Wetenschappers: waterreservoirs onder de bodem van Sahara

Mannen in Tsjaad proberen met behulp van ezels water ophoog te halen uit een put. Foto AP / Ben Curtis

Britse wetenschappers stellen dat Afrika honderd keer zo veel water onder de grond heeft zitten als aan de oppervlakte van het continent, in rivieren en meren, te vinden is. Dit grondwater kan oplossing bieden voor de 300 miljoen mensen die er nu nog geen toegang hebben tot schoon drinkwater.

Wetenschappers van de British Geological Survey en het University College London hebben een kaart samengesteld waarop precies te zien is waar het Afrikaanse grondwater zich in welke hoeveelheden bevindt. Vooral onder de gortdroge grond van Libië, Algerije en Tsjaad zijn enorme ondergrondse waterbronnen aanwezig.

Water 5.000 jaar geleden in bronnen terecht gekomen

Het gaat om waterbronnen die gelijk staan aan meren van wel 75 meter diep. Dit extra water zal in de nabije toekomst van essentieel belang zijn. Want in Afrika zal steeds meer water nodig zijn als gevolg van bevolkingsgroei en een toenemende irrigatie van landbouwgrond. Nu wordt nog slecht 5 procent van alle landbouwgrond in Afrika geïrrigeerd.

Het water is zo’n 5.000 jaar geleden diep onder de grond terechtgekomen toen de Sahara nog geen woestijn was, maar juist een vrij nat gebied. Pas in de eeuwen daarna droogde de Sahara op tot een woestijn als gevolg van klimaatveranderingen.

‘Grootschalig opboren niet te beste manier om waterbronnen aan te vullen’

De wetenschappers publiceerden hun resultaten in het tijdschrift Environmental Research Letters. Ze waarschuwen daarin dat op grote schaal putten boren niet direct de beste manier is om de huidige waterbronnen aan te vullen. Ze zouden de bronnen te snel kunnen uitputten. Onderzoekersleider Alan MacDonald zei tegen de Britse BBC:

“Grote boorputten slaan is niet verstandig zonder een goed begrip van de condities van de lokale grondwaterbronnen. Goed gelegen en nauwkeurig ontwikkelde boorputten voor lokale watervoorziening en handmatige waterpompen kunnen echter waarschijnlijk wel succesvol zijn.”

    • Niels Posthumus