Tot zover de Wereldomroep

Belangrijk voor Nederlanders in het buitenland was de Wereldomroep niet meer. Maar wél voor inwoners van landen zonder vrije pers. Nu is het crisis bij de omroep. Het kabinet sneed diep in de subsidie, driekwart van het personeel moet weg. Voor de directeur blijkt er een riante vertrekregeling te zijn.

Nederland, Hilversum, 7-2-2011. Foto Maarten Hartman. Radio Nederland Wereldomroep.
Nederland, Hilversum, 7-2-2011. Foto Maarten Hartman. Radio Nederland Wereldomroep.

Zojuist zag Henk Lansink, voorzitter van de ondernemingsraad van de Wereldomroep, een collega ontredderd door het gebouw lopen. Haar programma vervalt. Als volgende maand de eerste gedwongen ontslagen vallen, vloeien meer tranen, verwacht hij. Van de 350 medewerkers mogen er 81 blijven. De nieuwe Wereldomroep wordt kleiner dan de Amsterdamse stadszender AT5.

„Veel collega’s hopen tegen beter weten in dat ze tot de happy few behoren. De spanning is om te snijden”, zegt Lansink.

Niet eerder is een grote publieke omroep geconfronteerd met zo’n drastische ingreep. Het kabinet besloot dat de Stichting Radio Nederland Wereldomroep 70 procent van haar subsidie kwijtraakt: van 46 miljoen euro per jaar naar 14 miljoen.

De Wereldomroep was sinds 1947 dankzij krachtige radiozenders in alle uithoeken van de wereld te beluisteren door expats, emigranten, militairen, zeelui, truckers en kampeerders. Maar internet heeft de uitzendingen in het Nederlands overbodig gemaakt. Op 10 mei neemt de omroep afscheid van de Nederlandse radioluisteraar met de uitzending ‘Tot zover de Wereldomroep’.

De omroep zal vanaf volgend jaar onder het ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking vallen. Dan richt de Wereldomroep zich, vooral via internet, alleen nog op de verspreiding van het vrije woord en het geven van onafhankelijke informatie aan mensen in landen zonder vrije pers.

Voor het boventallige personeel is er een sociaal plan. Maar in het gebouw aan de Witte Kruislaan in Hilversum heerst negen maanden na de aankondiging van de bezuinigingen vooral crisis, blijkt uit een rondgang langs medewerkers, van wie bijna niemand met zijn naam in de krant wil zolang niet duidelijk is wie ontslagen wordt. Al maanden vechten de talen- en landenredacties samen voor hun voortbestaan, maar ze vechten ook tégen elkaar. De voortdurende onzekerheid leidt tot ruzies en een gespannen sfeer.

Directeur Jan Hoek en hoofdredacteur Rik Rensen presenteerden op 13 maart een toekomstplan (Een nieuwe koers voor de Wereldomroep). Het plan is mede gebaseerd op informatie van Freedom House, een internationale organisatie voor democratie en mensenrechten. In dat plan staat dat voortaan jongeren in een beperkt aantal landen de doelgroep zijn: China, Midden-Oosten, sub-Saharalanden in Afrika, Cuba en Venezuela.

Onbegrijpelijk

De keuze voor de Arabische wereld en Zuidelijk Afrika is helder, schreef de redactieraad aan de redactie. De keuze voor Cuba, Venezuela en China niet. In die landen zou weinig journalistieke ‘impact’ zijn te verwachten met internet. De omroep is daar relatief onbekend, het bereik gering.

Kritisch is ook de ondernemingsraad. Die vindt de keuze voor de doelgebieden „onbegrijpelijk”. Lansink: „Onze prioriteit moet liggen bij landen waar de Wereldomroep impact heeft, en misschien ook bij landen waarmee wij historische banden hebben. In Cuba en Venezuela bereiken we met internet nauwelijks iemand. Bovendien weten we wat machthebbers doen met internet als ze niet gediend zijn van het vrije woord: dan sluiten ze het af. Dat kan met radio niet.”

Volgens het toekomstplan wordt Mexico niet meer bediend, terwijl de Wereldomroep in dat land invloed heeft. Dat blijkt uit de luistercijfers en de reacties op de website. De Wereldomroep brengt bijvoorbeeld nieuws over de drugskartels dat lokale media niet meer durven opschrijven of uitzenden.

Mexico is het gevaarlijkste land voor journalisten om te werken, schreef het International Press Institute (IPI). Journalisten en bloggers worden vermoord door drugskartels. Zoals vorig jaar in de stad Nuevo Laredo, waar een bende de redactiechef van de krant Primera Hora executeerde. Haar hoofd bleef achter bij de krant, op het toetsenbord van een computer.

Ook voor de Indonesische redactie is er geen werk meer en ook niet voor de redacteuren die Suriname doen. Lansink: „In Suriname spelen we een belangrijke rol en worden we goed beluisterd. Onzeker is nog de toekomst van de Caraïbische redactie. Mogelijk dat die elders bij de publieke omroep ondergebracht wordt.” De ondernemingsraad laat het toekomstplan doorlichten door een extern bureau.

De chefs van de redactieafdelingen hebben een brief geschreven aan de raad van toezicht van de Wereldomroep en hun „ernstige zorgen” geuit. De veranderingen gaan te langzaam. Er moet snel een nieuwe leiding komen. Die moet niet opnieuw bestaan uit een directeur en een hoofdredacteur. Dat is veel te duur en „werkt remmend op een daadkrachtige besluitvorming”, aldus de chefs. Voor de nieuwe, kleine journalistiek organisatie zou volgens hen een hoofdredacteur volstaan.

Ook de hoofdredactie heeft de raad van toezicht een brief geschreven. Hoofdredacteur Rensen maakt zich „enorme zorgen” over „het gebrek aan visie en urgentie” om de Wereldomroep om te vormen tot „een lenig, marktgericht bedrijf” en over de borging van de journalistieke onafhankelijkheid. De raad van toezicht reageerde niet op de brief. Rensen en zijn adjunct Ardi Bouwers maakten gisteren bekend dat ze bij de Wereldomroep vertrekken. In reactie hierop zegde de redactieraad het vertrouwen op in de raad van toezicht „die tot nu toe weinig begrip heeft getoond voor de zorgen die leven bij de medewerkers”.

De adviesraad, een groep journalisten en zakenmensen onder leiding van journalist Peter van Dijk, heeft zich eveneens gemengd in de discussie. In een brief aan de raad van toezicht pleit de adviesraad voor een éénhoofdige leiding van de uitgedunde organisatie. Journalistenbond NVJ en ondernemingsraad zijn daar weer op tegen, uit vrees de journalistieke onafhankelijkheid te verliezen.

Administratieve ballast

De onvrede beperkt zich niet tot de journalistieke koers. Ook het management moet het ontgelden. Onder leiding van directeur Jan Hoek zijn de ondersteunende diensten uitgedijd, heet het. Er kwamen tientallen medewerkers voor onder meer marketing, communicatie en strategie. „Een waterhoofd”, zegt een redactiechef.

Het toekomstplan maakt geen einde aan het waterhoofd, schreef Wim Jansen, chef van de redactie Latijns-Amerika, op het intranet van de omroep: „Het grote slachtoffer van dit reorganisatieplan is niet de ene of andere afdeling, maar de journalistiek. Van dat beetje geld dat ons rest zouden we een slagvaardige journalistieke organisatie maken, ontdaan van administratieve ballast. Maar het resultaat is dat we straks verhoudingsgewijs nog minder in de journalistiek stoppen dan voorheen: We zaten op 60 procent journalistieke fte’s (voltijdse banen), nu is dat teruggebracht tot iets meer dan 50 procent.”

Volgens directeur Hoek kloppen de cijfers niet: „De administratieve last wordt veel minder en van de 25 leidinggevenden blijven er maar vijf over.”

Personeelsleden verwijten het management ook dat het de koers niet tijdig heeft verlegd. De opkomst van internet en mobiel dataverkeer hadden tot bezinning moeten leiden. Een eindredacteur: „Wij hadden tien jaar geleden moeten reorganiseren. Dan hadden we nieuwe doelen kunnen stellen en fatsoenlijk kunnen afslanken. Er heerst verontwaardiging over de teloorgang. Wat steekt, is dat de leiding geen spoor van deemoedigheid toont.”

Hoek ziet geen reden voor deemoedigheid: „Wij zijn in 1994 al begonnen met internet. En wij hebben in 2009 een meerjarenplan gemaakt waarin we ons op free speech richten en minder op Nederlandstalige uitzendingen. Dat we nu halsoverkop moeten inkrimpen, komt door een politiek onderonsje na het regeerakkoord.”

Ondanks het gebrek aan vertrouwen onder een deel van het personeel is Hoek vorige maand door de raad van toezicht herbenoemd. Daar was intern commotie over. Na overleg met de ondernemingsraad nuanceerde voorzitter Bernard Bot van de raad van toezicht dat benoemingsbesluit: Hoek zal alleen nog lopende zaken afwikkelen. De procedure voor zijn opvolging is begonnen.

In een e-mail aan het personeel schreef Hoek daarna dat het „uiterst onwaarschijnlijk” is dat hij in de nieuwe organisatie terugkeert. Hij zal zich ook niet meer bemoeien „met inhoudelijke zaken over de toekomst”. Ondertussen had Hoek wel het toekomstplan opgesteld. Hij vindt dat zelf niet vreemd: „Het plan is logisch en onderbouwd. Andere conclusies over de toekomst van de omroep lijken mij moeilijk.”

Hoek kan een beroep doen op het sociaal plan als hij vertrekt. Een snelle berekening leert dat hij dan pakweg een half miljoen euro mee kan krijgen. Het sociaal plan wordt betaald door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Maar het vertrek van Hoek (55) gaat mogelijk meer kosten dan een half miljoen. De directeur blijkt een exitregeling te hebben die rianter is dan het sociaal plan. Bij zijn aanstelling als financieel directeur in 1995 is geregeld dat Hoek een premie kan krijgen bij onvrijwillig vertrek. Toen hij in 2005 algemeen directeur werd, is dat opnieuw vastgelegd door de toenmalige voorzitter van de raad van toezicht, oud-minister Hans van den Broek. Het levert Hoek nu meer dan één miljoen euro op, melden bronnen. Voor zover bekend is het de hoogste vertrekpremie ooit bij de publieke omroep.

Hoek had de vraag over zijn regeling verwacht, zegt hij. Hij ontkent noch bevestigt het bedrag: „Als er in het verleden afspraken zijn gemaakt die tot rechten kunnen leiden in de toekomst, dan ligt het ook in de toekomst of die rechten worden aangesproken.”

Gisteren, nadat het nieuws over de vertrekpremie in de krant had gestaan, belde Fons van Westerloo met de redactie. Hij is lid van de raad van toezicht van de Wereldomroep en heeft met Jan Hoek gesproken. De raad van toezicht zal de vertrekregeling voorleggen aan minister Van Bijsterveldt (Media, CDA) zegt Van Westerloo. Hij bevestigt dat het om meer dan één miljoen euro gaat. Maar Hoek is bereid „water bij de wijn” te doen. Hij wil niet het hele bedrag, ook al heeft hij er recht op. Van Westerloo: „Hoek heeft geen zin om als graaier te boek te staan. Hij kan het ook niet helpen dat hij dat in zijn contract heeft staan.”