De Vlaming met een Franse naam heeft andere genen

Vlamingen met achternamen als Larmuseau hebben een wat ander genetisch profiel dan streekgenoten met Vlaamse namen. Een kwestie van historische migratie.

Vlamingen met een Franse achternaam zijn in het dagelijkse leven niet te onderscheiden van Vlamingen met een Nederlandse achternaam: ze spreken Vlaams en smullen even goed van paling in ’t groen. Toch bestaan er subtiele genetische verschillen tussen de twee groepen. Het zijn de sporen van een eeuwenoude migratiestroom. Dat schrijven Belgische genetici samen met Familiekunde Vlaanderen in een artikel dat binnenkort verschijnt in het wetenschappelijke blad Heredity.

De genetici deelden de deelnemers aan hun onderzoek, allen autochtone Vlamingen met een stamboom die teruggaat tot 1750, in twee groepen in. In de ene zaten 550 Vlamingen met een authentiek Vlaamse achternaam (Van den Cloot, Van den Beemt, De Bie), in de andere 50 proefpersonen met een achternaam van Franse oorsprong (Seynaeve, Ghesquire). „Dat is ongeveer de verdeling zoals we die in heel Vlaanderen zien”, zegt Maarten Larmuseau, zelf Vlaming met een Franse achternaam en eerste auteur van het artikel.

Daarna bepaalden de onderzoekers welke genetische markers (‘haplogroepen’ in het jargon) op het Y-chromosoom lagen. Omdat Y-chromosomen van vader op zoon overerven – net als achternamen – hebben haplogroep en achternaam een gemeenschappelijke geschiedenis.

„In Vlaanderen zijn achternamen al in de veertiende eeuw ingevoerd”, zegt Larmuseau. „De handel bloeide hier eerder op dan in Holland. Steden groeiden snel, achternamen waren nodig om de mensen uit elkaar te houden.” De Vlaamse genealogische archieven gaan vaak maar terug tot de zeventiende eeuw.

Precies dat gat is nu met genetische informatie toch te vullen: de haplogroepen van Vlamingen met een Franse achternaam bleken het meest overeen te komen met die van de huidige inwoners van het Franse Nord-Pas-de-Calais en Île-de-France.

De genetici concluderen daaruit dat zowel Franse achternamen als haplogroepen afkomstig zijn van Franse migranten. Zij hebben zich waarschijnlijk rond het einde van de zestiende eeuw in Vlaanderen gevestigd. Uit volkstellingen blijkt dat de Vlaamse bevolking toen met een derde tot de helft kromp. Na de val van Antwerpen in 1585 migreerden veel (protestantse) Vlamingen naar Holland, om economische en religieuze redenen. Hoeven en dorpen kwamen leeg te staan. Larmuseau: „Franse migranten uit Picardië en de omgeving van Lille hebben Vlaanderen gedeeltelijk herbevolkt.”

Historische documenten bevestigen dat scenario. Larmuseau: „Er bestaan brieven waarin pastoors klagen dat ze niet meer met hun parochianen communiceren kunnen. Na een paar generaties hadden de migranten zich echter al aangepast aan de Nederlandse cultuur. Hun Franse achternamen zijn het enige overblijfsel van deze migratiegolf.”

Larmuseau benadrukt dat het onderzoek niet betekent dat er ook biologische verschillen tussen de twee groepen bestaan. „Zover we weten hebben haplogroepen geen functie.”

De Franse herkomst van Franse achternamen is nu aangetoond, maar Larmuseau vermoedt dat het principe breder geldt. „De stamvader van een Vlaming die Van Gils heet, komt waarschijnlijk uit Nederland.”

    • Lucas Brouwers