Opinie

De presidenten en het schandaal van Cartagena

Komt er ook eens goéd nieuws over drugs uit Colombia, wordt het overschaduwd door een seksschandaal. Met agenten van de Amerikaanse Secret Service nog wel.

We kennen het type al uit Hollywood. Nu horen we dat de mannen die in het écht verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de president toch net iets minder opwindend zijn. Onder getrouwde agenten die meegaan op buitenlandse reizen, meldde The Washington Post, geldt het motto Wheels up, rings off – trouwringen af zodra het vliegtuig in de lucht is. Dat doet toch meer denken aan het voorspelbare bestaan van een middelbare lijnvluchtpiloot dan aan de romantiek van Clint Eastwood.

In Cartagena, waar de dienst voorbereidingen trof voor een top van Noord-, Midden- en Zuid-Amerikaanse leiders, gingen sommige agenten niet alleen ’s avonds wat drinken en daarna naar hun hotel met een prostituee. Eén van hen was ook zo onverstandig ’s morgens met de vrouw in kwestie ruzie te maken over geld. Niet netjes, en ook niet handig. Gevolg: politie erbij, media erbij, politieke verontwaardiging in Washington, onderzoek, ontslagen en de karavaan trekt weer verder.

Zeker zo pikant, zij het op een ander niveau, was de ingrijpende politieke verschuiving die op de top in Cartagena zichtbaar werd. Wie een beetje oplet heeft al jaren in de gaten dat de zogeheten War on Drugs wel heel veel geweld, corruptie en andere ellende veroorzaakt, maar nauwelijks iets oplost. Een paar jaar geleden begonnen voormalige Latijns-Amerikaanse presidenten dat hardop te zeggen. Nu is de nood zo hoog gestegen dat ook een aantal zittende presidenten er niet meer omheen draait. Of Amerika maar naar hun noodkreet wil luisteren.

Je kan je de wanhoop voorstellen. De drugshandel corrumpeert complete staten – in Latijns-Amerika en ook in Azië en Afrika. Maar bestrijding van de productie en handel, ook als dat met harde hand gebeurt, haalt weinig uit. Zolang de vraag op peil blijft vinden de criminele netwerken altijd wel manieren om enorme winsten te maken. En die al veertig jaren slepende oorlog tegen drugs – een term die aanvankelijk figuurlijk bedoeld was, zoals de oorlog tegen armoede – werd allengs een echte oorlog. Er vallen tienduizenden doden per jaar bij en de internationale stabiliteit wordt erdoor bedreigd. Ontwikkelingslanden betalen de zwaarste tol. Alleen al in Mexico zijn de afgelopen zes jaar 50.000 mensen omgekomen door geweld dat te maken heeft met drugs.

Otto Pérez Molina, een ex- militair, is sinds begin dit jaar president van Guatemala. Hij voerde vorig jaar nog campagne met de belofte dat hij de commando’s op de drugshandelaren zou afsturen. Maar inmiddels ziet hij de zinloosheid daarvan in en bepleit hij legalisering van drugs.

Zijn Colombiaanse collega Juan Manuel Santos gaat minder ver. Maar als gastheer van de top dwong hij zijn collega-presidenten wel tot een debat over alternatieven voor de huidige, contraproductieve aanpak.

Daarmee is het hoognodige debat over drugsbeleid eindelijk op het niveau gekomen waar het hoort. Obama zei meteen dat legalisering van drugs geen oplossing voor de problemen is. Maar hij sloeg de deur niet helemaal dicht. Een „gesprek over de vraag of het bestaande beleid niet meer kwaad dan goed doet” noemde hij „volstrekt legitiem”. Hij herinnerde zich vast nog wel dat hij de drugsoorlog acht jaar geleden, toen hij campagne voerde voor een zetel in de Senaat, „een volslagen mislukking” noemde. En dat is het.

Die nederlaag onder ogen zien is een goed begin, en voorlopig voor veel landen nog moeilijk genoeg. Streven naar een wereld zonder drugs, een officieel doel van de VN, is onhaalbaar. Beter is het realistisch te zijn en praktische manieren zoeken om enige greep te krijgen op het probleem – in productielanden, doorvoerlanden en consumptielanden.

Als de discussie daarover, die de presidenten op hun top zijn begonnen, niet wordt voortgezet is dat het échte schandaal van Cartagena.