Sarkozy gokt op eindsprint

Met nog een week te gaan naar de eerste ronde, hebben topfavorieten François Hollande en Nicolas Sarkozy gisteren een goede generale repetitie gehad. De socialisten vieren alvast een beetje feest, maar Sarkozy is strijdvaardig.

Ondanks de ijzige wind en de dreigende regenwolken slaagden Nicolas Sarkozy en François Hollande erin om gisteren tienduizenden aanhangers naar de hoofdstad te lokken. De claims van 100.000 (Hollande) tot 150.000 (Sarkozy) deelnemers aan hun meetings lijken meer ingegeven door optimisme dan realiteit, Maar beide favorieten kunnen terugblikken op een geslaagde generale repetitie voor zondag, als de Fransen gaan stemmen voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen.

Die eerste ronde stond centraal in de rede van Hollande. Hij ziet zijn voorspelde eerste plaats zondag bedreigd door een heropleving van Sarkozy en een mogelijk sterke score van neocommunist Jean-Luc Mélenchon, die zaterdag in Marseille vele tienduizenden op de been bracht. Hollande wil de eerste ronde als koploper afsluiten, als opmaat naar de uiteindelijke overwinning op 6 mei.

Hollande had het over de valstrikken die een zege alsnog kunnen dwarsbomen: gelaten thuisblijvers, extreemlinkse proteststemmers. Vooral in het eerste deel van zijn toespraak had Hollande het opvallend veel over ‘het linkse Frankrijk’, dat wel divers is maar zich niet mag laten verdelen. Hij herinnerde aan de woorden van zijn inspirator François Mitterrand aan de vooravond van diens eerste zege in 1981: „Ik ben de enige kandidaat van links die de overwinning kan behalen. Geef me dus vanaf de eerste ronde alle mogelijkheden om de presidentsverkiezingen te winnen.” Doe het niet voor mij, maar voor Frankrijk, voegde Hollande er nog aan toe.

Aan het Bois de Vincennes, waar de socialisten bijeenkwamen, had de sfeer iets van een familiepicknick met vrolijke muziek, alsof het linkerdeel van Frankrijk alvast een voorschot nam op het overwinningsfeest.

Veel strijdvaardiger was de sfeer op de Place de la Concorde, waar kopstukken van de rechtse UMP (Union pour un Mouvement Populaire) als minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé, partijleider Jean-François Coppé en premier François Fillon het voorprogramma verzorgden voor een amper 35 minuten durende speech van Sarkozy. De president doorspekte zijn toespraak met historische referenties: uiteraard Charles de Gaulle, maar ook Victor Hugo en zelfs Napoleon passeerden de revue.

Opvallend was zijn hernieuwde interesse voor de rol van de Europese Centrale Bank (ECB) in de euro- en schuldencrisis. Sarkozy had zijn bondgenoot in de strijd tegen de crisis, bondskanselier Merkel, eind november beloofd de rol van de ECB niet meer ter discussie te stellen.

De boodschap aan de UMP-aanhang en de ‘stille meerderheid’ van de Fransen was dubbel: deze president loopt niet aan het handje van de bondskanselier (die na een gezamenlijk tv-interview snel uit de campagne van Sarkozy verdween) en Sarkozy wil dat de ECB meer doet om de groei te stimuleren. Hij waarschuwde voor een scenario zoals in de jaren dertig, als Europa zou kiezen voor deflatie in plaats van groei. En hij herinnerde aan de ‘politiek van de lege stoel’ van De Gaulle in de jaren zestig, „die de Europese Unie mee vorm had gegeven”. De boodschap voor zijn achterban was duidelijk: hier staat een man die het voortouw neemt. Hier staat een man die pijlers van de Unie (Schengen, ECB) ter discussie durft te stellen. Sarkozy sloot af met een boodschap voor aanhangers die een linkse overwinning vrezen: „Wees niet bang, ze zullen niet winnen.”