Rebellen doden 79 soldaten in Soedan - vrees voor oorlog groeit

Soldaten van het Zuid-Soedanese leger op weg naar Heglig. Foto AFP / Adriane O'Hanesian

Rebellen in Soedan hebben 79 soldaten van het Soedanese leger gedood in hinderlagen in de etnisch verdeelde Blauwe Nijl-provincie. Dat meldt persbureau AFP. Het is een nieuwe indicatie dat een grootschalige oorlog tussen Soedan en Zuid-Soedan snel dichterbij komt.

De twee hinderlagen vonden plaats van dinsdag op woensdag, maar pas vandaag maakte woordvoerder Arnu Ngutulu Lodi van de rebellenbeweging SPLM-N het aantal doden bekend.

Lodi’s SPLM-N werkte tijdens de decennialange burgeroorlog in het voormalige verenigd Soedan samen met de zwarte SPLA-rebellen die nu aan de macht zijn in Zuid-Soedan. De SPLA scheidde zich in juli vorig jaar af van het Arabische noorden dat Soedan is blijven heten.

De SPLM-N vecht ook tegen het regeringsleger in de regio Darfur en in de Nubabergen. Het zijn onder meer deze rebellenopstanden die het Soedanese leger uitputten, wat aan de grens in het voordeel werkt van Zuid-Soedan.

Strijd rebellen in Soedan is verhevigd sinds aanval Zuid-Soedan op Heglig

De SPLM-N vecht al maanden tegen het overheidsleger in de zuidelijke provincies van Soedan. Die strijd verhevigde echter de laatste anderhalve week, nadat Zuid-Soedan op 10 april het gebied rond de oliebronnen van Heglig aanviel.

Heglig is onderdeel van de provincie Zuid-Kordofan die officieel onder mandaat staat van het noordelijke Soedan. Soedan wil Heglig koste wat het kost behouden, omdat het land economisch sterk afhankelijk is van de olie die daar in de grond zit. Heglig is goed voor de helft van de totale olieproductie van Soedan.

Zuid-Soedan zegt dat het Heglig heeft ingenomen als reactie op bombardementen van Soedan op olievelden in betwiste gebieden rond de grens tussen Soedan en Zuid-Soedan. Volgens NRC-correspondent Koert Lindijer kwam die nederlaag voor Soedan hard aan. Hij schrijft in de krant van vandaag:

“De Soedanese president Omar al-Bashir reageerde deze week met de heilige belofte het regime in Zuid-Soedan omver te werpen.”

Verslag Al-Jazeera over conflict tussen Soedan en Zuid-Soedan:

Soedan en Zuid-Soedan kunnen zich beiden geen oorlog veroorloven

Lindijer legt uit dat de escalatie wordt gedreven door haviken aan beide zijden. Hij schrijft:

“In de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba geloven radicalen dat zij samen met Soedanese rebellengroepen de regering van president Bashir ten val kunnen brengen. In de Soedanese hoofdstad Khartoum hebben extremisten binnen de regerende Nationale Congrespartij (NCP) en binnen het leger zich nooit neergelegd bij de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan vorig jaar. Zij zouden bereid zijn de delen van Zuid-Soedan, in het bijzonder de olievelden, te bezetten.”

Beide landen kunnen zich volgens Lindijer echter helemaal geen oorlog permitteren. De scheiding van vorig jaar viel vooral voor Soedan namelijk zeer ongunstig uit: het land raakte tweederde van zijn olie-inkomsten kwijt. Soedan raakte daardoor in een diepe economische crisis met hoge inflatie, en tekorten aan praktisch alles. Lindijer:

“Het IMF voorspelde deze week dat de Soedanese economie dit jaar met 7,3 procent zal krimpen.”

Daar staat tegenover dat de agressie van Zuid-Soedan in het verkeerde keelgat is geschoten bij de Verenigde Staten, de belangrijkste financiële donor van die nieuwe staat. Naar verwachting zit de Zuid-Soedanese regering in Juba over twee maanden zonder geld voor soldij en ambtenarensalarissen. Daarna moet het land hulp vragen aan het Westen, dat dus niet bereid lijkt veel extra hulp meer te geven.

Ruzie om olie en oliepijpleidingen bron van het conflict

De spanningen tussen Soedan en Zuid-Soedan lopen al maanden op. Het begon toen Zuid-Soedan in januari aankondigde al zijn oliewinning op te schorten uit protest tegen de hoge prijs (36 dollar per vat) die het noordelijke Soedan vroeg voor het transport van de olie door de pijpleidingen in dat land.

Zuid-Soedan is voor maar liefst 98 procent van zijn overheidsinkomsten afhankelijk van de oliewinning, maar zweerde de productie niet meer te starten totdat een akkoord met Soedan over de transportkosten zou zijn bereikt. Ondertussen begon het te werken aan de aanleg van een alternatieve pijpleiding door Kenia, waardoor Soedan zijn inkomsten in de toekomst nog verder zag uithollen.