De leraar met het te korte lontje Die boksende leraar beheerst niet kunst van het lesgeven

De leraar die op schoolreisje een leerling een vuistslag in het gezicht gaf, ‘had niet zo veel met orde houden’. Dit is een volstrekt achterhaalde opvatting, betoogt Ton van Haperen.

Een leraar is ontslagen vanwege het slaan van een leerling en vertelt daarover in deze krant (12 april) en op de televisie. Hij wil weer aan het werk. De reacties variëren. Volgens de een is hij het beroep niet waardig. De ander ziet in hem een slachtoffer van de grenzeloze jeugd. Wie heeft gelijk?

Het ging zo. Een klas kwam terug van een excursie. De sfeer in de bus was uitgelaten, of liever, een groepje leerlingen misdroeg zich. Ze gooiden troep op de grond en zongen foute liederen. De leraar maakte daar een einde aan, met een vuistslag. Ontslag volgde. Het Openbaar Ministerie stelde een taakstraf en een boete voor. Tot zover verliep het voorspelbaar.

Dan vertelt het mens van vlees en bloed zijn verhaal. Het gebeurde vlak voor zijn pensioen en ja, slaan mag niet, maar hij heeft altijd met plezier voor de klas gestaan. Hij was die erudiete vakleraar waar het onderwijs om schreeuwt. En die kinderen? Niet dat ze echt anders zijn, maar ouders zijn tegenwoordig wel heel erg blij met hun kroost.

Vanaf dan ontstaat begrip. Die etters van de grenzeloze generatie, in hun wangedrag gesteund door thuis – daar is ook niet mee te werken.

Maar hoe sneu ook, de oude leraar vergist zich. Hij is voorbij en dat geldt ook voor zijn opvattingen. De grens waar hij overheen ging, zegt niks over deze tijd en de jeugd, maar is zo oud als het onderwijs.

Een voorbeeld. De in 2009 overleden Iers-Amerikaanse schrijver Frank McCourt was dertig jaar leraar. Zijn herinneringen heeft hij opgetekend in het boek Teacher Man. Het meest kwetsbare stuk speelt zich af in New York, eind jaren zestig, hij staat dan al even voor de klas. Op een ochtend trekt McCourt zijn veters kapot, krijgt ruzie met zijn vrouw, moet zich haasten om op tijd op school te zijn en een paar uur later slaat hij die vervelende leerling met een opgerolde krant in het gezicht.

Wereldwijd herkennen leraren met een zekere gêne dit rennen op de escalatieladder. Elke dag zien ze meer dan honderd kinderen die van alles willen. Ouders en het management formuleren aanvullende eisen en de leraar zelf heeft ook nog wat wensen.

Deze stroom van verlangens veroorzaakt een natuurlijke turbulentie binnen de school. ‘Zen en de kunst van het lesgeven’ is dan de overlevingsattitude, maar soms, heel soms laat die je in de steek. Met andere woorden: een fout maken, zoals McCourt, het mag nooit, het kan misschien toch gebeuren, maar dan past een nederig excuus, uitgesproken met gebogen hoofd en de belofte het nooit meer te doen. Een volle vuist in het gezicht van een puber, weer aan het werk willen en een schikkingsvoorstel van het Openbaar Ministerie weigeren, valt in ieder geval in de categorie ‘wereldvreemd’.

Vooral ook omdat de leraar nog een rare opvatting over zijn beroep ventileert. Orde houden vindt hij niet zo belangrijk. Dit is een stelling uit de jaren zeventig. In die tijd was disciplinering uit en respect voor de wensen van de jeugd in.

De hedendaagse tijdgeest lost deze controverse op. Klassenmanagement, orde houden, regisseren van het leerproces of hoe het ook heten mag, is weer het fundament van de algemene vorming. Met de handen in de zij wachten tot het leren begint, is een luxe die het Nederlandse onderwijs zich niet kan veroorloven.

Schoolprestaties staan voor welvaart en worden daarom vergeleken met die in het buitenland. Kinderen gaan in een klas niet uit zichzelf aan het werk en hebben het daarbuiten erg druk. Vandaar dat leren op school en discipline weer in elkaars verlengde komen te liggen. De Inspectie van het Onderwijs stelt in haar jaarverslag niet voor niks dat 20 procent van de leraren faalt. Dit is omdat in hun klassen een werksfeer ontbreekt. De boodschap luidt: dit moet ophouden!

Ingewikkeld hoeft deze opdracht niet te zijn. Bliksem en donder kunnen gerust achterwege blijven. De overgrote meerderheid van de leerlingen onderschrijft de boodschap van de inspectie, net als hun ouders. Die zijn van nature bang dat het nageslacht het slechter krijgt dan zij. Vandaag de dag is deze angst reëler dan ooit.

Alles bij elkaar resulteert dit in een bereidheid tot werken in de klas. Echt, de hedendaagse schooljeugd snakt naar goede lessen, die ergens over gaan en helpen bij het voldoen aan de gestelde eisen. Ja, pubers vervelen zich soms en zijn gemakkelijk afgeleid. Dan is een correctie nodig. Die geniet brede instemming.

De boksende leraar heeft niks met dit deel van onderwijswerkelijkheid, ontkent hiermee een stuk van zijn beroep en verschuilt zich, misschien ongewild, achter het valse beeld van de moeilijke en verwende jeugd. Hij weet zelf ook best dat dit niet was gebeurd met wat gedragsafspraken voorafgaand aan de busreis, en door deze te handhaven met kleine interventies. Dat kreeg hij alleen niet opgebracht.

Dan luidt de conclusie: jammer dat het zo is gelopen, logisch dat zijn leraarschap ophoudt en respect voor zijn jarenlange werk voor de klas.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

    • Ton van Haperen