Telkens een schuldeiser aan de deur

Door de crisis hebben steeds meer huishoudens zoveel financiële problemen dat ze belanden in de schuldsanering. De Ombudsman vindt dat deze mensen niet goed worden behandeld en start een onderzoek. „Ik wist niet meer hoe ik het moest bolwerken.”

Nederland, Amsterdam, 17-07-2009 Vrijwilligers aan het werk in de Voedselbank in Bos en Lommer. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 17-07-2009 Vrijwilligers aan het werk in de Voedselbank in Bos en Lommer. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Alexandra (35) zit niet in de schuldsanering. Helaas. Voor haar zou schuldsanering een oplossing kunnen zijn om uit haar financiële problemen te komen. Alexandra’s schulden zijn opgelopen tot zo’n 12.000 euro en van haar WW-uitkering van 900 euro per maand kan ze die niet aflossen. „Het bedrag dat ik maandelijks aflos, komt er elke maand net zo hard weer bij.” Alexandra heeft inmiddels op alle vaste lasten een betalingsachterstand, vertelt ze nadat ze eten heeft gehaald bij de Voedselbank in de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven.

De Duitse Alexandra kwam vier jaar geleden naar Nederland. Ze had hier al veel kennissen en „is heel blij” in Nederland. „Betere hulp voor mijn zoon met ADHD, betere scholen en voor mij als alleenstaande moeder zijn er meer kansen”, zegt ze in vloeiend Nederlands. Haar lange haar is rood-bruin geverfd, boven haar ogen zit een beetje eyegloss.

Ondanks de schulden waar ze zelf niet uitkomt, werd haar schuldsaneringsaanvraag door de rechter afgewezen. Haar partner, met wie ze een jaar geleden brak, moet of meewerken of hun partnerschap opzeggen. Maar hij is onvindbaar. „Hij is de grootste fout van mijn leven”, zegt ze. Waarom hij niet meewerkt, kan ze wel raden. „Bang dat hij het land uit moet, hij kwam via mij uit Kosovo in Nederland.”

In december verloor ze haar baan als ladingsoperator in de Rotterdamse haven, nadat ze vier maanden ziek was geweest. „Ik had een burn-out en maagklachten.” Haar werkgever betaalde haar salaris niet uit tijdens die vier maanden.

Gevolg: de behapbare schuld van 2.000 euro groeide uit tot een schuld van meer dan 10.000 euro. Alexandra zou graag weer aan het werk gaan, maar een baan vinden als ladingsoperator lukt niet. „Het is moeilijk om als vrouw binnen te komen en ik zou meer kans maken als ik de cursus Operationele Behandeling Tankschepen kan doen. Het UWV wil de kosten daarvoor alleen niet betalen.”

Als er wordt aangebeld, doet Alexandra de deur niet meer open. Bang voor weer een incassobureau of deurwaarder. Onlangs werd ze bijna op straat gezet. Een dag voor de geplande uitzetting betaalde de Sociale Dienst de huur. „Ik ben ze enorm dankbaar.” Samen met haar 16-jarige zoon komt ze rond van 250 euro per maand. Haar zoon is de reden dat ze niet met haar achternaam in de krant wil. „Ik wil voorkomen dat hij vanwege onze situatie gepest wordt.” Hij is haar trots, zegt ze. „Hij zit in 3-vwo.”

Bij de Voedselbank in Delfshaven blijken veel meer mensen een schuldsaneringstraject te willen. Ze komen er zelf niet meer uit. De schulden stapelen zich op, net zoals het aantal schuldeisers. Mensen die in de schuldsanering zitten hebben een schuld van gemiddeld 30.000 euro, bij gemiddeld zestien schuldeisers.

„Zestien schuldeisers, dat zijn er nogal wat”, zegt Jan van der Hulst. Hij is directeur van de Gemeentelijke Kredietbank Den Haag. En ja, ook in Den Haag neemt, net als in de rest van het land, het aantal mensen in een uitzichtloze financiële situatie toe. Kwamen in 2009 nog 743 Hagenaren in de schuldsanering terecht, in 2010 waren dat er 983 en vorig jaar 1.219.

Mede oorzaak van het probleem is dat (overheids)instanties snel betaald willen worden en weinig oog hebben voor de belangen van schuldenaren. Zij werken „onvoldoende” samen om schuldenaren te helpen, vindt de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer. Hij maakte gisteren bekend te gaan onderzoeken hoe de schuldhulpverlening verbeterd kan worden.

Nieuw in de schuldsanering zijn mensen met een modaal en hoger inkomen. Van der Hulst: „Vroeger, vóór de crisis, zagen we bij de kredietbank alleen mensen met de allerlaagste inkomens. Nu maakt de groep met een modaal en hoger inkomen ruim een kwart van ons klantenbestand uit. Eerder kregen zij nog wel een leninkje bij de bank of een creditcard, maar nu niet meer. Daarmee konden zij financiële problemen voor het oog wegpoetsen.”

Ook woningbezitters zag de kredietbank voorheen niet en tegenwoordig steeds vaker. „Dat komt”, legt Van der Hulst uit, „omdat banken bij betalingsachterstanden snel hun vorderingen zeker willen stellen. Ze brengen de woning op de veiling, waar de eigenaar er dan vaak nog maar 60 procent van de oorspronkelijke waarde voor krijgt. Gevolg: duizenden euro’s extra schuld.”

Dat gebeurde bij de 43-jarige Surinaamse vrouw die deze dag, net als Alexandra, een voedselpakket komt halen. Haar naam wil ze niet in de krant, omdat ze mishandeld werd door haar ex en bang is dat hij te weten komt waar ze woont. „We moesten zo snel mogelijk ons huis verkopen wegens schulden bij de bank. Dat gebeurde via een veiling. Nu heb ik 60.000 euro schuld. Mijn ex is Nederland uitgevlucht, dus alle kosten komen bij mij terecht.”

Ze praat zachtjes. Van haar ziektewetuitkering kan ze zichzelf en haar drie zoons nauwelijks onderhouden. „Ik ben psychisch ziek. Ik was aan de alcohol en heb drie keer een zelfmoordpoging gedaan. Ik wist niet meer hoe ik het allemaal moest bolwerken.” Nog steeds leeft ze bij de dag. Gisteren kwam er nog een deurwaarder langs. Schuldsanering lijkt haar een moeilijk traject, maar ze zou het toch graag willen. „Volgende week heb ik een afspraak bij de rechtbank.”

Gerard Hartman (42) heeft er al drie jaar schuldsanering op zitten. Met zijn lange blonde haren, helder blauwe ogen en joviale uitstraling oogt hij vrolijk. Hij moet door, zegt hij. Vooruit kijken. Hartman heeft geaccepteerd dat hij door twee ongelukken in de bouw volledig is afgekeurd en de rest van zijn leven een WAO-uitkering (1.060 euro) zal ontvangen.

Hartman staat nog ingeschreven bij Bureau Krediet Registratie, maar het schuldsaneringstraject is achter de rug. Net als zijn huwelijk. „Gelukkig”, zegt hij. „Ik ben met de verkeerde vrouw getrouwd, ze dacht bij mij wat te kunnen halen.”

Dat hij in de schuldsanering terechtkwam, was „aan de ene kant een opluchting, maar ook zwaar”, vertelt Hartman. „Je wordt continu in de gaten gehouden. Je kan niks en je hebt een hoop papierwerk. Ik vond het vooral geestelijk erg moeilijk.”

Hartman kwam terecht bij zorginstelling PsyQ. „Veel gesprekken, maar ook veel medicijnen. Ze douwen je meteen helemaal vol.” In het begin werkte het wel, zegt hij. Hij werd er rustig van. Maar hij bleef suf. „Er zat geen leven meer in me. Ik heb zelf besloten ermee te stoppen.”

Tijdens de schuldsanering had hij 200 euro per maand te besteden, en dat is nog steeds zo. „Er lopen nog afbetalingen bij de gemeente en de zorgverzekeraar Zilveren Kruis.” Het kost ook best veel geld om telkens zijn 6-jarige dochter in Houten op te halen en weer terug te brengen, zegt hij.

Hartmans dochtertje woont bij haar moeder, hij ziet haar om het weekend en de helft van de schoolvakanties. Hij is zijn leven weer aan het opbouwen. „Ik heb van het verleden geleerd.” Wat dat is? „Nooit meer trouwen”, lacht hij.

Marleen Luijt