Wil je dit op je 70ste? Stuur de tanker vast bij

nrc.next-redacteur Anne Dohmen laat brieven van haar pensioenfonds het liefste dicht – net als veel Nederlanders. Tijd voor actie!

Jamaica --- Woman wading in sea --- Image by © Magdalena Wosinska/Corbis
Jamaica --- Woman wading in sea --- Image by © Magdalena Wosinska/Corbis © Magdalena Wosinska/Corbis

Redacteur Werk & Geld

‘Neem gewoon je schoenendoos met je pensioenpapieren mee. En natuurlijk je hypotheekoverzichten en lijfrenteverzekering.”

Mijn pensioenpapieren zitten in gesloten enveloppen. Weggestopt in willekeurige laden en mappen. En ik heb geen hypotheek en ook geen lijfrenteverzekering. Maar ik heb pensioenadviseur Jan Zwiers zelf om advies gevraagd, nadat ik, tegen mijn gewoonte in, een envelop openmaakte van een pensioenfonds.

Het fonds vraagt om actie: wil ik mijn pensioen wel of niet overdragen aan het fonds van mijn nieuwe werkgever? Hoewel ook deze brief voor geruime tijd verdween in een la – pure paniekreactie bij de gedachte dat ik me moet verdiepen in zoiets onbegrijpelijks als mijn pensioen – bleef het knagen. Want als je aan je derde pensioenfonds toe bent en de dertig nadert, is het dan niet eens tijd dat je je eigen pensioen begrijpt? Dus: moet ik spreiden of moet alles op één plek? Moet de pensioencrisis een rol spelen in mijn afweging? En moet ik me hier echt nu al mee bezighouden?

Lans Bovenberg, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg, zegt dat het te vroeg is om me zorgen te maken. Er kan nog zoveel gebeuren tussen nu en mijn zeventigste. Want dat, zegt hij, zal op z’n vroegst mijn pensioenleeftijd zijn. De verhouding is ongeveer één op twee, legt hij uit. Je werkt veertig jaar en krijgt twintig jaar pensioen. „Dus als je langer leeft, werk je langer. Was dat een voor iedereen bekend principe geweest, dan zou het ophogen van de pensioenleeftijd de vijftigplussers niet zo rauw op hun dak zijn gevallen.”

Met meer dan veertig werkjaren voor de boeg moeten twintigers volgens Bovenberg vooral zorgen dat ze leuk werk hebben. „Jij moet investeren in jezelf, in menselijk kapitaal. Vaardigheden onder de knie krijgen die je kunt verkopen op de arbeidsmarkt: scholing en een goede baan waarvan je veel leert.” En begin alvast met vermogen opbouwen, raadt hij aan. „Zie je pensioen in bredere zin. Spaar minimaal 5 procent van de aankoopprijs bij elkaar, koop dan een huis tegen een aantrekkelijke prijs en los het af gedurende je werkende leven.” Want de pensioencrisis is nog niet zomaar voorbij. Pensioenfondsen hebben nog steeds te weinig geld om de pensioenen mee te laten groeien met de lonen en de prijzen. En dat zal nog wel even zo blijven, voorspelt Bovenberg. „Het is een reflectie van de Europese crisis. De rente*, een maatstaf om de toekomstige rendementen van pensioenfondsen te voorspellen, blijft laag, ook op de lange termijn. En ook de vergrijzing is een probleem, waardoor minder mensen het pensioen van meer mensen moeten betalen.”

Goed. Ik heb gestudeerd en heb een leuke baan. Ik heb dus geïnvesteerd in menselijk kapitaal. En nu? Pensioenadviseur Jan Zwiers wil me wel adviseren, maar dan heeft hij, behalve mijn pensioenpost, jaaroverzichten en salarisstrookjes, ook een pensioenoverzicht nodig. Hij wijst op de website mijnpensioenoverzicht.nl, waar al je pensioeninformatie wordt verzameld. Je logt in met je DigiD en dan zie je wat je per pensioenfonds hebt opgebouwd, wat voor pensioen je kunt bereiken en wat je eventuele partner en kinderen krijgen als je overlijdt. Compleet met grafiekjes en tabellen. Er gaat een wereld voor me open. Voor het eerst wordt mijn pensioen tastbaar. Het overzicht is nog niet helemaal actueel – de meest recente veranderingen zijn nog niet ingevoerd – maar ik betrap mezelf erop dat ik met enig enthousiasme uitreken wat ik zou krijgen als ik doorga zoals nu. Niet slecht, lijkt me: het ziet ernaar uit dat mijn pensioen niet lager uitvalt dan mijn huidige inkomen. Maar zeker weten doe ik het niet.

„Wat wil jij?” Dat is wat Zwiers van me wil weten. Je kunt volgens hem best leven van alleen je AOW – 9.200 euro voor een gehuwde of samenwonende, 13.000 euro voor een alleenstaande. Maar je kunt er niet mee emigreren naar de Côte d’Azur. „Wil je kinderen? Word je ongelukkig als je na je pensionering minder inkomen hebt dan nu? Ga je een huis kopen, aflossen en dat na je pensionering weer verkopen? Wil je emigreren? Wat zijn je dromen?” Het duizelt me. Ik heb daar nog nooit over nagedacht. En nu ik er wel over nadenk, weet ik het nog steeds niet. Dat verbaast Zwiers niet. Nederlanders, zo is zijn ervaring, hebben de neiging om vooral niet te veel na te denken. Ook Bovenberg zegt dat het maar goed is dat de meerderheid van de Nederlanders een CAO heeft met bijbehorend verplicht pensioen. Hij vertelt over verschillende onderzoeken die uitwijzen dat mensen kortzichtig zijn en te weinig discipline hebben om te sparen voor hun oude dag. En dan ontdekken ze als ze met pensioen gaan dat ze onvoldoende gespaard hebben. Bovenberg: „De overheid beschermt mensen tegen zichzelf.”

Zwiers vergelijkt het pensioen met een tanker. „Als je die op tijd op koers zet, hoef je steeds alleen maar een tikje te geven om ’m op koers te houden. Doe je dat niet op tijd, dan is ’ie allang de verkeerde kant opgevaren.” Je pensioen is niks meer dan een grote spaarpot, vervolgt hij. De grootste van je leven. Wil je 10.000 euro pensioen per jaar – wat niet veel is – dan heb je een spaarpot van 180.000 euro nodig. Een pensioen is dus héél erg duur, benadrukt hij, terwijl hij een tabel tekent op een ruitjesvel. Voor een goede pensioenregeling moet er 12 tot 15 procent van je salaris afgehaald worden. Een deel daarvan betaal je zelf, een deel betaalt je werkgever.

Mijn pensioenadviseur tekent drie partijen: de overheid, de werkgever en privé. Op de eerste twee heb je geen invloed – AOW en ouderdomspensioen – en op de derde wel. „Daar doe je de bijsturing van die tanker.” En dat moet, volgens hem, want we moeten veel meer zelf regelen nu we niet meer veertig jaar voor dezelfde werkgever werken. „Je hebt veertig jaar de tijd om rendement te maken.” Hij adviseert dit: koop een huis – en los het af – als je van plan bent er langere tijd te blijven wonen. Langere tijd is meer dan drie of vier jaar. Anders is het, gezien de huizencrisis op dit moment, misschien te risicovol. Spaar 20.000 euro bij elkaar voor onvoorziene uitgaven. Want dan, zegt hij, „pak je geen verlies als je auto of je wasmachine kapotgaat”. Alles boven de 20.000 euro beleg je, omdat spaargeld niet veel rendement oplevert. Dat kan op een redelijk veilige manier, met obligaties (je leent kapitaal aan de Staat of aan bedrijven en krijgt daar een hogere rente voor dan wanneer je je geld op de bank laat staan) of op een risicovolle, maar mogelijk lucratievere manier, met aandelen.

Jan Zwiers bladert door mijn papieren. Leest voor uit een brief dat ik zes maanden de tijd heb om te beslissen of ik mijn pensioen wel of niet mee wilde nemen. En dat die zes maanden al voorbij zijn. Hij zucht. Iedere keer als je – meestal door een verandering van baan – van pensioenfonds wisselt, is er een wettelijk vastgelegde periode van zes maanden om te besluiten of je je pensioen meeneemt. Heb je meerdere fondsen, dan kun je bij elke wisseling per fonds beslissen. Is het erg dat ik te laat ben? Zwiers: „Acht van de tien waardeoverdrachten zijn zinloos, of zelfs onverstandig. Jouw pensioen ziet er prima uit, het is een sluitend verhaal omdat al je werkgevers pensioenregelingen hadden. Maar als je op tijd was geweest, had je een waardeoverdrachtverzoek kunnen doen. Dan had je vrijblijvend kunnen zien wat je krijgt als je je pensioen meeneemt naar je huidige fonds.” En dat was, zegt hij, waarschijnlijk wel gunstig geweest omdat de dekkingsgraad* van een van mijn pensioenfondsen volgend jaar met een half procent zal dalen.

Het zijn die dekkingsgraden waarnaar je moet kijken bij de keuze om je pensioen al dan niet mee te nemen. Bij een lage dekkingsgraad heeft een pensioenfonds onvoldoende geld in kas om de pensioenen gelijk met de inflatie op te hogen. Dus: is de dekkingsgraad van je oude pensioenfonds lager dan die van je nieuwe, dan is meenemen waarschijnlijk een goede beslissing, omdat je anders de indexatie van de komende jaren mist. Maar er spelen meer overwegingen een rol, bijvoorbeeld de vergrijzing van het fonds: het ene fonds moet meer pensioenen uitbetalen aan 65-plussers dan het andere fonds. Daarom vindt Lans Bovenberg het vervelend dat mensen die keuze zelf moeten maken. „Je moet je er echt in verdiepen, dat is voor de meesten veel te ingewikkeld. In een ideale situatie maakt het niet uit of je het meeneemt of niet. Maar ik denk dat het in het nieuwe pensioenstelsel, dat waarschijnlijk per 1 januari 2014 wordt ingevoerd, wel makkelijker wordt.”

Aan mijn werkgeverspensioen kan ik nu niets doen. Dat geeft rust, als er weer een envelop van een pensioenfonds op de deurmat valt. Maar ik kan die tanker wel bijsturen. Een huis kopen zie ik nog niet zitten. Dus wordt het 20.000 euro bij elkaar sparen en daarna beleggen. Misschien nog niet eens zo’n gek idee.