Hulp voor Wells Fargo en JP Morgan van staat en ECB

Zelfs het overtreffen van de verwachtingen heeft Jamie Dimon en John Stumpf niet kunnen behoeden voor een nerveuze reactie van hun aandeelhouders. De topmannen van JP Morgan en Wells Fargo kwamen met cijfers over het eerste kwartaal die beter waren dan verwacht. Toch zijn de aandelenkoersen van beide banken gekelderd, samen met die van de rest van de sector. Dat kwam niet alleen door de hernieuwde zorgen van beleggers over Europa, maar ook door de twijfelachtige aard van de prestaties zelf.

De twee toonaangevende Amerikaanse banken hebben het goed genoeg gedaan. Zowel de omzet als de winst is opgeveerd in vergelijking met de slechte tweede helft van vorig jaar. Maar beide banken wisten slechts een jaarrendement op het aandelenkapitaal te behalen van zo’n 12 procent. Dat is waarschijnlijk hoger dan hun kapitaalkosten, maar ook weer niet veel hoger.

Overheidsprogramma’s hebben direct of indirect geholpen de omzet op te krikken. Het luwen van de Griekse crisis en het besluit van de Europese Centrale Bank om geld te pompen in de Europese banken hebben de markten weer genoeg vertrouwen gegeven om de handelsstromen en de effectenkoersen te laten stijgen.

Het onlangs opnieuw opgetuigde U.S. Home Affordable Refinance Program (herfinancieringsprogramma voor de Amerikaanse huizenmarkt) heeft de winst ook een flinke steun in de rug gegeven. Dimon heeft gezegd dat het programma veel heeft bijgedragen aan de extra hypotheekinkomsten. Volgens Stumpf nam het programma 15 procent van de hypotheken van zijn bank voor zijn rekening, tegen een waarde van 20 miljard dollar (15,2 miljard euro).

Beide banken hebben ook extra risico’s genomen. JP Morgan ging het kwartaal in met 300 miljard dollar aan netto handelsbezittingen, meer dan branchegenoten. En ook het deel van de bezittingen dat relatief meer risico loopt – ook al is dat niet de beste maatstaf – is gegroeid. Wells Fargo heeft intussen een groter deel van de balans gevuld met langetermijnobligaties, die riskanter kunnen zijn als de rente gaat stijgen.

Wells Fargo is echter minder kwetsbaar voor de wisselvallige inkomsten uit de effectenhandel dan JP Morgan. En de kernwinst van Wells Fargo was, gemeten naar de winst vóór provisies, beter. Die is met 14 procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, terwijl die van JP Morgan feitelijk met ruim 10 procent is gedaald, na aftrek van een boekhoudkundig verlies op de eigen schulden en een eenmalige plus dankzij een faillissementsregeling voor Washington Mutual.

Daarom verdient het in Californië gevestigde Wells Fargo een hogere waardering dan zijn concurrent aan de oostkust. De bank van Stumpf wordt verhandeld op een niveau van 1,2 maal de boekwaarde (bezittingen minus schulden), terwijl JP Morgan blijft schommelen rond 1 maal de boekwaarde. Maar gezien het behaalde rendement heeft Wells Fargo weinig om over op te scheppen.

Antony Currie enAgnes T. Crane

Vertaling Menno Grootveld