‘Ik maakte geen piëta, ik drukte gewoon af’

Samuel Aranda, dit jaar winnaar van World Press Photo, ging terug naar Jemen om de mensen op zijn foto te ontmoeten. „De vrouw met de niqaab is de baas in huis.”

Fatima met haar herstelde zoon en een deel van haar 120 familieleden in februari dit jaar.
Fatima met haar herstelde zoon en een deel van haar 120 familieleden in februari dit jaar. Foto Samuel Aranda

„We weten wie de mensen op de foto zijn. En ze zijn heel blij dat jij hebt gewonnen.” Een uur nadat de Spaanse Samuel Aranda op 10 februari te horen kreeg dat hij de World Press Photo had gewonnen, werd hij gebeld door een vriend in Jemen. Deze vertelde dat de vrouw in niqaab op de foto waarmee Aranda de prijs won was geïdentificeerd. „Ze bleek Fatima Al-Qaws te heten, de man op de foto is haar zoon”, zegt Aranda. Hij zit in de Oude Kerk in Amsterdam waar vandaag de expositie van World Press Photo opent.

Drie dagen na de bekendmaking van de prijs, stapte Aranda op het vliegtuig richting Jemen. „Ik wilde die mensen bezoeken. Het is leuk dat ik een prijs win, maar in mijn vak gaat het om de mensen die je fotografeert. Hun strijd, dat is wat ik vastleg. Daarom wilde ik de familie ontmoeten.” Aranda werd door Fatima en haar familie met open armen ontvangen. „Het was een beetje bizar”, zegt hij grinnikend. „De ontvangst was warm maar nogal formeel. Er waren 120 mensen in het huis, ik moest iedereen zoenen. Fatima had koekjes gebakken. We hebben samen gegeten, daarna hebben we lang over voetbal zitten praten.”

Zayed Al-Qaws, de 18 jarige zoon van Fatima, raakte in oktober gewond bij een demonstratie tegen het bewind van president Ali Abdullah Saleh in Sana’a. „Zijn moeder hoorde op de radio dat er op straat werd gevochten, ze dacht dat haar zoon was gedood en rende naar het veldhospitaal. Binnen trof ze hem niet aan. Toen ze weer naar buiten liep, zag ze hem op straat liggen. Hij was gewond geraakt aan zijn been. Ze nam hem in haar armen. Dat is het moment dat ik de foto maakte.”

Aranda, als freelance fotograaf verbonden aan het agentschap Corbis, bezocht in het afgelopen jaar een aantal Arabische landen waaronder Egypte, Tunesië en Libië. In Jemen verbleef hij maar liefst drie maanden. „Ik voel me sterk verbonden met de mensen in dat land”, zegt hij. „Ze zijn uiterst conservatief, maar ook beleefd en warm. Fatima loopt dan wel met een niqaab rond, maar ondertussen is ze wel de baas in huis. En als buitenlander word ik gerespecteerd en niet afgewezen vanwege mijn westerse waarden.”

Kort nadat de foto in de media verscheen, volgde ook het commentaar dat het beeld een ‘hedendaagse piëta’ zou zijn. Wat vindt de fotograaf ervan dat zijn foto wordt vergeleken met het beroemde beeld van Michelangelo? „Prima. Als op die manier de aandacht wordt gericht op de mensen in Jemen, heb ik er geen probleem mee.”

Persoonlijk vindt Aranda de vergelijking die wordt gemaakt met het beroemde beeld nogal overdreven. „Ik maakte gewoon een foto van een moeder die voor haar kind zorgt. Als mensen daar een religieuze betekenis aan willen geven, doen ze dat uit angst. Ze willen een ontregelende situatie duiden en er een label op plakken. Ik was in ieder geval bepaald niet bezig met het componeren van een esthetisch beeld. Ik had een paar seconden en de kogels vlogen me om de oren. Ik drukte gewoon af.”

World Press Photo 2012, t/m 17 juni in de Oude Kerk Amsterdam.