Huppelende ollekebollekes

Ze ontmoeten elkaar: taaltovenaar Drs. P (92) en Extince, pionier van de Nederlandstalige rap en bewonderaar van Drs. P. Maandag komt Drs. P’s verzameld werk uit. „Mijn belcanto is niet meer wat het geweest is”, zegt hij. „Nee, nee, het is mooi”, zegt Extince.

Drs. P alias Heinz Hermann Polzer, achter hem Extince alias Peter Kops.
Drs. P alias Heinz Hermann Polzer, achter hem Extince alias Peter Kops. Foto Andreas Terlaak

Vlak voor het interview gaat Heinz Hermann ‘Drs. P’ Polzer in de tuin van Hotel Pulitzer in Amsterdam met twee fans op de foto. Ze weten hem te vinden. Polzer (92) zit hier al jaren graag. Vroeger schreef hij op deze plek de teksten van zijn liederen; op de verzamelbox Drs. P Compilé Complé die komende week verschijnt, zijn 180 van zijn opnames samengebracht. Dat is nog zonder de liedjes die hij schreef voor andere artiesten, zoals Jenny Arean en Adèle Bloemendaal.

Inmiddels is Drs. P al jaren als zanger en liedschrijver met pensioen. De laatste tijd schrijft hij vooral gedichten in de versvorm ollekebolleke waarvan hij pionier was. „Ik ben verslaafd aan ollekebolleke”, vertelt hij op gedreven toon. „Het is werkelijk een schitterende versvorm, die ongelooflijk veel kan vertellen. Steeds ontdek ik weer hoeveel de Nederlandse taal je offreert. De Nederlandse taal staat klaar en zegt: kom maar, roep maar; ik bedien je wel.”

Naast hem knikt rapper Peter ‘Extince’ Kops instemmend. „Ja, dat is waar.” Kops (1967) is bijna een halve eeuw jonger dan Polzer en een pionier van de Nederlandstalige rapmuziek. Extince brak in 1995 door met de single Spraakwater; een top-5-hit die een waterscheiding betekende in de nationale rapgeschiedenis. Extince noemde zijn voor die tijd verbluffend soepele Nederlandstalige rapteksten op die single „machtige, krachtige, Drs. P-achtige rijms die je bijblijven tot je tachtigste verjaardag”.

Vinylcollectie

Vandaag, zeventien jaar later, ontmoeten de rapper en de gepensioneerde liedschrijver elkaar voor het eerst. Drs. P kent de tekst van Spraakwater: „Dat was natuurlijk zeer strelend.” „Dan is het goed aangekomen”, reageert Extince.

De rapper hoorde de muziek van Drs. P via zijn vader. In de aanloop naar deze ontmoeting verdiepte hij zich opnieuw in diens muziek. Extince: „Ik vond vorige maand in mijn vinylcollectie uw album Over Land En Zee en schrok van de datering. Het komt uit 1974 maar u switcht in het nummer Tamales van Nederlands naar Engelstalig en er zit een hiphopachtige beat in. Ik hoor u ook geluiden maken met uw mond, wat in de jaren tachtig human beatbox genoemd werd. Maar in 1974 was rap zich in Amerika net aan het ontwikkelen… Daar stond ik eerlijk gezegd toch wel versteld van.”

Het oeuvre van Drs. P is muzikaal en tekstueel divers; in dit specifieke geval was het de muziek van de Mexicaanse mariachi die de ritmiek van zijn lied inspireerde, legt Polzer uit. „Het woord ‘tamales’ heeft zelf al swing. Het is zo metrisch dat het eigenlijk dwingt tot muzikale bewerking. Zelfs nu ik het erover heb, komt het begin van het lied mij nog voor de bejaarde geest…”

De doctorandus zingt een paar regels. Dat doet hij vaker tijdens het interview, met aanzwellend volume. „Mijn belcanto is niet meer wat het geweest is”, voegt hij er na een schorre uithaal verontschuldigend aan toe. „Nee, nee, het is mooi”, reageert de rapper.

De langste strofen die Drs. P tijdens het interview zingt, komen uit zijn vroege oeuvre. Liederen van haast zes decennia oud als Goud…goud! en Het hart eener deerne. Als corpslid in Rotterdam was Polzer gefascineerd door het levenslied en droeg hij zulk materiaal „zo theatraal en tragisch mogelijk voor. Ik genoot ervan en het publiek vrat het.”

Dames van lichte zeden

De liederen van Polzer gaan over anderen; tot zijn favoriete protagonisten behoren dolgelukkige handarbeiders en dames van lichte zeden. De plezierdichter bezong met genoegen thema’s als misdaad en geweld. Naarmate zijn succes toenam en hij werd ingehuurd door radiorubrieken, breidde zijn oeuvre zich uit tot uiteenlopende onderwerpen die hij in opdracht bezong, van het menselijk lichaam en leestekens tot een reeks over soorten groente.

Drs. P: „Eigenlijk lachte me dat luidkeels toe. Ik had nooit stilgestaan bij bijvoorbeeld een onderwerp als hutspot, maar het zet je aan het denken. Je gaat met het woord stoeien: wat kan ik hiermee? Het roept nieuwe ideeën en inspiratie bij je op. Het is een ontdekkingsreis.”

Het ging Drs. P gaandeweg steeds minder om het onderwerp en meer om de rijmschema’s, de metriek, het sublieme spel met vormvastheid en taal. Wat dat betreft hebben hij en de rapper het getroffen, zegt de in Zwitserland geboren oude meester. „Ik beschouw het Nederlands als een van de meest verheven talen ter wereld. Het is ongehoord rijk, heeft ontelbare woorden en je kunt in een zin de woorden rangschikken totdat het metrisch allemaal prachtig klopt.”

Voor de rapper was het geen liefde op het eerste gezicht. Zoals alle Nederlandse rappers van de eerste generatie, rapte Extince jarenlang in het Engels. „Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om in het Nederlands te schrijven.”

Pas nadat hij op één Nederlandstalig couplet „meer reacties kreeg dan op al mijn eerdere werk bij elkaar”, probeerde hij zichzelf te overtuigen „dat Nederlandstalige rap ook lekker kon vloeien op een beat”.

Bij het schrijven van zijn eerste Nederlandstalige raps was Extince onder meer geïnspireerd door de teksten van Drs. P. „Het zijn mensen zoals u, en de vindingrijkheid waarmee u te werk ging, die mij hebben wakker geschud.” Drs. P verzucht: „Het moet werkelijk een feest voor u geweest zijn toen u ontdekte wat het Nederlands te bieden had…”

In zijn teksten is Extince doorgaans zijn eigen protagonist, zoals dat in rap gewoon is. De doctorandus heeft dat nooit echt overwogen. Drs. P: „Ik vind het een beetje zwak mezelf als centrale figuur te benoemen. Het is makkelijk genoeg om te zeggen: loop ik laatst langs de Overtoom en wie zie ik daar, enzovoort…”

Extince lacht. „Ik vond de tekst nu al flowen. Ik vond hem al goed.” De flow is de wijze waarop een rapper zijn teksten laat golven op de beat. Het is een thema waar de rapper en de doctorandus elkaar vinden, denkt Extince. „U heeft dat altijd gehad en het is iets waar in rap veel mee gespeeld wordt. Soms is het leuk achter de beat aan te hangen en je mee te laten trekken. En dan heb je tongue twisters die als triooltjes in je rijmschema worden verwerkt, zodat je meer met je teksten gaat huppelen…”

Ta-ta-tata-ta

Het komt Drs. P niet bekend voor. „Maar ik weet weinig van rap. Is er in de muziek van rap één vaste stijl? Een absoluut keiharde metriek? Is het altijd: ta-ta-tata-ta…”

Extince: „Nee, zeker vandaag de dag niet meer.”

Drs. P: „En heb je ook een refrein? Ik kan me dat namelijk vrij goed voorstellen. Dat je een verhaal vertelt, iets wat gisteren gebeurde op straat, en dan een vast refrein hebt.” De doctorandus zingt een voorbeeld: „Dat zal je overkomen, dat heb je keer op keer… En daarna komt de verse weer, zoals dat technisch heet.”

Extince: „Ja vaak is er, om het commercieel toegankelijk te maken, een zanger of zangeres die het refrein doet. Of een refrein dat gescratcht wordt. Ik denk dat u weet wat scratchen is?”

Drs. P: „Nee… Scratch?”

Extince: „Dat is de plaat steeds terughalen en bijvoorbeeld woordjes van een bepaalde zin van een andere rapper pakken en dan wordt het refrein daarmee bij elkaar gepuzzeld en ingevuld.”

Drs. P, ademloos: „Goh…”

In zijn vroege oeuvre beschrijft Drs. P met smaak een wereld vol exotische gerechten en gebruiken. En een in grote steden gesitueerd universum van misdaad, drankgelag en prostitutie. „Dat is heel kleurrijk”, weidt hij uit, „en bovendien geeft het je de gelegenheid, wat iedere jongeman begroet, om iets onzedelijks te berde te brengen.”

„Ik begrijp wat u bedoelt”, zegt Extince, die in de klassieker Viervoeters uit 1998 vol woordspelingen verhaalt over zijn erotische veroveringen. „Je kunt er bij het schrijven nogal door geïnspireerd raken.”

De doctorandus vertelt de rapper dat hij als student graag in cafés aan de Schiedamsedijk en in Katendrecht kwam, waar prostituees op hun klandizie wachtten.

Extince: „Gezellig.”

Drs. P: „Niet om met ze mee te gaan, dat was beneden je stand als corpslid, maar om met ze te babbelen.”

Het is een wereld die hij, evenals die van vergeten arbeiders als ‘de bonenpikster’ en ‘het kamermeisje’, met enkele zinnen weet op te roepen. De geur van kaneel uit een pakhuis; de meisjes met hun verstelwerk bij de hand en ‘hun kleurige jurken al haast niet meer aan’.

Drs. P: „Je hebt ervaringen die zich in je geheugen nestelen en als je dan spreekt van Katendrecht, komen zulke beelden op en die geven jou de tekst aan.” Extince knikt: „De woorden komen vanzelf op bepaalde momenten.”

Ze vinden elkaar in hun liefde voor taal en stijl maar ook in die voor een voorbije maatschappij. Voor vinyl in plaats van digitaal en voor een mooi gekozen Nederlands woord dat in de vergetelheid is geraakt. Met internet hebben ze weinig tot niets, ze zijn liever buiten: „Met mijn neus in de frisse lucht”, zoals Extince het noemt.

De rapper en de doctorandus delen ook het geloof in de kracht van humor als bron van creativiteit. Of dat nu gaat om Drs. P’s gestaag escalerende Dodenrit met een man die tracht te overleven in een woud vol wolven door steeds een ander gezinslid te offeren, of de ik-persoon die in Extince’s Grootheidswaan vol goede moed de condomerie binnenstapt en vraagt: ‘Waar is de paskamer?’

Drs. P: „Als je een werkelijk geestige, verrassende wending voelt opkomen, dan ben je dankbaar…”

Extince knikt. „Zeker, dat heb ik ook. Vooral wanneer ik soms vergeet het gelijk te noteren, maar het een maand later opeens weer terugkomt.”

Drs. P glimlacht goedkeurend. „Wij spreken werkelijk dezelfde taal.”

Het verzameld werk van Drs. P wordt maandag in de Kleine Komedie gepresenteerd tijdens de avond ‘Hoep Hoep Hiezee voor Drs. P!’ met bijdragen van o.a. Maarten van Roozendaal, Bob Fosko, Gerard Cox, Herman Finkers, Sef, Erik van Muiswinkel, Faberyayo (De Jeugd van Tegenwoordig), Jeroen van Merwijk en Marjan Luif.