Magneet voor talent en kenniswerkers

Amsterdam wil een topinstituut voor toegepaste wetenschappen. Dat moet de problemen van de grote stad helpen aanpakken en zowel talent als bedrijven trekken.

Steden zijn de nieuwe bedrijventerreinen in een wereld waar rond 2050 tweederde van de wereldbevolking in de stad zal wonen. Wereldwijd worden, zo verwachten economen, 15 tot 20 stedelijke regio’s een internationaal economisch schakelcentrum – 3 tot 5 regio’s in Europa. Een plek in deze elite is de inzet van de felle concurrentiestrijd die de regio Amsterdam nu voert met economische regio’s rond Barcelona en Milaan – achter de koplopers Parijs en Londen.

„In deze strijd wil ik Amsterdam versterken”, zegt raadslid Frank de Wolf (PvdA). Vorig jaar december aanvaardde de Amsterdamse gemeenteraad zijn motie om de oprichting van een Amsterdamse ‘universiteit voor toegepaste wetenschappen’ te onderzoeken. „Zo’n instelling trekt wetenschappelijk talent en kenniswerkers en die mensen trekken weer internationale ondernemingen”, zegt De Wolf, die de universiteit voor ‘applied sciences’ in New York voor ogen had.

Wethouder Carolien Gehrels (Economische Zaken, PvdA) presenteerde gisteren de plannen voor een wetenschappelijk topinstituut. Binnenkort peilt de stad de interesse van van de private partijen (bedrijven, beleggers) die de investeringen en exploitatie van ‘Amsterdam Metropolitan Solutions’ (AMS) moeten dragen. AMS wordt geen extra universiteit naast Universiteit van Amsterdam (UvA) en de VU, maar een extra internationaal technologisch instituut, dat de komst van bestaande en nieuwe bedrijven moet stimuleren.

Dat laatste is belangrijk omdat Amsterdam de afgelopen jaren flinke klappen heeft opgelopen in de financiële sector en de zakelijke dienstverlening. „Daarbij moeten de maakindustrie en de technologiesector in Amsterdam worden versterkt”, zegt De Wolf, tevens hoogleraar virologie (Imperial College, Londen). Samenwerking met de TU Delft lag voor de hand, zegt hij, „maar die universiteit heeft gekozen voor samenwerking met Leiden en Rotterdam”.

De UvA noemt het instituut een „leuk initiatief” en een „versterking van het kennisnetwerk in Amsterdam”. Wat AMS gaat doen, hangt af van de plannen van de marktpartijen „De groei van de steden zorgt voor problemen met bijvoorbeeld het waterbeheer en de afvalverwerking. Amsterdam kan de plek zijn om daarvoor oplossingen te bedenken”, zegt Wim Kuijken, Haags topambtenaar en nu adviseur voor AMS. De stad heeft daarmee veel ervaring dankzij de grachten en de centrale die energie haalt uit afval. Amsterdam kan dan ook patenten bieden voor bijvoorbeeld de afvalenergiecentrale. De stad heeft ook grond en gebouwen en kan voor aanvullende investeringen putten uit een fonds van 50 miljoen (uit de verkoop van energiebedrijf Nuon). En stadswijken kunnen een proeftuin zijn, bijvoorbeeld voor het testen van nieuwe energiezuinige straatverlichting.

De universiteit van Wageningen trekt nu al op met Amsterdam, dat wereldwijd bekend is. „Met de burgemeester van Amsterdam hebben we eerder in China een voedselproject binnengehaald”, zegt bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen. „Als AMS bijvoorbeeld een instituut wordt voor een ‘groene stad’ dan kunnen wij daarin een rol spelen.”