‘Schrijvers vergen te veel omhelzingen’

Bas Lubberhuizen/ Foto Roger Cremers

Bas Lubberhuizen, zoon van de illustere uitgever Geert Lubberhuizen, stopt als uitgever. Twintig jaar lang gaf hij alleen de boeken uit die hij zelf de moeite waard vond. ‘De situatie in het boekenvak was nooit zo onduidelijk als nu.’

Bas Lubberhuizen (65) is eigenaar van café Welling bij het Concertgebouw in Amsterdam. Vroeger had hij ook café Vertigo, bij het Filmmuseum. Nog eerder, begin jaren zeventig, richtte hij samen met Jan in ’t Hout ‘Litterair café De Engelbewaarder’ op. De vriend deed de horeca, Bas de ‘litteratuur’. Want boeken zaten bij Lubberhuizen in de familie. Zijn vader Geert richtte Uitgeverij De Bezige Bij op en was er decennialang uitgever.

Met Vertigo verdiende Bas Lubberhuizen zo goed dat hij naast het café in 1991 een kleine uitgeverij begon waar hij boeken ging uitgeven waar andere uitgevers voor terugdeinsden. Boeken waarvan hij vond dat ze er moesten komen. Over Amsterdam, en later over steden in het algemeen. Over schrijvers uit de marge, zoals Willem Walraven junior, en over schrijvers met grote namen als Elsschot, Theo Thijssen en Multatuli. Een tijdschrift, De Parelduiker, waarin vergeten literaire schatten over het voetlicht komen.

Nu is het twintig jaar later en deze maand neemt Lubberhuizen afscheid als uitgever van uitgeverij Bas Lubberhuizen. Hij blijft als participant betrokken, maar heeft geen meerderheidsbelang. Wieneke ’t Hoen, in het verleden al jaren werkzaam voor Lubberhuizen, is hem opgevolgd. Het interview vindt plaats op het terras van café Welling, dat Lubberhuizen slechts één keer verlaat, om een exemplaar te halen van de biografie, Geert Lubberhuizen, uitgever. Het mysterie van de Van Miereveldstraat (De Bezige Bij en Bas Lubberhuizen, 1994) die journalist Wim Wennekes schreef over vader Geert.

Waarom stopt u bij de uitgeverij die uw naam draagt?

„Vooral omdat niets meer vanzelfsprekend is in het uitgeefvak. Er verandert zo veel tegelijk, dat ik mij niet in staat acht om de omslag te maken die nodig is. Als je vroeger iets wilde weten, dan keek je in een boek. En als uitgever wist je: als dit boek goed wordt besproken in die krant, dan verkoop ik genoeg exemplaren. Tegenwoordig moet je het publiek op andere manieren zien te vinden. Mijn opvolgster zal de band tussen uitgever, boek en koper opnieuw moeten definiëren. Daar komen zaken als Twitter, ebooks en apps bij kijken. Maar ook het papieren boek zal een belangrijke rol blijven vervullen, daar ben ik van overtuigd.”

Abonnees kunnen het hele interview hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 13 april 2012, pagina 4 - 5.

    • Ward Wijndelts