Staartloze hagedis is sloom

Zoveel verschillende soorten prooidieren als er zijn, zo divers is de trukendoos waarmee ze proberen te ontkomen aan roofdieren. Zo kunnen ze onzichtbaar gecamoufleerd zijn, zoals jonge kieviten, of een heel vieze vloeistof in de rondte sproeien, zoals het stinkdier, of er als een haas vandoor gaan, zoals de haas. Misschien wel de opmerkelijkste truc is die van de hagendis die zijn eigen staart loskoppelt, zijn hongerige achtervolger in opperste verbazing achterlatend.

Al eerder besteedde deze pagina aandacht aan deze ‘autotomie’, deze ‘zelfsnijding’, en hoe dat loskoppelen precies in zijn werk gaat. Nu hebben Australische biologen uitgezocht hoe het verder gaat met de hagedis wanneer die staartloos aan klappende kaken of grijpende klauwenis ontsnapt en een veilig heenkomen heeft gevonden.

Daartoe namen ze twee groepen hagedissen. De ene groep hagedissen lieten ze met rust, maar ze maakten ze wel aan het schrikken zodat ze hard wegliepen. Zo konden die biologen hun normale hardloopsnelheid meten.

Van de andere groep knakten ze de staart af. Dat was geen leuk karweitje, noch voor die onderzoekers en natuurlijk al helemaal niet voor die hagedissen. Want die staarten moesten eraf zonder dat de dieren een verdoving hadden gekregen. Mét verdoving zouden ze zich misschien anders gaan gedragen dan in de natuur, waar de staart immers ook ruw zijn eigenaar verlaat.

De hagedissen wier staart was verwijderd, bleken inderdaad stukken minder fluks ter been, ze konden tot wel een derde minder hard rennen. De staartloze reptielen bleken ook iets schuchterder geworden dan hun heel gebleven collega’s. Ze bleven langer op schaduwrijke plekken hangen: alsof ze zich niet helemaal lekker voelden.

De hagedissen betalen dus een prijs voor de zelfsnijding. Maar ja, als de keus is: óf je staart kwijt óf worden opgegeten, dan weet je het wel. Bovendien: de staart groeit weer aan.