Wij zijn de uitdager, dat past bij mij

Succes is voor negentig procent maakbaar, zegt AZ-directeur Toon Gerbrands. Na de val van de DSB Bank stond het voortbestaan van de club op het spel. Nu al is AZ schuldenvrij. „Ik gun andere clubs ook een curator.”

Nederland, Alkmaar, 3 februari 2011 Toon Gerbrands, directeur AZ Jacqueline de Haas / Hollandse Hoogte
Nederland, Alkmaar, 3 februari 2011 Toon Gerbrands, directeur AZ Jacqueline de Haas / Hollandse Hoogte

A ls aan een tafeltje in Grand Café Louis van Gaal het woord ‘landstitel’ valt reageert Toon Gerbrands resoluut. „Nee, daar is dit seizoen niet over gesproken. Nooit. In september hebben we onze doelstellingen uitgesproken. Dat waren er twee: de groepsfase van de Europa League bereiken en weer kwalificatie voor Europees voetbal. Een vlag hangt al uit. En we hopen binnenkort de tweede uit te steken. Dan buigen wij als directie heel diep voor deze spelersgroep. Verder hoeft er niets. Alles wat er bij komt is alleen maar mooi”, zegt de directeur algemene zaken van AZ in aanloop naar de topper tegen PSV.

Gerbrands is de nuchterheid zelve. Hij heeft in tien jaar besturen vrijwel alles meegemaakt: van een landstitel tot een dreigend faillissement.„Het besturen van een voetbalclub is een vak apart. Daarom gaat het vaak mis als topmensen uit het bedrijfsleven deze wereld binnenstappen. Je moet een club managen als een bedrijf, maar besturen als een club. Je moet de euforie dempen en de put verhogen.”

In zijn gedachten gaat Gerbrands terug naar 2002. Toenmalig eigenaar Dirk Scheringa stelde hem aan als directeur algemene zaken. In de conservatieve voetbalwereld wekte de entree van de voormalige volleybalcoach argwaan. Scheringa had de voorbeelden van Frank Kales en Roelant Oltmans voor ogen. Coaches uit het basketbal en hockey die het bij respectievelijk Ajax en NAC niet redden. „Ik schatte mezelf niet hoger in dan die twee. Waarom zou ik eigenlijk wel slagen? In het voetbal is er sprake van xenofobie. Ofwel: angst voor vreemden. Toen ben ik gaan praten met opinieleiders in het voetbal. Hun advies was simpel: ‘geef de eerste vier jaar geen interviews, dan word je succesvol. Doe je dat wel, dan word je afgebrand’. Vier jaar lang heb ik ieder verzoek afgewimpeld.”

Het kostte Gerbrands geen moeite de media te mijden. „Je ziet vaak dat directeuren zichzelf snel willen profileren. Ik vond het prima dat anderen in de schijnwerpers stonden. Er ontstond zelfs een soort mythevorming. Anderen binnen de club praatten wel vol lof over mij. Mijn rol werd zelfs groter dan die in werkelijkheid was. Na precies vier jaar gaf ik mijn eerste interview in Voetbal International. Ik was geaccepteerd. Neemt niet weg dat ik van het stigma ‘volleybalcoach’ nooit meer af kom. Ik zie het als een soort geuzennaam.”

Gerbrands denkt dat zijn verleden als volleybalbondscoach hem de extra bagage heeft gegeven die andere directeuren vaak missen. „Mensen die vanuit het bedrijfsleven een voetbalclub binnenstappen zullen nooit écht begrijpen wat het bedrijven van topsport betekent. Ik heb als coach in een zaal van achtduizend man bij een EK-finale op de bank gezeten. De ploeg draaide voor geen meter. Er gebeurde van alles om me heen. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld. Dat kan je niet uit boekjes leren.”

Gerbrands daagt zich als bestuurder van AZ constant uit. „Ik kon trainers als Co Adriaanse en Louis van Gaal altijd voor een groot deel volgen als er over voetbal werd gesproken. Maar juist de laatste twintig procent ging me boven de pet. Ik wilde dat percentage terugbrengen naar tien procent en schreef me in voor de opleiding Trainer Coach I. De KNVB stemde in, ik mocht alleen geen examen doen. Ik heb alle lessen gevolgd. Ik zou ook geslaagd zijn. .”

Zijn grootste uitdaging volgde in oktober 2009, toen de DSB Bank van eigenaar Dirk Scheringa failliet werd verklaard. Het voortbestaan van AZ stond op het spel. Gerbrands moest in de slag met een curator om twintig miljoen euro te saneren. Mensen ontslaan. „Voor velen een hele moeilijke periode”, blikt hij terug. „Er gingen banen verloren. De toekomst was onzeker. Maar voor mij als manager was het een topjaar. Ik moest steeds weer oplossingen vinden. Ik zorgde ervoor dat ik topfit was. Ik veranderde mijn eetpatroon, slaapgewoontes en ging drie keer per week hardlopen. Als uitgeruste manager kom je het best voor de dag.”

Al snel werd duidelijk dat Scheringa in het belang van de club zou moeten terugtreden. „Enorm belangrijk dat dit goed geregeld zou worden. Het heeft hem heel veel pijn gedaan dat hij zijn finest hour bij AZ niet heeft beleefd. Toen op 29 september 2009 hier voor het eerst de hymne van de Champions League klonk, was hij er niet bij. De man die het fundament van het succes had gelegd, begreep dat hij wel moest terugtreden. Voor mij ook een moeilijk moment. Aan acht jaar samenwerking kwam een abrupt einde. Ik weet nog goed hoe ongelovig ik was, toen Scheringa in 2002 hardop riep dat hij met AZ in de Champions League wilde spelen.”

De doelstellingen moesten twee jaar geleden fors worden bijgesteld. Aan de hand van een curator moest een toekomstplan worden ontwikkeld. De begroting werd van 35 miljoen euro teruggebracht naar 25 miljoen euro. „Het klinkt gek, maar ik gun andere clubs ook een curator”, stelt Gerbrands. „De organisatie van een club wordt volledig tegen het licht gehouden. Alles wordt bekeken en berekend. De curator had een plan voor ogen waarbij de schulden in vijf jaar weggewerkt zouden worden. Wij dachten aan drie jaar. Het is nog sneller gegaan. Op 1 juli van dit jaar is alles afgelost. Ons volgende doel is een plek in categorie 3, die door de KNVB is voorbehouden aan gezonde clubs in het betaald voetbal.”

Gerbrands schreef het boek Te Koop AZ, waarin hij de roerigste periode bij de club beschrijft. Nu de financiële crisis ook het betaald voetbal in zijn greep heeft, wordt Gerbrands meer dan eens om advies gevraagd. „De kracht ligt hem met name in de eenvoudige structuur van AZ. Wij werken met een tweekoppige directie. Ernest Stewart is directeur voetbalzaken en ik ben directeur algemene zaken. Daarnaast is Gertjan Verbeek als trainer het gezicht van de club. Als iemand weggaat wordt hij vervangen, maar de structuur blijft hetzelfde. Helder als wat. Ik denk dat dit bij iedere club in Nederland werkt.”

Iedere keuze bij AZ wordt volgens Gerbrands uiteindelijk genomen op basis van sportieve gronden. „Je mag nooit vergeten dat het spelen van voetbal je reden van bestaan is. Tijdens de sanering hebben we dan ook op gehamerd dat we dertig procent van de inkomsten direct weer zouden investeren. Het succes van een voetbalclub is voor negentig procent maakbaar. De overige tien procent is onbeheersbaar. Dan heb je het over beslissingen van scheidsrechter of een bal binnenkant paal. Maar met alles wat wij kunnen beheersen zijn we aan de slag gegaan. De financiën zijn op orde, we hebben een uitstekende scouting en onze jeugdafdeling is genomineerd voor de prijs van beste opleiding. Over twee jaar neemt AZ een volkomen nieuw trainingscomplex in gebruik.”

Gerbrands beseft dat het succesverhaal door de sportieve prestaties wordt uitvergroot. „Natuurlijk geeft het een extra dimensie als je in de kwartfinale Europa League tegen Valencia speelt. Daardoor krijgt AZ een boost. Wij hebben met Verbeek een commitment gesloten. Zijn contract loopt tot medio 2015. Een Duitse club heeft naar hem geïnformeerd. Verbeek verwees die door naar ons. We waren in een seconde klaar: niet bespreekbaar. Ik heb ook aanbiedingen afgeslagen. Ik geloof ook niet dat ik als directeur bij een andere club zou kunnen werken. AZ zit in me. Wij zijn de challenger in de eredivisie. De uitdager, dat past bij mij.”