Subsidie helpt topkunst niet

Het aantal topkunstenaars in Nederland is in de afgelopen decennia afgenomen, ondanks een stijging van de subsidies voor scheppende kunsten.

Dat schrijven onderzoekers van het Wageningse onderzoeksbureau LEI in het tijdschrift ESB. Zij onderzochten het effect van de kunstsubsidies op het ontstaan van topkunst over een periode van 65 jaar.

De Nederlandse overheid gaf tussen 1946 en 2009 ongeveer 5,5 miljard euro uit aan het ontwikkelen en stimuleren van scheppende kunsten. Het merendeel van het geld kwam toe aan beeldende kunst. Er werd geld uitgetrokken voor studietoelagen voor kunstenaars, prijzen, kunstaankoopregelingen en inkomensvoorzieningen zoals de BKR en de WWIK.

Uit de studie komt naar voren dat het aantal opkomende kunstenaars vanaf de jaren zestig afnam, terwijl de subsidie-uitgaven toenamen, vooral na het jaar 2000 (van 120 miljoen euro naar 290 miljoen euro per jaar). De onderzoekers, Ernst Bos en Aris Gaaff, trekken de conclusie dat de kunstsubsidies geen aantoonbaar effect hebben gehad op de voortbrenging van grootse beeldende kunst.