Steken met een bekende, dat werkt het beste

Het seizoen begon nat en koud. Daardoor komen er weinig asperges het land af, schrijft teler Jan van Gerven, en blijven ze ‘aan de prijs’. Maar zijn klanten trokken zich daar weinig van aan. „Hoezo crisis? Het ziet in onze winkel weer zwart van de mensen.”

Donderdag 12 april

’s Ochtends om half acht naar de A58 gereden, tussen Tilburg en Eindhoven. Daar liggen onze asperges in warme tunneltjes, bedekt onder folie dat druipt van de regen. Marcin, Grzegorz, en Anna, onze Poolse mensen, hebben in een uur tijd amper een kistje gestoken. Het is te koud voor asperges om goed te groeien. Ik vind desondanks prachtig wit goud. Een nieuwe soort, de cumulus, moeilijk te steken vanwege de kwetsbare steel. De asperges zijn regelmatig en recht, zo’n 22 centimeter lang, 20 millimeter dik en ze hebben geen roest op de kop of aan de stengel.

Als klein jongetje stond ik te kijken hoe mijn ouders de eerste asperges uit de grond haalden. Dat moest op de tast in het donker, tussen vijf en zeven ’s ochtends, want folie was er nog niet. Als de asperges te veel worden blootgesteld aan licht, wordt de kop violet. Asperges werden toen nog alleen gegeten door de notabelen: burgemeester, wethouders, deurwaarders, dokters. De laatste twaalf jaar eet iedereen ze. Zoveel asperges als vorig jaar verkocht ik nooit eerder. En het is nog wel crisis. Ik begrijp er niks van.

Na het ontbijt sta ik in de winkel want we willen zoveel mogelijk zelf afzetten. Van heinde en ver komen ze hierheen rijden. Restaurants, winkels, bedrijven en particulieren. Kennen jullie voetbaltrainer Aad de Mos? Die komt hier al twintig jaar elke week met zijn mooie wagentje kopen. Wij hebben de lekkerste.

’s Avonds nog met drie man 15.000 van de 60.0000 slachtkuikens ingeladen. Dat doen we elke zes weken. Om half twaalf kwamen de vrachtwagens. We maken de stal schemerig, dan blijven de kippen rustig zitten. Dan kun je er met elke hand drie pakken, en eenvoudig in een hok zetten. Daarna nog anderhalf uur bezig geweest om de ventilatie te regelen en temperatuur in te stellen op 22 graden Celsius. Om half vier lig ik in mijn mandje.

Vrijdag

Het is half zeven als de telefoon gaat. Een handelaartje uit de buurt van Haaksbergen, Duitse grens. Hij bestelt 325 kilo asperges. En of hij die 65 kistjes dezelfde dag nog kan komen halen? Ja hoor, dat kan. Het bed uit en snel naar het veld. Naast de Dixon-wc’s zie ik het reclamebord staan. Goed werk van ons Willem. Daarna naar de begrafenis van mijn buurman. Een fijne man, hij is 81 jaar geworden. Hij had een zwak hart. Het is druk, er zijn veel mensen, dat moet goed doen.

’s Middags gesprek met het uitzendbureau. Hoeveel Polen willen we dit seizoen? Negen of tien? Nu zijn ze nog werk aan het zoeken. Over twee weken, als het warmer is en de asperges met honderden kistjes tegelijk het veld afkomen, zijn ze bezet. Ik kom op tien uit en besluit poolshoogte te nemen op het veld: asperges halen en koffie brengen. Grzegorz vraagt of hij zijn vrouw die het team komt versterken met de auto mag halen. Ze wordt wagenziek in het busje dat elke week op en neer pendelt. Oké, zeg ik, het weer is toch nog niet zo dat ik voor drie man volle dagen werk heb.

Deze Poolse mensen zijn een uitkomst, ze kunnen hier vier keer zoveel verdienen als in Polen. Ik heb al vier jaar dezelfde. Ooit heb ik het ook wel eens met scholieren geprobeerd: dat was een ramp. Sommigen kwamen niet opdagen, anderen wilden voortdurend vrij. En intussen werden de asperges bruin.

Nu moet je vooral een vakman zijn in het organiseren van je personeel en je winkel. Ik heb goeie mensen op het land, en vier vrouwen achter de schilmachine en inpakmachine, mijn zussen helpen ook, en dan nog een man of twee in de winkel de hele dag. ’s Ochtends gestoken, ‘s middags geschild en verpakt en nog dezelfde dag verkocht: dan zijn ze het lekkerst. Ik weet nog dat ons pa zei: er komt nog een tijd dat je de asperges moet schillen. En ja, de mensen willen nu niets anders meer.

Zaterdag

Een tijdje de dames aan de sorteerband geholpen. De kok uit Sint-Oedenrode komt de asperges zelf halen. In witte kokskleren. Kijk, zo zie ik het graag. Dat trekt klanten. Als mensen zien dat de restaurants hier inkopen denken ze: hier zitten we goed. Je gaat per slot van rekening op vakantie ook altijd zitten op het terras waar het druk is.

Als ik ’s avonds nog even een rondje wil bellen met de collega’s over hun eerste week, rijdt er een klant het erf op. Het is zeven uur, een uur na sluitingstijd, maar ik ben d’r toch, dus waarom niet even opendoen?

Zondag

Hoorde op de radio een spotje van Wakker Dier. Tegen plofkippen. Daarmee bedoelen ze ook mijn kippen: in zes weken tijd groeien die van 45 naar 2400 gram. Ik heb mezelf vorig jaar aangemeld voor een proef met Volwaard kippen, die onder een afdak uitlopen naar buiten en die langzamer groeien, maar ik kreeg toen nul op rekest. Er waren al genoeg boeren, de consumenten wilden vooral de goedkopere kippen.

Een beetje administratie gedaan. Hoeveel asperges zijn er op welk perceel gestoken, hoeveel verkocht . En daarna gepraat met een kennis die zijn paarden heeft weggedaan en hectare grond te koop heeft. Dat klinkt interessant als we volgend jaar met 4 tot 5 hectare willen uitbreiden.

Ons Willem is 25 jaar, heeft een heao-diploma management en economie en gaat de zaak overnemen. Ik ben erg blij dat het bedrijf in de familie blijft. Als je het verkoopt, beur je het geld, komen er een paar goeie jaren en is het op.

Maandag

Vanochtend 75 kilo A-wit in vijftien kratjes klaargezet voor de C1000 in Oirschot. We halen nu zo’n 400 kilo per dag van het land, in warme dagen van het hoogseizoen, zo rond Koninginnedag, is dat wel 2500 kilo .

Het loopt zwart in onze winkel, dus helpen. Om half een komt de dame van het boekhoudkantoor om de btw uit te rekenen en direct in te boeken. Intussen staan Willem en mijn zus de hele dag te schillen. Tussen zeven en negen help ik sorteren en inpakken om een voorraadje aan te leggen. De C1000 moet nog 50 kilo extra hebben vandaag en we zitten zelf bijna zonder. En dan is het net als met geld. Als je eenmaal krap zit, blijf je krap zitten.

Dinsdag

Nachtvorst en het blijft koud. Vandaag 29 kisten van het veld gehaald, dat houdt niet over. De C1000 verkocht 14 kilo: dan merk je dat de meeste mensen de asperges toch liever zelf komen halen, ook al zijn ze hier duurder. Een bedrijf uit Oirschot bestelt 40 pakken asperges met veertig flessen wijn. Als relatiegeschenk voor de Duitsers.

Weer bezig geweest met de uitbreiding. Als ons Willem het overneemt willen we bij de groten horen met meer dan 15 hectare. Dat vergt een investering van zo’n 5 ton. En daarmee zijn we er nog niet. Er moeten dan ook nog een volautomatische sorteerder komen en een koelcel.

Nog even naar de kippenstal. De kippen vertrekken donderdag om acht uur ’s avonds. Naar twee slagers in België. De plofkippen. Maar ik weet wel dat ze het hier heel goed hebben, zeker vergeleken met Brazilië, Rusland of Thailand.

Woensdag 18 april

Grzegorz is terug. Maar hij heeft de 2.000 kilometer voor niks gereden. Zijn vriendin is thuisgebleven. Ziek. Misschien dat ze maandag meekomt met Robert. En anders neemt die een ander mee. Wat erachter zit, daar ben ik nog niet achter. Maar de drie hebben me bezworen dat het goed komt en het uitzendbureau ook. Mijn Poolse mensen willen graag met bekenden werken, dat steekt het best. En dat kan ik me goed voorstellen.

Intussen gaat de verkoop prima. Alles verkopen we aan huis, we hoeven niet naar de veiling. Zo ge doet, zo worde gedoet, zei ons pa altijd. En daarin had hij groot gelijk.