Rotterdams gastheer van jazzlegendes, en junks

Rond middernacht ging steevast de fameuze Loving Cup van hand tot hand. Wat het brouwsel zoal bevatte? Niemand die het precies wist. Ja, alcohol, héél véél alcohol. Afkomstig uit de voorraadkast van de legendarische jazzclub Thelonius, en van harte aanbevolen door de uitbater zelf, Willem Wodka. Die hield zelf ook wel van ‘een slokkie’.

August Pieter Willem van Empel luidt zijn officiële naam, maar zijn bezoekers spraken de onvermoeibare jazzpionier consequent aan met zijn troetelnaam. Zijn club, gevestigd in de ‘berenkuil’ aan de Lijnbaan in het centrum van Rotterdam, was vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw een begrip in de stad. Hier gebeurde het, hier traden de grote jongens op: Archie Shepp, Art Blakey en Charles Mingus.

Van Empel was de beminnelijke en genereuze gastheer, de man die altijd wel ergens een voorraadje geestverruimende middelen had klaarliggen. Die vonden gretig aftrek bij zijn gasten, die daarom maar wat graag naar Nederland kwamen. Ook junks en zwervers konden rekenen op zijn gastvrijheid, zeker in de wintermaanden. Zijn ‘Balkansoep’ hield iedereen warm. Eerder had Van Empel twee andere podia opgericht in Rotterdam, de Jazzbunker en Otto.

Een van zijn gasten, jazzlegende Chet Baker, gaf in Thelonius zijn allerlaatste concert, op dinsdag 12 mei 1988. Een dag later viel de Amerikaanse trompettist en zanger in Amsterdam uit een hotelraam. Hij overleefde de val niet. Van Empel zei later zich schuldig te voelen. „Ik baalde, want ik kon hem maar zeshonderd gulden geven. Nooit genoeg, Chet gebruikte vijf gram coke en een paar gram heroïne per dag. Ik vermoed dat een dealer hem een dag later uit het raam heeft geduwd, toen hij de rol geld van Chet zag.”

Van Empel werd geboren in Nijmegen, als telg uit een familie van sigarenmakers. In de jaren zestig trok hij naar het ‘ruige’ Rotterdam. Het reizen zat hem in het bloed. Hij trok in het spoor van Amerikaanse militairen naar West-Duitsland, en verdiende een goede boterham met de handel in luchtfoto’s. Maar dat was niet zijn enige handelswaar. In Frankrijk liep Van Empel tegen de lamp: hij werd tot vijf jaar cel veroordeeld wegens drugssmokkel.

Tijdens zijn detentie begon Van Empel, eerst uit verveling, met het maken van collages: verzamelingen van foto’s, platenhoezen, songteksten en uitspraken, die hij eigenhandig vormgaf. Later volgden vele exposities van zijn werken. Ook zou hij – en dus niet positivismegoeroe Emile Ratelband – de geestelijk vader zijn van de term tsjakkaa!, zoals taalmedewerker Ewoud Sanders tien jaar geleden in deze krant onthulde. Voor Van Empel stond de kreet gelijk aan ‘hallo’ en ‘tot ziens’.

Het uitbundige nachtleven liet zijn sporen na. In 2002 werd Van Empel getroffen door een beroerte. Hij sleet zijn dagen sindsdien in een rolstoel. Hij overleed op 4 april in Rotterdam, 81 jaar oud.

Mark Hoogstad