Tere eikelworm heeft ‘pantser’

Eikelworm gevonden op ongeveer 2.700 meter diepte.
Eikelworm gevonden op ongeveer 2.700 meter diepte. Foto Ocean Lab

Veel teerder dan de eikelworm worden dieren niet. Toch blijken de fragiele diertjes beenplaatjes te dragen, vlak onder hun huid. Twee Canadese biologen ontdekten de kleine uitsteeksels toen ze een stel eikelwormen onder de microscoop bekeken. Niemand had deze structuren eerder opgemerkt (Proceedings of the Royal Society B, 11 april).

Het leven van een eikelworm komt vooral neer op zand happen en het organisch materiaal eruit filteren – meer komt er niet bij kijken. In de zeebodem graven ze U-vormige gangen waar aan de ene kant hun kopje naar buiten steekt, en aan de andere kant het gezeefde zand weer als een drollentorentje naar buiten komt. Net als bij de zeepieren op het wad.

Eikelwormen (Enteropneusta) zijn een wat mysterieuze diergroep. Ze hebben niets van doen met de ringwormen (Annelida), maar zijn nauw verwant aan de stekelhuidigen (Echinodermata), het collectief van zeesterren, zee-egels, zeelelies en zeekomkommers. Op hun beurt vormen de eikelwormen en stekelhuidigen samen de zustergroep van de gewervelden.

Naast hun stekelige, benige en gepantserde verwanten vielen de weke eikelwormen altijd uit de toon. Gewervelden hebben een inwendig geraamte van bot en kraakbeen; de stekelhuidigen hebben een skelet dat bestaat uit plaatjes van calciet (calciumcarbonaat). Stevig maar sponsachtig houden deze platen het midden tussen skelet en pantser. Net als onze botten liggen de kalkplaten onder de huid, maar dan zo dicht bij het oppervlak dat ze functioneren als een pantser.

Nu blijkt dat de eikelworm toch een rudimentair pantserlaagje heeft. In de ‘staart’ van een eikelworm zagen twee biologen met vocht gevulde blaasjes, met af en toe een kalkplaatje erin. De plaatjes waren minuscuul: 0,03 millimeter in doorsnede. Bij de ene eikelwormsoort zagen ze er in close-up uit als broccoliroosjes, bij de andere als bolletjes. Röntgenonderzoek wees uit dat de plaatjes van aragoniet waren, een andere kristalvorm van calciumcarbonaat dan calciet. Waar de eikelworm deze platen voor nodig heeft weten de twee Canadese biologen nog niet.

De platen van de eikelworm bestaan weliswaar uit een ander kristal dan die van stekelhuidigen, maar de onderzoekers denken toch een dat er een gemeenschappelijk genetisch programma aan ten grondslag ligt, zoals ook de vingerbotjes van de mens en de vleugelkootjes in de vleermuisvleugel dezelfde oorsprong hebben. Homoloog, heet dat in het jargon.

De oudste fossielen van stekelhuidigen zijn een half miljard jaar oud. Dat betekent niet dat deze (inmiddels) ook daadwerkelijk de oudste stekelhuidigen zijn. Daarvoor zijn hun skeletten te gespecialiseerd, te ontwikkeld, schrijven de onderzoekers. De stamvader van stekelhuidigen moet veel simpelere, kleinere beenplaatjes gehad hebben, die min of meer willekeurig over zijn huid verspreid waren. Inderdaad. Zoals een eikelworm.