Britse opiumhandelaren kregen destijds veel meer medewerking van Chinese opiumhandelaren en keizerlijke ambtenaren dan Chinezen tot nu toe mochten weten, maar die uitleg is eveneens aan het veranderen, toont Lovell aan. Tekenend is dat haar boek in China te koop is.