‘We slaan vaak geen acht op kinderen’

Kauwboy won de juryprijs voor beste jeugdfilm op de Berlinale. Over een vader, een zoon en een kauw. Boudewijn Koole voelde de emoties door de zaal golven.

Boudewijn Koole: „Ik denk dat kinderen prima met zware emoties kunnen omgaan. Mensen gaan dood, ouders maken ruzie: dat zijn dingen die veel kinderen meemaken.”
Boudewijn Koole: „Ik denk dat kinderen prima met zware emoties kunnen omgaan. Mensen gaan dood, ouders maken ruzie: dat zijn dingen die veel kinderen meemaken.” Foto Thomas Bokeloh

Toen Kauwboy in februari in première ging op de Berlinale, het filmfestival van Berlijn, merkte regisseur Boudewijn Koole al snel dat het goed zat. „Het was in het Haus der Kulturen der Welt, met 1.400 stoelen: een mooie mix van volwassenen en kinderen. Ik voelde de emoties door de zaal golven. Kinderen zaten keihard te lachen, daarna werd het steeds stiller.” Hij zag een vader en zijn dertienjarige dochter steeds dichter tegen elkaar aankruipen. „Dat vond ik zo mooi.”

Kauwboy, het speelfilmdebuut van documentairemaker Boudewijn Koole, won in Berlijn de juryprijs voor beste jeugdfilm. Voor volwassenen is het ook een emotionele achtbaan, dit verhaal over het tienjarige stuiterballetje Jojo dat samenleeft met een bullebak van een vader. Als Jojo zich ontfermt over een tamme kauw, wordt duidelijk waarom het zo schuurt tussen vader en zoon.

„Volwassenen bekijken in Kauwboy de wereld weer even door de ogen van een tienjarige”, denkt Koole. „Ze zien hoe achteloos we soms met kinderen omgaan. In Nederland bedankte een vader me na afloop: ‘Niet dat ik hem sla hoor, maar ik ga wel wat met hem doen’.”

Die kauw is autobiografisch?

„Ik had als jongen een kraai, die kwam op een dag gewoon aanvliegen. Ik woonde in een zolderkamer in een huis aan de rand van het dorp en rommelde vaak in de velden rond, net als Jojo. Ik lokte de kraai met kippenvoer, hij was al tam. Soms verdwaalt zo’n tamme kraai en hecht zich dan aan een ander mens.

„Ik had hem drie maanden en was de coolste jongen van de buurt. Tot ik op een pleintje stond, hij zat in de dakgoot. Ik floot en het idee was dat hij op mijn schouder zou landen. Hij vloog met een prachtige boog laag over de grond, pal in de spaken van de fiets die voorbij reed.”

Dat was het eerste beeld van Kauwboy?

„Ja. Ik werk niet met een synopsis, maar schrijf een script scène voor scène. Die scène probeerde ik later te verzachten, maar dat lukte niet. In die driehoek van vader, zoon en kauw moet er iets geofferd worden. Aanvankelijk was dit trouwens helemaal geen kinderfilm. Het idee was veel zwaarder: een tienjarig jochie vermoordt zijn vader. Hoe kan het zover komen? Die vader was een gruwelijke man die de kraai de nek omdraait. Daarna doodt zijn zoon hem, alles een beetje half per ongeluk.”

In hoeverre is Kauwboy een kinderfilm?

„Ik denk dat kinderen prima met zware emoties kunnen omgaan. Mensen gaan dood, ouders maken ruzie: dat zijn dingen die veel kinderen meemaken. Als je weet hoeveel kinderen mishandeld of verwaarloosd worden: schokkende cijfers.

„Volwassenen kunnen de psychologie in Kauwboy plaatsen, kinderen zien de feiten en snappen niet alles. Daardoor raken de dingen ze vaak minder diep. Dan zie je vaders en moeders snikken, maar zijn de kinderen helemaal niet zo emotioneel. Ik hoorde achteraf dat ze Kauwboy heel grappig en zielig vinden, maar echt supercool is het dat Jojo zomaar een vies stuk kauwgum in zijn mond stopt.”

Kinderen en dieren regisseren geldt als lastig. Hoe doe je dat?

„Een kind geef je geen script. Als ze voor je gaan denken, wordt het onherroepelijk nep. Maar ze kunnen prima acteren, Rick Lens (Jojo) had bijvoorbeeld wel drie soorten boosheid op zijn palet. Hij komt gemakkelijk bij zijn emoties, soms moest ik hem een beetje uitdagen. Het voornaamste was dat hij me vertrouwde. Hij weet dat hij op gigaschermen overal in Nederland te zien is. En hij merkte natuurlijk heel snel dat hij in elke scène zat, dat de hele film op zijn schouders rustte.”