Frankrijk brengt zijn eigen toekomst om zeep

In Frankrijk is zondag de eerste ronde van de presidentsverkie- zingen. Economisch gaat het slecht, maar vrijwel alle politici zoeken de oorzaken daarvan in het buitenland. Vooral euro en mondialisering moeten het ontgelden. Toch zijn het veeleer de starre arbeidsmarkt en de torenhoge staatsschuld die de Franse economie frustreren.

En alweer bijna 400 banen gered! President-op-campagne Nicolas Sarkozy bracht begin deze week goed nieuws naar de arbeiders en bedienden van de ‘Fonderie de Poitou Aluminium’ (FDPA), een fabrikant van cilinderkoppen voor de auto-industrie.

Op bezoek bij het bedrijf in Ingrandes, een dorpje aan de Loire ten oosten van Nantes, kondigde hij trots aan dat er eindelijk een bedrijf is gevonden dat de aluminiumverwerkende fabriek, in surceance sinds oktober vorig jaar, wil overnemen.

Het bedrijf wordt een onderdeel van Saint Jean Industries, een toeleverancier voor de auto-industrie. De overname wordt mede gefinancierd door Renault, voormalig eigenaar van de site en met 85 procent de belangrijkste afnemer van de cilinderkoppen van FDPA, en de Franse overheid. De overheid investeert via een investeringsfonds voor de automobielindustrie 12 miljoen euro in de vernieuwing van de verouderde fabriek.

„De president is komen aankondigen wat iedereen al een tijd verwacht. Nogal doorzichtig”, reageerde de linkse vakcentrale CGT sceptisch. Bovendien moet de overname nog worden goedgekeurd door de rechtbank, dus de president komt een beetje voor zijn beurt spreken, aldus de vakbondsvertegenwoordigers. Lees: voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van komende zondag.

Het verhaal van FDPA doet denken aan dat van de lingeriefabrikant Lejaby uit Yssingeaux, ten zuidoosten van Lyon. De ruim 90 medewerkers, bijna allemaal vrouwen, zagen begin dit jaar hun baan bedreigd, omdat er geen overnemer werd gevonden voor het bedrijf dat in oktober vorig jaar failliet werd verklaard.

Voor Lejaby werkten tot kort voor het faillissement 450 werknemers, maar het waren de vrouwen van Yssingeaux die de inzet werden van een mediagenieke overnamestrijd tussen de lokale socialistische politicus Arnaud Montebourg, die met een pleidooi tegen globalisering goed had gescoord tijdens de voorverkiezingen van de PS, en de president zelf.

De dag dat Sarkozy, begin februari, zijn uit deze regeio afkomstige minister Laurent Wauquiez (Hoger Onderwijs) naar de protesterende arbeidsters stuurde om een redding aan te kondigden, wordt gezien als de officieuze start van de campagne voor zijn herverkiezing.

De textielarbeidsters gaan binnenkort dure luxetassen aan elkaar stikken voor een onderaannemer van het Franse modeconcern Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH). Voor de redding van het bedrijf was Sarkozy persoonlijk gaan pleiten bij zijn goede vriend Bernard Arnault, de steenrijke bestuursvoorzitter én algemeen directeur van LVMH.

En zo waren er de afgelopen maanden nog wel wat spectaculaire bedrijfsreddingen, zoals die van de producent van zonnepanelen PhotoWatt door staatsbedrijf Électricité de France (EDF), een overname die de ruim 400 werknemers ook al te horen kregen van Sarkozy. Daarna raasde hij als een soort crisismanager door het land om ook bij autoconcern PSA (Peugeot Citroën) industriële banen te gaan redden.

‘Uiteraard is niemand tegen het redden van banen als dat kan. Maar tegen welke prijs voor de overheid gebeurt dit? En hoe levensvatbaar zijn die banen? Dat zijn vragen die bijna niemand stelt, die je bijna niet mag stellen. De kandidaten komen wel om de haverklap met reddingen à la Sarkozy, of met wereldvreemde voorstellen zoals het afschaffen van de euro door de extreemrechtse Marine Le Pen. Of het verbieden van ontslagen en een maximuminkomen van 360.000 euro per jaar, ideeën van de extreemlinkse Jean-Luc Mélenchon. Allemaal bedoeld om de media-agenda te halen. Maar er is er niet één met een groot hervormingsproject voor Frankrijk of de Franse economie, terwijl net dat zo dringend nodig is”, aldus hoogleraar politicologie Dominique Reynié, tevens verbonden aan de liberale denktank Fondapol.

Integendeel, stelt hij vast. „De meeste Franse politici zoeken de oorzaken voor het falen van de economie buitenshuis. Als het niet de schuld is van de euro of van de globalisering, dan toch op zijn minst van de mondiale crisis. Maar Frankrijk telt nu ruim 5,3 miljoen ambtenaren, meer dan ooit. Statutair benoemd voor het leven, dus onmogelijk te ontslaan. We zijn dus helemaal niet aan het liberaliseren. De staatsschuld is met 1.700 miljard euro, 85 procent van het bruto binnenlands product nog nooit zo hoog geweest. De uitgaven van de overheid bedragen 57 procent van het bbp, een Europees record. Dat heeft allemaal niets met de euro of globalisering te maken”, aldus Reynié.

Volgens Reynié is het Franse model mee verantwoordelijk voor de torenhoge staatsschuld die een bedreiging vormt voor de sociale welvaartstaat. Terwijl andere landen decentraler zijn geworden, is Frankrijk juist centralistischer geworden. „In Franrkijk heerst nog een geloof in de sterke staat, een monarchistisch model met een sterke leider bovendien.”

Dat hele model is volgens Reynié achterhaald, inclusief het Franse electorale systeem dat de macht in handen van die ene sterke president legt. „Politici weten dat, maar ze durven niet te zeggen: ik ga de staat demonteren, ik ga fors bezuinigingen op de overheidsuitgaven. De enige die dat een beetje durft en al jarenlang waarschuwt voor de gevaren van de te hoge staatsschuld, de centrist François Bayrou, daalt in de peilingen tot onder de 10 procent. Dus kiezen de meeste politici voor de vlucht naar voren en houden ze de mythe van het machtige Frankrijk in stand. Er heerst veel misprijzen voor de politieke instabiliteit tijdens de Derde Republiek [1870 tot 1940, red.], maar er was toen tenminste wel economische groei.”

Wie straks ook president wordt, enige speelruimte krijgt hij niet. Integendeel. „Of het nu Hollande of Sarkozy of nog iemand anders wordt, de nieuwe president heeft maar één zekerheid: hij moet fors gaan besparen op de overheidsuitgaven. Die moeten zo snel mogelijk terug naar 49, het liefst zelfs 48 procent van het bbp”, zegt hoogleraar economie Christian De Boissieu, voorzitter van de Raad voor Economische Analyse, een gezelschap van 28 economen dat de economische keuzes van de regering probeert te onderbouwen.

Als adviseur van diverse premiers wil De Boissieu liever niet ingaan op de oorzaken van de belabberde overheidsfinanciën, maar wel vooruit kijken naar de prioriteiten voor de toekomst. „We moeten opnieuw groei zien te creëren, een probleem van heel Europa. In Frankrijk moeten we dat doen door kleinere bedrijven niet langer te belemmeren door te groeien tot middenbedrijven. Want die hebben we nu niet. Vandaar ook onze negatieve handelsbalans”, aldus De Boissieu.

De econoom ziet vooral heil in Europese groeistimulansen, maar er zijn ook maatregelen die Frankrijk alleen kan nemen. „We zullen zeker iets moeten doen aan de loonkosten, die nu veel te hoog zijn in vergelijking met vooral Duitsland. Een werknemer die 1.750 euro netto per maand verdient, kost zijn werkgever 4.000 euro per maand. Dat is te veel.”

„Alle hervormingen zullen in het teken moeten staan van die groei, anders zakt Europa naar de tweede divisie van de wereldeconomie”, vreest De Boissieu. In de roep om meer protectionisme, die zowel links als rechts opduikt, ziet hij geen heil. „Dat is een verlies-verliessituatie. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, het enige wat ons vooruithelpt, is samen onze kenniseconomie stimuleren.”

Om de groei te stimuleren is De Boissieu zelfs niet bang voor een beetje inflatie. „Werkloosheid, en vooral de jeugdwerkloosheid, zijn veel grotere gevaren voor ons.” In Frankrijk steeg de werkloosheid onder Sarkozy met 3 procentpunt tot bijna 10 procent, meer dan 5 miljoen Fransen. De jeugdwerkloosheid is eind vorig jaar zelfs opgelopen tot bijna 22 procent, een aantal dat De Boissieu ernstig zorgen baart.

„Economisch is dat misschien wel het enige thema dat er echt toe doet. Maar we hebben 1,5 procent groei nodig om de bestaande werkgelegenheid te behouden en zelfs 2 procent nodig om de werkloosheid te doen dalen. Dat halen we de komende jaren helaas niet”, aldus De Boissieu.

„Maar we zijn wel aan de beterende hand”, riposteert Valérie Pécresse, minister van Begroting in de regering van François Fillon. „Frankrijk is het enige land in Europa met een kleine groei in het laatste kwartaal van 2011. En de overheidsuitgaven zijn in 2011 voor het eerst in dertig jaar gedaald. Als Sarkozy wordt herkozen, zullen de overheidsuitgaven verder dalen met 110 miljard euro over vijf jaar. Dat is ons engagement. Een op de twee ambtenaren die met pensioen gaat wordt niet vervangen, en er komt een besparingspact met de lagere overheden.”

Volgens Pécresse was het uiteraard de intentie om sneller te besparen op de overheidsuitgaven. Maar daar stak de crisis een stokje voor. Frankrijk is die crisis beter doorgekomen dan veel andere landen, en zonder sociaal protest, zegt Pécresse met enige trots. „Dat is de verdienste van Sarkozy, daar zijn socialistische leiders in landen als Griekenland of Spanje niet in geslaagd.”

Marcel Grignard, adjunct secretaris-generaal van de vakcentrale CFDT, heeft een hekel aan dat zwartepieten van politici. „Frankrijk is een cynisch land geworden dat toekomstige generaties in gevaar brengt”, klinkt het allerminst vrolijk. „Terwijl we juist nu een sociaal pact nodig hebben, waarin we bijvoorbeeld loon inleveren in ruil voor werk.”

Maar Frankrijk heeft volgens Grignard een traditie van een slechte sociale dialoog, slecht onderwijs voor de lagere klassen en slechte verhoudingen tussen de minst bedeelden en degenen die het beter hebben.

„Frankrijk is voor niemand een voorbeeld, op geen enkel vlak. Dit is een land waar een jonge gepensioneerde meer verdient dan een arbeider, en een land met 10 procent werkloosheid dat overwerk stimuleert door de belasting op overuren te schrappen. Ronduit schandalig”, zegt Grignard.

Politicoloog Reynié ziet alleen maar politici die bang zijn van grote veranderingen, die geen onpopulaire maatregelen willen aankondigen. Regeringsadviseur De Boissieu ziet een land dat op de dool is, met bange inwoners die besparen op eten en huisvesting om toch maar een iPhone te kunnen betalen.

Ziet vakbondsman Grignard nog redenen voor hoop? „Alleen als we op Europees niveau met een schone lei naar de toekomst kijken, en niet zoals nu voortdurend fouten en foutjes uit het verleden willen bijstellen. In Frankrijk krijgen we daarvoor de keuze tussen de onzekere factor Hollande en de onvoorspelbare factor Sarkozy. Is dat antwoord duidelijk genoeg?