Cécile Narinx (Elle) over Nooit meer slapen: ‘Alfred was mijn Aeneas’

Wekelijks verklaart een Bekende Nederlander in de rubriek Boekdelen van de Boekenbijlage de liefde aan een boek. Deze week in onze literaire liefdesverklaring: Cécile Narinx, hoofdredactrice van de Nederlandse Elle, over de roman ‘Nooit meer slapen’ van W.F. Hermans.

Ik zie hem nog zitten, mijn leraar Nederlands. Onderuitgezakt in zijn bureaustoel, Gladstone sigaret in de mond, vertelde hij op de middelbare school over Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans. Dat deed hij erg goed. Vol enthousiasme maakte hij ons duidelijk dat we dit boek absoluut moesten lezen. Bij mij werkte dat aanstekelijk. Ik las het voor mijn lijst. Ik heb het zelfs nooit meer teruggebracht naar de schoolbibliotheek.

„Mijn eerste leeservaring trekt nu nog als een film aan me voorbij. Ik weet nog goed dat, bij het openslaan van het boek, de begindatum van Nooit meer slapen mij het eerst opviel. 15 juni. Dat is mijn verjaardag. Ik weet niet zo goed meer waarom, maar de eenzaamheid van hoofdpersoon Alfred Issendorf maakte toentertijd veel indruk op me. Ook het heldere, keurig verzorgde taalgebruik van Hermans vond ik prachtig.

„Als zeventienjarige keek ik op naar Alfred. Deze jonge ambitieuze geoloog probeert in Noorwegen het werk voort te zetten van zijn vader, die tijdens zijn eigen onderzoeksproject om het leven is gekomen. Alfred was als de held Aeneas, die in Vergilius’ Aeneas met zijn vader Anchises op de nek het brandende Troje ontvlucht. Ook voor mij een beetje symbolisch. Mijn vader kon zelf het gymnasium nooit afmaken en heeft mij gepusht dat wel te doen. Hij zei: ‘Als je dat hebt afgemaakt, is je basis goed, wat je daarna ook gaat doen.’ Net als Alfred droeg ik, als jong meisje, als het ware mijn vader op mijn schouders mee.

„Dankzij mijn man herlas ik Nooit meer slapen enige jaren geleden. Ik had het beduimelde biebexemplaar weer gevonden in de boekenkast. Dat zegt al veel. Normaal gesproken geef ik boeken weg na ze gelezen te hebben. Aan de buren of aan vrienden. Ik hoef niet zo nodig een woonkamer vol met boeken. Allemaal extra ballast. Alleen kleding bewaar ik. Mijn man heeft me voor mijn verjaardag een mooi nieuw exemplaar cadeau gedaan.

„Bij het herlezen, die tweede film, vielen me andere dingen op. In plaats van Alfreds eenzaamheid beklijfde nu het koude Noorse landschap waar hij onderzoek doet. Ik denk dat het iets te maken heeft met de coverfoto van die nieuwe editie. Die zet je op het verkeerde been. Op de oude cover [die door 'dr. W.F. Hermans' zelf gemaakt werd, red.] stonden nog de kille grote stenen die je in een Noors fjordenlandschap verwacht. De coverfoto van deze recentere Nooit meer slapen is genomen vanuit een tent, met op het doek een broeierige ochtendzon. Dat deed me meer aan Zuid-Frankrijk denken.

„Onlangs heb ik ergens een stuk uit Nooit meer slapen geciteerd. Er zit namelijk een mode-gerelateerd fragment in. Op het eind van het boek ontmoet Alfred een Amerikaanse vrouw, Wilma. Als hij samen met haar op een hotelkamer zit, beschrijft Alfred hoe zij uit de badkamer stapt in een theerooskleurige satijnen pyjama. Haar broek heeft een opzichtige treksluiting.

,,Over die gulp heeft Wilma een interessante theorie. Volgens haar zal de man een gulp altijd associëren met een andere man. De gedachte aan het openen van een gulp, vervult de heteroseksuele man dus met een panische angst. Als een vrouw een broek draagt, wordt volgens Wilma de ‘prikkel [..] dus veel totaler’. De vrouw en de broek doen samen een beroep op de heteroseksuele en verdrongen homoseksuele component in de mannelijke psyche. Ik vind het nog steeds een interessante en opmerkelijke theorie. Met de huidige androgyne mode – ik denk alleen al aan die recente HEMA-reclame – is die theorie bovendien plotsklaps heel erg actueel geworden.”

Een interview met Willem Frederik Hermans over Nooit meer slapen (vanaf 6 minuten tot 7 minuut 45):

    • Roderick Nieuwenhuis