Ben de Graaf aarzelde niet

T oen ik de mooiste partij van het Russisch teamkampioenschap naspeelde, dacht ik aan Ben de Graaf, die in de vorige eeuw lange tijd chef sport van de Volkskrant was.

Op een avond, het zal tegen 1980 zijn geweest, zat Hein Donner op de redactie een schaakverslag te schrijven. Met de pen, in keurig handschrift. Computers waren er nog niet bij de kranten en een schrijfmachine had Hein toen nog nooit aangeraakt.

Ton Sijbrands kwam binnen en vertelde over een partij uit een belangrijk damtoernooi waar volgens hem iets vreemds mee was. Ben de Graaf had weinig tijd nodig om een oordeel te vellen: „Doorgestoken kaart. Schrijf dat maar eens stevig op, Ton.”

Dat deed Ton niet, want hij vond dat er voor zware beschuldigingen harde bewijzen nodig waren, en die had hij niet. ‘Je voelt het aan je water’ is als argument niet sterk genoeg.

In de teamwedstrijd in Sotsji speelde Peter Svidler, de eerste man van Sint Petersburg, in de wedstrijd tegen Ekonomist uit Saratov een schitterende partij tegen Alexander Morozevitsj. Al op de elfde zet bracht Morozevitsj met zwart een torenoffer, dat door Svidler niet werd aangenomen. Vervolgens moest de koning van Morozevitsj het vrije veld in en hij moest een venijnig paardvorkje tegen zijn koning en dame toelaten.

Even later leek het blad weer gewend, want in een stelling met gelijk materiaal stonden de dame van Svidler en zijn twee lopers en prise. Svidler liet dame en lopers voor wat ze waren en voerde kalmpjes de rokade uit, een zet die geforceerd tot een remise-eindspel leidde. Het was een geweldig spektakel, bijna te mooi om waar te zijn.

De Russische grootmeester Sergey Zagrebelny schreef: „Ik heb gemengde gevoelens en ik weet niet hoe ik moet samenvatten wat ik heb gezien. Vragen, vragen... Vooral natuurlijk aan de spelers. Hoe ver ging de kennis van Svidler? En die van Morozevitsj?” Hij beschrijft de partij in gloedvolle bewoordingen en schrijft dan: „Maar toch, wat was er echt aan de gang? Ik laat die vraag in de lucht hangen.”

Zagrebelny deed of hij alleen aan diepgaande openingskennis dacht, maar als dat zo was, had hij zich niet zo dramatisch uitgedrukt, met die vragen, vragen... waarop de wind het antwoord blaast. Diepgaande openingskennis is niet zeldzaam en daar doe je niet zo pathetisch over.

Bovendien, hoezo diepgaande openingskennis? Zowel Svidler als Morozevitsj zat al na vijf zetten achter een stelling die op zichzelf heel gewoon is, maar die niet in hun openingsrepertoire past en die ze nog nooit eerder hadden gehad. Het zou wel erg toevallig zijn als ze beiden die variant voor deze ene gelegenheid tot in de puntjes hadden voorbereid. Behalve natuurlijk als ze een afspraakje hadden gemaakt en samen de partij hadden ingestudeerd.

Wat Zagrebelny volgens mij wilde zeggen, maar niet goed durfde, is wat Ben de Graaf in een nanoseconde paraat had: doorgestoken kaart. De partij blijft een wonder. Als hij niet echt bevochten is, is hij in ieder geval mooi verzonnen.

Peter Svidler-Alexander Morozevitsj, Sotsji 2012

1. Pf3 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 d5 4. d4 Le7 5. Lf4 0-0 6. a3 b6 7. cxd5 Pxd5 8. Pxd5 exd5 9. Dc2 c5 10. dxc5 bxc5 11. e4 dxe4 Een nieuwe zet die de zaken op scherp zet. Morozevitsj offert een toren. 12. Dxe4 Te8 13. Ld3 Wit kon de toren nemen, maar dan zou het waarschijnlijk na 13. Dxa8 Lf6+ 14. Le3 Db6 15. Dd5 Dxb2 16. Td1 Lb7 17. Dxc5 Lxf3 18. Tc1 Lh4 19. Tc2 Da1+ 20. Tc1 Db2 remise zijn geworden door zetherhaling. Een erg moeilijke variant. 13...Lf6 Minder goed was 13...Lf5, want na 14. Dxf5 g6 15. De4 Lf6 16. 0-0-0 Txe4 17. Lxe4 staat wit beter. 14. Pe5 Pc6 Hier ging 14...Lf5 wel, al zou wit na 15. Dxf5 g6 16. De4 Pd7 17. 0-0 misschien een tikje beter staan. 15. Dxh7+ In plaats van de voortzetting van het avontuur was er ook nu een manier om snel naar remise te koersen: 15. 0-0-0 Lxe5 16. Lxe5 Pxe5 17. Dxh7+ Kf8 18. Dh8+ Ke7 19. Dh4+ en remise door eeuwig schaak, omdat 19...f6 20. The1 goed voor wit zou zijn. 15...Kf8 16. Dh8+ Ke7 Het vereist stalen zenuwen om koning en dame aan een paardvork bloot te stellen. 17. Pxc6+ Kd7+ 18. Le5 Prachtig, alles staat in. 18...Kxc6

Wits dame en zijn twee lopers staan in. Er is maar één zet die het evenwicht handhaaft. 19. 0-0-0 Lxe5 20. Le4+ Kc7 21. Txd8 Txh8 22. Txh8 Lf4+ Nu moest zwart de enige zet vinden. Meteen 22...Lb7 was niet goed, want na 23. Txa8 Lf4+ 24. Kd1 wint wit. 23. Kc2 Nu zou 23. Kd1 beantwoord worden met 23...Lg4+ met gelijk spel. 23...Lb7 24. Lxb7 Txh8 25. Ld5 Td8 26. Td1 Ook 26. Lxf7 Td2+ is remise. 26...Lxh2 De woeste storm is geluwd en er is een gelijk eindspel op het bord gekomen. 27. Lxf7 Tf8 28. Ld5 Txf2+ 29. Td2 Txd2+ 30. Kxd2 Le5 31. b3 Lf6 Remise.