Is ‘prematuur’ inderdaad te hoog gegrepen?

Interessante taalobservatie van Mark Rutte eind vorige week naar aanleiding van een tweet van Geert Wilders. Wilders twitterde: „Mediaberichten Catshuis-bijna-akkoord allemaal prematuur. Kan nog alle kanten op gaan.” Reactie van Rutte, op zijn wekelijkse persconferentie: „Ik verbaasde mij over het taalgebruik, omdat het woord prematuur zo weinig ‘Henk en Ingrid’ is.”

Vond Rutte dit woord soms te ingewikkeld, vroeg een journaliste. „Ja, wel voor de PVV.” Zou hij zelf het woord voorbarig hebben gebruikt, wilde een andere journalist nog weten. „Ja”, aldus Rutte, „dat is ongeveer wat prematuur betekent in eenvoudiger Nederlands.”

Prematuur is inderdaad geen echt Wilderswoord. Wilders is immers boven alles een populist en populisten gebruiken zelden woorden die als ‘moeilijk’ of ‘duur’ te boek staan. Hoeveel mensen uit de achterban van Wilders prematuur werkelijk te moeilijk vinden, is lastig vast te stellen. Dit veronderstelt dat de meeste PVV-kiezers sterk op elkaar lijken, een beeld dat Wilders zelf versterkt door Henk en Ingrid als voorbeeld te nemen. Op internet zijn allerlei profielen van dit fictieve stel te vinden: getrouwd, blank, vinexwoning, Opel Zafira, Telegraaf-lezers, enzovoorts. Maar zelfs als er iets wordt gezegd over hun veronderstelde opleidingsniveau, kun je hier niet goed uit afleiden welke woorden zij te ingewikkeld zouden vinden.

Het is natuurlijk wel een beetje arrogant om te denken dat je dat weet. Daarom vond ik het opmerkelijk dat Rutte dit zo plompverloren zei. Als ik het goed heb gezien zei hij het overigens met de aanzet van een sardonisch glimlachje; een stijl die het prettig maakt om naar hem te kijken en te luisteren, ook als je het inhoudelijk niet met hem eens bent.

Bestaan er openbare meetinstrumenten om te onderzoeken of het woord prematuur doorgaans in kringen van de PVV wordt vermeden? Nauwelijks. Je kunt vaststellen dat De Telegraaf, het zogenaamde lijfblad van Henk en Ingrid, het geregeld gebruikt. Op de website van de krant komt het woord sinds 2001 660 maal voor. Anders dan je zou denken is dit beduidend vaker dan op de websites van de Volkskrant, Trouw en NRC.

Wel beschik ik zelf over een grof meetinstrument: een collectie van ruim duizend gedigitaliseerde, doorzoekbare streekromans. Literatuuronderzoekers gaan vrijwel uitsluitend uit van zogeheten hogere literatuur. Maar als je echt wilt onderzoeken welke boeken er in Nederland worden gelezen, moet je streekromans, doktersromans, christelijke boeken en series als de Bouquetreeks in je onderzoek betrekken, want die verschenen en verschijnen in miljoenenoplagen. De meest gelezen Nederlandse auteurs zijn niet schrijvers als Wolkers, Reve, Hermans en Haasse, maar onder meer Ine ten Broeke-Bruins, Nelly van Dijk-Has en Annie Oosterbroek-Dutschun.

Welnu, komt in die duizend streekromans, een ‘referentiecorpus’ van 110 miljoen woorden, het woord prematuur vaak voor? Nee, slechts drie keer in drie romans die tussen 1965 en 1999 zijn verschenen. Zo schreef Mink van Rijsdijk in 1965 in Hyena’s op mijn stoep: „De prematuurtjes lagen stil en bewegingloos tussen de kruiken.” Ietje Liebeek-Hoving schreef in 1991 in Sanne Jorna: de keuze: „Verder wil ik het popke nog even nader onderzoeken, ze is tenslotte een prematuurtje.” En in 1999 schreef Piet Meinema in Ambities: „Ze is erg blij dat ze hem heeft leren kennen, maar het lijkt haar wel wat prematuur om haar moeder nu al op de hoogte te brengen.” Ter vergelijking: in de ‘hogere literatuur’ uit die periode is het woord prematuur honderden keren te vinden.

Conclusie: prematuur wordt vermeden door schrijvers die zich richten op laagopgeleiden. Rutte heeft dus gelijk. En Wilders had beter kunnen twitteren in de stijl die hem zo vertrouwd is: mediaberichten Catshuis-bijna-akkoord allemaal gezwam of geleuter. Koffiedik kijken had ook gekund, maar vermoedelijk had dit bij sommigen geleid tot de vraag: wat in hemelsnaam is koffiedik?