Klagen over Spelen schept een band

Met nog 100 dagen te gaan voor de Spelen is er van olympische opwinding onder Londenaren nog weinig te merken. „Wij Britten doen niet aan enthousiasme.”

Walkers on a tour listen as their guide speaks to them on a public footpath opposite the Olympic Park in East London April 11, 2012. Westfield will be the main gateway to the Olympic Park in Stratford, and politicians hope it will help a previously neglected part of east London become a place of destination, attracting investment and tourists. Picture taken April 11. To match Feature OLYMPICS/STRATFORD REUTERS/Andrew Winning (BRITAIN - Tags: SPORT OLYMPICS TRAVEL BUSINESS)
Walkers on a tour listen as their guide speaks to them on a public footpath opposite the Olympic Park in East London April 11, 2012. Westfield will be the main gateway to the Olympic Park in Stratford, and politicians hope it will help a previously neglected part of east London become a place of destination, attracting investment and tourists. Picture taken April 11. To match Feature OLYMPICS/STRATFORD REUTERS/Andrew Winning (BRITAIN - Tags: SPORT OLYMPICS TRAVEL BUSINESS) REUTERS

„Het wordt een ramp. Ik voorspel het je. Er hoeft maar één idioot zijn rugzak op het perron achter te laten en het wordt een chaos. Wat zeg ik: het wordt hoe dan ook een chaos. Denk je dat het station hier in Stratford al die toeristen aankan? Ik dacht het niet. En bij London Bridge zeggen ze dat het wel twee uur kan gaan duren voordat je een metro te pakken krijgt. Hoe moet ik dan naar mijn werk. Fietsend?”

De vraag aan de 39-jarige Peter Wilkinson was of hij uitkijkt naar komende zomer. Over honderd dagen vinden in Londen de Zomerspelen plaats. Hij zit met een pasteitje op de trappen van een kerk in Stratford, op nog geen vijf minuten van het Olympisch Park. De stoep is, zoals op zoveel plekken in de Britse hoofdstad, opengebroken. De laatste gaten worden gedicht zodat de olympische toeristen niet zullen struikelen. Zigzaggend lopen schaarsgeklede meisjes met kinderwagens, vrouwen in boerka’s en Jamaicaanse jongens met hun broek op half zeven door de straat.

Wilkinson is niet de enige die moppert. Vraag een willekeurige Londenaar naar de Spelen en er volgt een tirade, vaak met de verzuchting ‘ik blijf niet in Londen’. Er wordt geklaagd over een tekort aan kaartjes voor Londenaren, over extra kosten voor beveiliging, over verwachte files en drukte in het openbaar vervoer, over een mogelijk gebrek aan klandizie in winkels, restaurants en theaters. Er wordt gewaarschuwd voor een tekort aan water wegens de droogte, voor een tekort aan bloed, voor een griepepidemie, voor drukte op vliegveld Heathrow, voor aanslagen. En de bookmakers spelen er handig op in: de kans dat de vlam valt? 4-11. De kans op een staking van metropersoneel? 5-1.

Het staat in schril contrast met de optimistische boodschap van organiserend comité (Locog). „On time, on budget”, is de inmiddels gevleugelde uitspraak van politici en olympische functionarissen. Londen zette 9,3 miljard pond opzij, en het comité heeft naar eigen zeggen nog 500 miljoen pond over voor onvoorziene uitgaven. De nieuwe stadions zijn af en overal werden zonder al te grote problemen proefwedstrijden gehouden. Rond het Olympic Park heerst weliswaar nog steeds grote bedrijvigheid, maar de bouwwerkzaamheden zijn vooral cosmetisch. Zelfs de voetgangersbrug en de oefenbanen voor de atleten zijn klaar. Vrijwilligers worden getraind, rampenoefeningen zijn gehouden en het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft zijn laatste inspectie voltooid.

„Wij Britten doen niet aan enthousiasme”, zegt filosoof Julian Baggini, auteur van het boek Complaint: From Minor Moans to Principled Protests. „We zijn een land vol geboren mopperaars. Het past gewoon niet bij ons om dingen van de zonnige kant te zien.” Sterker nog: de Britten geloven vaak „dat als iemand het op het laatste moment kan verknallen, wij dat zijn”, zegt Ellis Cashmore, hoogleraar Cultuur, Media en Sport aan Staffordshire University.

Zeven jaar geleden, toen Londen de Spelen kreeg toegewezen, waren de Britten wel uitgelaten. Juichend vielen de delegatieleden in Singapore elkaar in de armen, op Trafalgar Square in het centrum van Londen feliciteerden vreemden elkaar, in Stratford heerste een euforische stemming. De vreugde duurde maar kort. Een dag later ontploften tijdens de ochtendspits bommen in de metro en een bus.

Nu is vooral sprake van „sober realisme”, zegt hoogleraar Cashmore. „We weten nu wat het kost en dat er nauwelijks voordelen zijn voor de rest van het land. Er zijn zelfs nauwelijks voordelen voor degenen die buiten Oost-Londen wonen.” Het Britse gemopper, vindt hij daarom „volkomen gerechtvaardigd”. „We betalen ervoor, maar we plukken er niet de vruchten van.”

„Net als veel Britten heb ik geen enkel kaartje bemachtigd. Natuurlijk, er zijn nog kaartjes. Voor boogschieten, schermen, dat soort sporten. Ik weet dat ik er beroepsmatig in geïnteresseerd zou moeten zijn. Maar ken jij de regels? Als je naar die wedstrijden gaat, ga je vooral voor de ‘beleving’. Om de Spelen eens mee te maken.”

Volgens filosoof Baggini heeft het vele gemopper een andere reden. „Britten scheppen een band met elkaar door te klagen. Het is niet meer dan een weerpraatje.” Bovendien is het gefoeter meestal niet op feiten gebaseerd: „Negentig procent zou vanzelf verdwijnen als we onderzoek deden”, zegt Baggini. Dat blijkt ook in Londen. Zorgen dat toeristen de hele zomer zouden wegblijven, bleken bijvoorbeeld vorige week ongegrond.

Het gebrek aan geestdrift is volgens Baggini ook te verklaren. Voor de Britten is het onbeleefd jezelf op te hemelen – en daar is euforie onderdeel van. „We zijn ervan overtuigd dat we een natie zijn met een grootse geschiedenis. Er is geen enkele reden daarover op te scheppen. Je zult het ook zien als straks Britse sporters een medaille winnen. We zullen trots zijn, maar op een beheerste manier.”

Hoogleraar Cashmore, die zichzelf omschrijft als pessimist, zegt: „Let maar op: twee, drie weken voor de Spelen, als het voetbalseizoen voorbij is en de media zich richten op de Britse medaillekanshebbers, dan verandert er wat. Als de eerste klanken van de openingsceremonie klinken, zijn ook wij enthousiast.”

Ook het IOC maakt zich geen zorgen. De Duitse vicevoorzitter Thomas Bach van het internationaal olympisch comité zei onlangs tegen persbureaus dat elk gastland door dezelfde stadia gaat. Van blijdschap na het krijgen van de Olympische Spelen tot de zorgen over kosten en veiligheid, en uiteindelijk enthousiasme als de olympische vlam aankomt. „In Barcelona zouden de stadions niet op tijd af zijn. In Los Angeles zou iedereen worden beroofd. Ik ben ervan overtuigd dat we ook in Londen fantastische Spelen gaan zien en meemaken.”