Een camerageile paljas die wint

Thomas Voeckler heeft een bijzondere specialiteit. Wanneer een cameralens op hem wordt gericht gaat hij er eens goed voor zitten. Niet dat hij zichzelf zoals de meeste renners extra gestroomlijnd in het zadel legt en een zwierige doch trefzekere coup de pedale etaleert, hij gaat juist in de calvariestand. Voeckler speelt verkramptheid, zijn ruggetje trekt scheef alsof er met een zweep over wordt geranseld, en zijn knieën prikken naar buiten. Ziet de mensheid wel hoeveel of ik lijd. Ziet de mensheid wel hoeveel ik lijd voor hen!

Thomas kan prachtig ‘smoelen trekken’. Alsof een tandarts met zijn smerige boor een zenuw raakt. De traan in de ooghoek kan hij dan weer niet reproduceren, maar evengoed: chapeau! De smoelen van Thomas zijn een beetje zijn handelsmerk geworden. Wanneer hij in beeld verschijnt hoor je de commentator steevast verzuchten: „O, Thomas heeft de camera in het vizier”.

In Frankrijk is hij een publiekslieveling. Daar gaan ze plat voor zijn performances. Misschien vanwege het verhaal achter de performances, en dat is, hoewel nooit bevestigd, een verhaal dat er mag wezen: zijn vader zou met zeilboot en al zijn opgelost in de Bermudadriehoek.

Voeckler stal de harten van de Fransen voor het eerst in de Tour van 2004. Het snotneusje veroverde vroeg in de Ronde het geel, overleefde Pyreneeën, en stond pas in de Alpen de trui af aan Lance Armstrong. Het was in die Tour dat hij zijn talent ontdekte als theatrale calvariecoureur. Dat talent heeft hij sindsdien aangescherpt, uitgediept, en tot in den treure geëxploiteerd.

Hij is niet geliefd in het peloton. In een interview met Cyclingnews.com een paar weken geleden doet hij daar niet moeilijk over: „Negen van de tien coureurs mogen me niet”. Voeckler denkt dat dit komt omdat hij zo’n rare, onsympathieke en atypische manier van koersen heeft. Maar hij veegt er zijn ballen aan. Hij heeft er altijd zijn ballen aan geveegd. Zijn imago in het peloton is dat van de arrogante, bezijden de realiteit levende klootzak. Het verontrust hem geenszins.

Wie een blik werpt op de langzaam opgebouwde palmares van Thomas Voeckler kan niet ontkennen dat er bezijden de realiteit toch nog heel wat te winnen valt. De camerageile paljas bouwt stiekem een meer dan aardig oeuvre op. Een echt grote klapper zit er nog niet bij, al sla ik zijn overwinning in de lastige Brabantse Pijl van afgelopen woensdag hoog aan. Voeckler reed weg van de rest, atypisch sterk.

Een arrogante klootzak die de rest laat staan heeft zonder meer mijn sympathie. Vooral omdat hij als gehate coureur een serieuze handicap heeft. Thomas Voeckler was achtste in de Ronde van Vlaanderen, en vijfde in de Amstel Gold Race. In de Waalse klassiekers zit de klootzak wederom voorin.