'Soft is uit, hard straffen in. Dat is fout'

Straffen stelt meestal teleur. Van praten en schadeherstel mag je meer verwachten, schrijft recherchemanager Van der Zee in haar vandaag verschenen boek.

Onder haar collega’s bij de politie is het doorgaans geen gespreksonderwerp: het nut of de effectiviteit van het strafrechtelijk apparaat. „Dat is ook wel logisch. Een slager houdt zich ook niet echt bezig met de vraag hoe de kok het vlees opdient. Voor dienders is het vooral belangrijk recht te doen aan slachtoffers en daders achter slot en grendel te krijgen”, zegt Simone van der Zee, manager bij de Dienst Nationale Recherche van het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD).

De aanhoudende roep om zwaardere straffen is haar evenwel een doorn in het oog. „Ik wil een signaal afgeven over wat ik zie als een zorgwekkende trend: soft is uit en hard is in. Vergelding lijkt tegenwoordig hét doel van het strafrecht.”

Van der Zee, criminologe en al vijftien jaar in dienst bij de politie, schreef op persoonlijke titel het boek Het Staatshotel, over het nut van gevangenisstraf. Het eerste exemplaar reikt ze vanavond in Breda uit aan een ervaren bankovervaller die zich na jarenlange celstraffen nu verdienstelijk maakt met kunstonderwijs aan probleemjongeren. In het boek hekelt de auteur het beleid van meer repressie. De laatste jaren is volgens Van der Zee „de balans in het denken over misdadigers en criminaliteit doorgeslagen”.

In het strafrecht zijn de afgelopen decennia allerlei nieuwe delicten opgenomen en straffen verzwaard, constateert ze. „Maar meer mensen als crimineel bestempelen, leidt alleen maar tot meer criminaliteit. Het strafrecht moet veel vaker dan nu een laatste redmiddel zijn. Tegenwoordig is het vaak een eerste reflex.”

Over de aanpak van misdadigers is Van der Zee somber gestemd. De huidige methodes leiden volgens haar tot problemen in het gevangeniswezen. „Penitentiaire inrichtingen zijn meer dan ooit vergaarbakken voor het menselijke afval dat onze samenleving produceert. Psychisch gestoorden, mensen met een verstandelijke beperking, illegale vreemdelingen, verslaafden, ontspoorde jongeren en aan lager wal geraakte bejaarden – onze gevangenissen zitten er vol mee. Ik vraag me af of dit echt de manier is om met mensen die een delict plegen en beschadigd zijn om te gaan.”

Simone van der Zee (44 jaar) ontvangt op haar woonboot in het midden van het land. Ze woont er met haar man, drie venijnig blaffende honden en een poes. Ze is de jongste van de drie dochters van de in 1995 overleden hervormde dominee en voormalig secretaris van de Raad van Kerken Wim van der Zee. „Als domineesdochter was ik altijd zeer gefascineerd door recht en onrecht. Regels moeten gerespecteerd worden en het kwaad bestraft.”

In de jaren tachtig studeerde ze aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtwetenschappen in Utrecht, waar ze van vooruitstrevende criminologen vooral te horen kreeg dat ‘het systeem’ mensen crimineel maakt. Door ze in gevangenissen te stoppen, krijgen mensen een stempel waar ze nooit meer vanaf komen, leerde Van der Zee. Het is een wereld van verschil met de law-and-orderwerkelijkheid van vandaag.

In Het Staatshotel schetst Van der Zee de lotgevallen en gedachten van zeven mensen die met politie en justitie in aanraking komen. Ze beschrijft de lange gang door het justitiële systeem. De hoofdpersonen zijn exemplarisch voor de doorsnee gevangenispopulatie. De lezer maakt kennis met onder anderen een door drugs en drank doorgedraaide Feyenoordsupporter die wordt vervolgd voor doodslag, een groothandelaar in XTC en een moeder die haar baby doodde.

Leraar Ruben belandt in de cel op verdenking van ontucht met een 13-jarige leerling. Uit Het Staatshotel:

„Ik kan niet meer stoppen met huilen. Slapen is uitgesloten. Ik geloof niet dat ik hier zit. Dit is de ergste nachtmerrie die me ooit is overkomen. Mijn darmen zijn heel erg van streek. Ik ben al voor de derde keer vandaag naar het toilet geweest, maar ik durf er niet op te gaan zitten. Ik gruwel van alle bacteriën. Dat ik niet zelf kan doortrekken is nog het ergst. Het lijkt uren te duren voordat de bewakers op mijn bel reageren en al die tijd zit ik in mijn eigen stank. Ik heb het koud. Ze hebben me een papieren laken gegeven en een paardendeken met gaten erin. En ik word gek van de herrie op de cellengang.”

Van der Zee weet de boeven treffend te beschrijven. „Ik zit bij de politie dicht op het vuur. Door de wetenschappelijke onderzoeken die ik deed, heb ik ontzettend veel daders gesproken. Ik zie goed hoe criminele levens zich ontwikkelen.”

Ze begon haar politieloopbaan met het interviewen van overvallers. Ze heeft vorig jaar ook nog een aantal dagen incognito gevangengezeten in een politiecel, om het systeem vanachter de tralies te observeren. „Het is verbazingwekkend hoe je al na een paar uur echt een gedetineerde wordt. Gestript van je bezittingen en communicatiemiddelen heb je een machteloos gevoel. Ik had alleen contact met een verslaafde vrouw op de luchtplaats. Toen ik na drie dagen buiten stond, was ik echt gedesoriënteerd.”

Met alle boeven in haar boek is iets mis. Ze zijn verslaafd, psychopaat, schizofreen of getraumatiseerd. Zo is het in het echt ook, verzekert ze. „In de media worden criminelen vooral geportretteerd als mensen die willens en wetens kiezen voor een misdadige levensstijl. Maar in werkelijkheid is er een ontzettend dunne lijn tussen de brave burger en degene die in de gevangenis terechtkomt. Je leven kan door omstandigheden opeens in de soep lopen.”

Ammar is asielzoeker uit Irak. Hij wordt door neven als chauffeur ingeschakeld bij een overval en verhoord.

„Ik weet niet meer wat ik moet zeggen of doen om de rechercheurs duidelijk te maken dat ik van niets weet. Dat ik niet zo ben. Dat ik in mijn hele leven nog nooit iets heb gedaan dat niet mag. Behalve illegaal in Nederland zijn. Het ergste is nog dat ik niemand mag bellen. Ik zou zo graag mijn vrouw bellen. Haar willen vertellen dat ze zich geen zorgen hoeft te maken. Dat dit Nederland is en niet Irak.”

Van der Zee legt uit dat het idee dat Nederland te soft met zijn geboefte omspringt, niet strookt met de realiteit. „De gevangenispopulatie is deze eeuw vrijwel nergens in Europa zo sterk gegroeid als in Nederland”, zegt ze. „De straffen zijn tussen 2000 en 2009 met 10 procent in zwaarte toegenomen. En het helpt niet. Zo’n 75 procent van alle gedetineerden gaat op den duur weer in de fout.”

Tegelijkertijd maakt het politiewerk volgens Van der Zee „een enorme ontwikkeling door”. Ze is enthousiast over het zogeheten barrièremodel. „Het gaat niet alleen om het vangen van steeds meer boeven. De politie probeert op meer innovatieve manieren met partners, zoals het openbaar bestuur of de FIOD, hindernissen voor crimineel gedrag op te werpen. Straffen is uiteindelijk toch meestal teleurstellend.”

In Het Staatshotel schetst Van der Zee alternatieven voor de celstraf. Ze verwacht meer heil van herstelrecht. „Slachtoffer en dader moeten via een bemiddelaar in gesprek gaan over wat er is gebeurd en hoe de schade kan worden gerepareerd. Het is zaak dat de dader onder ogen ziet wat hij heeft aangericht en leert dat hij er verantwoordelijkheid voor neemt.

Van der Zee is ook enthousiast over een nieuwe Amerikaanse stroming, de zogeheten convict criminology. „In de Verenigde Staten behalen steeds meer gedetineerden tijdens hun celstraf een academische graad als psycholoog, criminoloog of socioloog. Als ervaringsdeskundigen zijn ze heel goed in staat te analyseren waarom iemand in de gevangenis terecht is gekomen en wat er kan worden gedaan om recidive te voorkomen.” Convict-criminologen zijn voorstander van vormen van militaire of sociale dienstplicht voor misdadigers. Het geeft gedetineerden vaardigheden die de integratie bevordert en het verbetert de sociale vaardigheden.

Van der Zee vertelt over Marokkaanse hangjongeren die nu in Utrecht bingoavonden voor bejaarden organiseren. „Toegegeven, het klinkt soft, maar als het werkt, is daar toch niets mis mee?”