Nederlandse kinderen hechten niet aan hiërarchie

Toen ze van het Belgische naar het Nederlandse onderwijs overstapte, merkte Bea Nobbe dat kinderen hier vrij en extravert zijn – maar ook Belgische leerlingen klieren.

‘Belgische kinderen zijn beter opgevoed dan Nederlandse.” Dat kreeg ik vaak te horen, toen ik besloot om in Oosterhout op een middelbare school te gaan lesgeven. De reactie kwam van mijn Nederlandse kennissen, en ze klonk bezorgd en verontschuldigend tegelijk: je zult het wel moeilijk krijgen hier, want Belgische leerlingen zijn gehoorzamer, toch?

Ik woon en werk nu twaalf jaar in Nederland, en nee, de kinderen hier zijn niet slechter opgevoed. En ja, ik heb het in het begin moeilijk gehad als leraar, maar dat had vooral met subtiele cultuurverschillen te maken. Zo hadden er eens een paar lolbroeken een rode kerstmuts met flikkerende lampjes opgezet in de klas. Ik zei er niets van, want ik dacht: dit is een Noord-Brabants gebruik, zo vlak voor Kerst. Of waren ze me weer aan het uittesten? Het laatste dus.

De eerste toets literatuur van vier gym was nagekeken, en ik deelde hem uit. Voor ik het doorhad, dromden er wel vijftien leerlingen om mijn bureau heen, die het allemaal oneens waren met het cijfer. Ze duwden me hun toets onder de neus: juf, ik heb recht op 3,6 punten voor dit antwoord. U gaf me maar 3,3!

Ik zat verlamd in mijn stoel en keek naar die opgeschoten lijven om me heen. Wat is hier aan de hand? Leerlingen horen niet te protesteren. Het cijfer van de leraar is heilig!

In België deden mijn leerlingen dat niet. Hooguit een enkeling wilde verhaal halen, maar die maakte een afspraak met mij om de toets door te nemen.

Sta me toe, lezer, dit voorval te analyseren.

In eerste instantie was ik beledigd. Niet omdat ze mijn cijfer in twijfel trokken, wat kon mij die 0,3 schelen, die mochten ze zo hebben, maar omdat ze, over de rug van een prachtige middeleeuwse tekst, als boekhouders gingen zitten rekenen.

U is het misschien niet opgevallen, maar ik ‘zat’ achter mijn bureau. Als ze je in België vragen: wat doet u voor de kost? Dan zeg je: ik ‘sta’ in het onderwijs. In Nederland zeg je: ik ‘zit’ in het onderwijs. Dat verschil is er in het echt ook. Hier zit je veelal achter je bureau terwijl de leerlingen zelfstandig bezig zijn met opdrachten. In België zat ik vrijwel nooit. Een leerkracht ‘staat’ daar voor de klas: een uiterlijk teken van gezag.

De leerlingen dromden om mijn bureau heen. Ze kwamen in mijn territorium! De onzichtbare lijn die er loopt tussen leraar en leerling, de lijn die de plaats in de hiërarchie markeert, werd overschreden. Ik voelde me ongemakkelijk, aangetast in mijn autoriteit.

En dan dat ge-„juf”. Kleine kinderen mogen ‘juf’ zeggen, leerlingen van zestien doen dat toch niet. Mevrouw, zo moesten ze me noemen. Dag mevrouw Nobbe, zeiden ze fijntjes glimlachend als ze me voorbijliepen in de gang.

Intussen weet ik dat ‘juf’ een mooie, warme aanspreektitel is, zoiets als ‘mam’. Bij de ‘juf’ is het veilig en gezellig. Ook realiseerde ik me pas veel later dat de onzichtbare, hiërarchische lijn die er loopt tussen leraar en leerling, voor mijn Nederlandse leerlingen niet of nauwelijks bestaat; ze deden dus helemaal niets ongepasts, ze handelden niet als een stel onopgevoede, arrogante pubers. Ze kwamen gewoon naar hun juf toe met hun opmerkingen. Ze wilden mijn weerwoord horen.

Mijn entree in vier gym was die van een Belgische mevrouw: afstandelijk, vriendelijk en correct. Ik deelde mijn orders uit en verwachtte dat mijn leerlingen die zonder commentaar zouden opvolgen. En ik begreep maar niet dat mijn lessen literatuur, die ik altijd met verve en plezier aan mijn Antwerpse leerlingen gaf, hier niet aansloegen.

Totdat er na twee weken muiterij uitbrak. Geen land was er meer met ze te bezeilen. De coördinator moest als mediator optreden. Toen begreep ik het: ze wilden me dichterbij hebben, ze wilden een ‘juf’. Geen onzichtbare lijnen meer, maar een open, direct contact. En vooral: het moest gezellig zijn. In die sfeer gingen mijn leerlingen later de mooiste posters schilderen, de beste schoolkranten maken en gedichten van Van Ostaijen opvoeren.

Belgische kinderen zijn niet beter opgevoed dan Nederlandse. Ze zijn gevoeliger voor hun positie in de hiërarchie. Zo worden ze grootgebracht. De arts spreek je aan met ‘dokter’, de advocaat met ‘meester’ en de juf met ‘mevrouw’.

Nederlandse kinderen zijn vrijer en extraverter, omdat ze minder last hebben van hiërarchische grenzen. Ze zijn rechtuit, praktischer en zakelijker, want dat is de kortste weg naar het doel. Ze laten luid en duidelijk hun mening horen. Alles wat ze zeggen en doen, valt daardoor meer op. Ook als ze gaan zitten klieren, gebeurt dat veel extremer.

Maar geloof me: Belgische leerlingen kunnen ook vreselijk moeilijk en ongehoorzaam zijn, bijvoorbeeld op schoolreisjes in de bus, wanneer de lijnen van het gezag wat losjes zijn. Al doen ze dat waarschijnlijk minder opvallend.

Bea Nobbe is docent taalbeheersing en creatief schrijven aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.