Ontdoe de Bijbel van mythes, desorganiseer het geloof

Het Nieuwe Testament is een opgesmukt ‘van horen zeggen’-verhaal. In het geïnterpreteer dat volgde is de kern van Jezus’ boodschap – heb iedereen lief, oefen geen macht uit – weggezakt. De macht ging zelfs aan de haal met het geloof en maakte het tot bron van conflicten.

President Thomas Jefferson knipte Jezus' woorden uit de Bijbel. Foto WikiMedia

Het Nieuwe Testament is een opgesmukt ‘van horen zeggen’-verhaal. In het geïnterpreteer dat volgde is de kern van Jezus’ boodschap - heb iedereen lief, oefen geen macht uit – weggezakt. De macht ging zelfs aan de haal met het geloof en maakte het tot bron van conflicten.

Dat is geen nieuw inzicht, maar een gegeven dat de moderne beschaving op micro- en macroniveau heeft getekend. Het Woord ontwikkelde zich van bevrijdende inspiratiebron tot verstikkend dictaat. Weigerde je de paplepel, dan kreeg je ermee om de oren. Aardse tirannen effectueerden Gods toorn.

Jezus van Nazareth had heel andere bedoelingen, betoogt Andrew Sullivan in de Paaseditie van het tijdschrift Newsweek. Wie in goedertierenheid wil leven, heeft volgens de Amerikaans-Britse schrijver weinig aan de doctrines van talrijke stromingen. Die leiden alleen maar af van het voorbeeld dat de historische Jezus stelde.

Jezus liet zich niet in met macht, nam zelfs geen advocaat

Het christelijk geloof kan volgens Sullivan beter teruggebracht worden tot de praktische lessen die voortvloeiden uit de eenvoudige verhalen die Jezus vertelde en toelichtte in alles wat hij deed. Ontdaan van Matteüs’, Marcus’, Lucas’ en Johannes’ dichterlijke afdwalingen, houd je dan een bondig evangelie over. Al schrappend kwam Sullivan op het volgende uit:

“Niet alleen houden van elkaar, maar ook van je vijand. Vergeef degenen die kwaad doen, ontdoe je van materiële rijkdom, geniet van het onvoorstelbare Wezen achter alle dingen en weet dat Hij je Vader is, in wiens evenbeeld je geschapen bent. Maar bovenal: oefen geen macht over anderen uit, want macht is pas doeltreffend als het gepaard gaat met de dreiging van geweld. En geweld is onverenigbaar met de totale acceptatie van en liefde voor andere mensen.”

Dit overwegende is de kruisiging veel belangrijker dan Jezus’ vermeende opstanding uit de dood. “In zijn laatste apolitieke daad heeft Jezus’ nooit zijn onschuld verdedigd”, legt Sullivan uit. “Hij verzette zich niet tegen zijn kruisiging, vergaf zelfs degenen die de spijkers door zijn handen het hout in sloegen.” In het christendom heeft deze executie mythische proporties aangenomen. De onderwerping aan het vonnis als opname van ieders zonden en de Opstanding als bewijs voor een naderend Koninkrijk Gods.

In geen enkel gevecht staat God aan je zijde

Hoewel Sullivan gelooft in de wederopstanding, hecht hij meer waarde aan de manier waarop Jezus zijn aardse leven leidde. Daarin etaleerde hij principes die op individueel niveau nastrevenswaardig zijn, maar botsen met de manier waarop samenlevingen van oudsher georganiseerd zijn. Machtsuitoefening is namelijk inherent aan het functioneren van organisaties - zeker in statelijk verband.

Het mag daarom geen wonder heten dat met de institutionalisering van het geloof gemarchandeerd werd met Jezus’ idealen. Bij het uitblijven van een Koninkrijk Gods klommen predikers zelf op de troon - menig staatshoofd beriep zich op de zegen van de Almachtige, kruisvaarders en nazi’s vochten onder de leus ‘God zij met ons’. Het christelijk denken werd een middel om de samenleving te besturen. Een contradictio in terminis, want wie geloof afdwingt doet Jezus’ principes geweld aan. Zo bezien was Jezus van Nazareth uiterst seculier - zijn verhalen waren aanstekelijk, maar werkelijke macht heeft hij nooit bezeten of nagestreefd. Hij vluchtte ervoor en zag van rechtshulp af toen hij gearresteerd werd.

Kern van Jezus’ optreden is weggemoffeld in christelijk denken

Sullivan is niet de enige die pleit voor een historische benadering van Jezus. De Nederlandse filmregisseur Paul Verhoeven sloot zich in 1985 aan bij het Jesus Seminar, een wetenschappelijke denktank in Californië van zo’n zeventig professoren in godgeleerdheid, filosofie, linguïstiek en Bijbelgeschiedenis. Doel was om Jezus te bevrijden van mythes, te ontdoen van tweeduizend jaar christelijke inkleuring.

In zijn boek Jezus van Nazaret (Meulenhoff, 2008) bespreekt Verhoeven Die Predigt Jesu vom Reiche Gottes (1892), een studie van de Duitse theoloog Johannes Weiss. Daaruit blijkt dat Jezus heel veel over Gods Koninkrijk heeft gezegd, maar bijna niets over zijn opstanding of zijn status als ‘de zoon van God’.

De kern van Jezus’ optreden op aarde is weggemoffeld in het christelijk denken, schrijft Verhoeven. “Een belangrijke oorzaak van ons ‘vergeten’ van Jezus’ boodschap over het komende Godsrijk is natuurlijk dat het nooit gekomen is. Alles wat Jezus verwachtte, die utopie waarop al zijn woorden, gelijkenissen, parabels betrekking hadden, is nimmer realiteit geworden. Het is dus logisch dat de zich ontwikkellende christelijke kerk deze foute visie van Jezus zoveel mogelijk heeft weggewerkt, en daarvoor in de plaats de - volgens de kerk wél gebeurde - opstanding stelde.”

Wie gevolgd wordt, moet leiden. Franciscus bewees dat het anders kan

Franciscus van Assisi, een Italiaan die in 1202 met tegenzin dienst had in een militaire kruistocht, was één van de eersten die de Evangeliën terugbracht tot zijn kern en zo precies mogelijk in Jezus’ voetsporen trad. Hij verkocht alles wat hij had, gaf het aan de armen, mengde zich onder de verstotenen (melaatsen in die tijd), ging zonder bagage op pad om mensen over Jezus te vertellen en bedelde als zijn handenarbeid niet genoeg opbracht - iets dat hij onderging als noodzakelijke vernedering.

Franciscus stond een leven voor waarin hij geen enkele macht over anderen had, schrijft Sullivan. “Maar toen zijn verhalen zich verspreidden en mensen zich bij hem aansloten, stond hij voor een dilemma. Hoe moest hij ze leiden zonder macht uit te oefenen? Plotseling ontmoette geloof politiek. Het kwelde hem, hij ging er bijna aan onderdoor. Hij wilde de laatste zijn, niet de eerste. Altijd de ‘mindere broeder‘, niet de oprichter van een orde. Op pelgrimage vroeg hij daarom anderen de leiding te nemen. En als in een vergadering een probleem niet opgelost kon worden zonder zijn inspraak, fluisterde hij in het oor van de leider.”

Een tamelijk idiote gang van zaken, natuurlijk. Maar volgens Sullivan is het juist een stevig pleidooi voor een seculiere samenleving. Een samenleving die uiterst terughoudend is met het organiseren van geloof, laat staan machtsuitoefening in naam van het geloof. Bestuur en geloof als twee aparte dimensies, want verstrengeling schaadt zowel het geloof als de bestuurde samenleving. Juist in de individuele geloofsbeleving zit de uitdaging. Hoe verhoud je je tot de praktijk zonder het geloof te verloochenen? Zowel Jezus en Franciscus kwamen erachter dat zulks vrijwel onmogelijk is zonder vervelende consequenties.

President Jefferson verknipte de Bijbel tot basisinstructie

Meer dan vijf eeuwen na Franciscus van Assisi worstelde Thomas Jefferson, de derde president van de Verenigde Staten, met dit dilemma. “Als we aan hem denken als de grote architect van de scheiding van kerk en staat”, zo schrijft Sullivan, “dan bedoelde hij met ‘kerk’ wellicht het christendom gezuiverd van degenen die Jezus’ gebruikten voor hun eigen macht.”

Dat bracht hij volgens Sullivan tot uiting in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (4 juli 1776), waarin enerzijds afgerekend werd met de Britse overheersing en anderzijds vastgelegd werd dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat ze door hun schepper zijn uitgerust met recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk.

Bijzonder is het thuisproject waar Jefferson op 77-jarige leeftijd aan begon. Met een scheermes sneed hij passages uit de Bijbel waarvan hij meende dat ze tot de werkelijke leer van Jezus van Nazareth behoren. “Jefferson verknipte het Nieuwe Testament tot een slanker exemplaar en liet het restant voor wat het is”, schrijft Sullivan. Hij noemde het dunnere boekje The Life and Morals of Jesus of Nazareth.

De gevandaliseerde Bijbel, dus zonder Jeffersons favoriete passages, is momenteel te bewonderen in het National Museum of American History in Washington. Wat Jefferson eruit knipte, noemde hij ‘diamanten’ - de rest een ‘mesthoop’. Niet in de mythe rondom Jezus, maar in zijn boodschap zag hij het grootste wonder. Daar ging Jefferson iets pragmatischer mee om dan Franciscus van Assisi, hij was tenslotte president, maar hij weerstond de verleiding om namens God politiek te bedrijven.

Volg @stevendejong op Twitter

Eerder in deze serie:
Na God, moet nu ook de ziel eraan geloven. Allemaal hersenspinsels
Speeddaten kan veel sneller, want romantiek is biochemie
Herover de rituelen op de gelovigen. Musea zijn nu gekkenhuizen
Gedachte-experiment: zo schiep de mens zijn God
Hoe de mantra van de tolerantie het debat smoort
God bestaat niet en Herman Philipse is zijn profeet
Politiek heeft draaikonten nodig. Naar voorbeeld van Lincoln
Na de Dag des Oordeels gezond weer op
Kritiek op religieuze wetenschappers: hoe geloofwaardig is hun geloof nog?
De wereld staat in brand. Houd moed, ga blussen
Waardevrije wetenschap? Dan ook feitenvrije politiek
Ook ontwikkelingsorganisaties en media vermarkten Dag des Oordeels
Zelfs voor de oerknal was God niet nodig
Op een dag word je wakker. In de gevangenis die samenleving heet
Wie geen gelijk krijgt, kan altijd nog de wetenschap opheffen