Opinie

Wees geen kuddedier. Dat voorkomt zakgeldinflatie

„Mijn kinderen van 12 en 10 jaar krijgen respectievelijk 2 euro en 1,50 euro zakgeld. Ze kunnen een euro bijverdienen door het glas weg te brengen of naar de bakker te gaan. Nu las ik in een tijdschrift dat hun leeftijdgenoten gemiddeld al 5 euro en soms zelfs 10 euro krijgen. Ben ik te streng?”

De doorsnee mens voelt zich graag uniek, maar gedraagt zich als een kuddedier. Wat deed jij bijvoorbeeld afgelopen Paasmaandag? Eet je weleens bij McDonald’s? Zijn je lievelingswijnen of -boeken populair? Heb je een autolening, uitvaartpolis of hypotheek lopen? Vast wel. Of het nu gaat om aankopen, eetvoorkeuren of financiële keuzes, we lopen meestal met de massa mee. Immers, wie zijn eigen koers vaart, kan fouten maken. Maar wie meegaat met de stroom, kan altijd roepen: ja, maar iedereen deed dat zo!

Ook in zak- en kleedgeldbedragen sluipt kuddegedrag. Daardoor knaagt de twijfel als een ander royaler geeft. Die sociale druk veroorzaakt zak- en kleedgeldinflatie, want onzekere ouders gaan opbieden tegen elkaar. Mede hierdoor krijgt een doorsnee 18-jarige, volgens het Nibud, maandelijks 50 tot 100 euro kleedgeld van pa en ma. Waar moet de 30 procent van de gezinnen die – ook volgens het Nibud – geld tekort komt, die 1.200 euro per kind per jaar in hemelsnaam van betalen?

Complete onzin dus, die normbedragen. Qua zakgeld moet je als ouder helemaal niks. Alles begint met jouw persoonlijke visie op de financiële opvoeding. Wil je dat je kind eeuwig klaagt over salaris en vaste lasten? Of zie je liever dat hij zelfstandig wordt, een eigen zaak opzet, vermogen opbouwt, genereus kan zijn en zich lachend staande houdt in deze markteconomie waar de verkoophyena’s 24/7 azen op je geld? Ouders hebben daar enorm veel invloed op.

Zakgeld kan een handig opvoedmiddel zijn. Net als bijverdienen, duidelijke afspraken en grenzen, uitleg over marketing en reclame en het goede voorbeeld van de ouders. Zakgeld is geen cadeautje of een recht. Het gaat samen met de plicht ermee uit te komen en ervan te betalen wat afgesproken is.

Maak het zakgeld niet te hoog. Anders bereik je nooit dat magische leermoment waarop je kind paniekerig roept: „Mag ik alsjeblieft nu vast mijn zakgeld? Ik móét X kopen.” Waarop jij quasi-meelevend en -geschrokken uitlegt: „Oh nee, dat kan echt niet. Je zou lenen voor consumptie!”

Zakgeld hoort te vervallen zodra je kind serieus bijverdient. Vanaf 13 jaar mag hij folders bezorgen. Voor die tijd kan je kind verdienen aan klusjes thuis. Of door goederen of diensten te verkopen, bijvoorbeeld aanstaande Koninginnedag.

Vergeet als ouder nooit dat de weg naar financiële zelfstandigheid op jonge leeftijd start. Is je kind volwassen, en in bezit van een baan, partner, huis, hypotheek en kinderen, dan is de kans op ingrijpende veranderingen vrijwel verkeken.

Hulde dus aan deze vragensteller die geen kuddedier wil zijn. Niet meelopen, maar een eigen visie. Daar heeft je kind wat aan.