‘Robert M. is ook maar een mens’

Wim Anker en Tjalling van der Goot, de advocaten van de van kindermisbruik verdachte Robert M., moeten zich voortdurend verdedigen omdat ze een kinderverkrachter juridisch bijstaan. „Mails die midden in de nacht worden verstuurd, dan weet je het wel.”

Wim Anker: „Ik wil niet piepen en mauwen maar ik kan niet verhelen dat ik moe ben.” Rechts Tjalling van der Goot.
Wim Anker: „Ik wil niet piepen en mauwen maar ik kan niet verhelen dat ik moe ben.” Rechts Tjalling van der Goot. Foto Laurens Aaij

Het interview met Tjalling van der Goot en Wim Anker in hun kantoor in Leeuwarden begint iets te laat. „Robert belde”, zegt Wim Anker verontschuldigend. „Het duurde even.”

Robert M. (28) uit Letland, verdacht van het seksueel misbruik van 67 kinderen, is geen gewone cliënt. Ook niet voor Tjalling van der Goot (45) en Wim Anker (59), die samen vijftig jaar ervaring hebben als strafadvocaten. Van der Goot: „Het is niet een cliënt die zegt: ‘Jij hebt ervoor geleerd, doe maar wat je denkt dat goed is.’” Anker: „Het is een heel intelligente man die volledig meedenkt.”

Dat vraagt het nodige van zijn advocaten, die M. pro deo verdedigen. Ze hebben het omvangrijke dossier (188 ordners) zo goed mogelijk met hem doorgesproken in het Psychiatrisch Penitentiair Centrum in Vught waar hij vastzit. Ze zijn „geschrokken” van de omvang van de zaak. Daarbij komt dat ze in de buitenwereld zichzelf steeds moeten verdedigen, omdát ze deze cliënt hebben aangenomen. Anker: „Ik wil niet piepen en mauwen maar ik kan niet verhelen dat ik moe ben.”

Vlak voor Pasen maakte het Openbaar Ministerie de eis tegen M. bekend. Die is maximaal: 20 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. Maandag pleiten Wim Anker en Tjalling van der Goot voor hun cliënt.

U hebt gezegd dat het bewijs in deze zaak ‘geen een-twee-drietje’ is. Hoezo niet? Hij heeft bekend en het staat op beeld.

Van der Goot: „Niet van al het misbruik is beeld en een bekentenis alleen is onvoldoende bewijs.”

Wat vindt M. ervan dat u feiten gaat betwisten die hij zelf heeft bekend?

„Wij doen niets waar hij het niet mee eens is.”

Maar dat is toch dubbel, dat hij wil dat u zijn bekentenis aanvecht?

„De wet stelt dat een bekentenis alleen niet genoeg bewijs is. We kennen allemaal de verschrikkelijke voorbeelden van zaken waarin mensen dingen bekennen die ze niet gedaan hebben. Zoals de Schiedammer Parkmoord.”

Hoeveel van de 82 misbruikfeiten gaat u betwisten?

„Dat gaan wij eerst aan de rechter vertellen, niet aan u.”

Hoe is de zaak tot nu toe verlopen, vanuit het perspectief van de verdediging?

Van der Goot en Anker kijken even naar elkaar. Van der Goot: „Moeizaam.”

Anker: „Het is roeien tegen de stroom in. Wat onze cliënt ook zegt, het wordt negatief uitgelegd: als hij geen berouw toont wordt hem dat verweten en als hij het wel doet, wordt gezegd dat hij het niet meent.”

„Alles aan deze zaak is uitzonderlijk. Er wordt ‘lenig’ omgesprongen met de wet en het recht. Zoals de toewijzing van het spreekrecht aan ouders, waar zij formeel geen recht op hebben. De rechtbank zegt dat de wetgever ‘de aard en omvang’ van deze zaak niet voor ogen kan hebben gehad bij de vaststelling van het spreekrecht. Maar je kunt de wet niet aanpassen aan een zaak. Maandag zal ik meer voorbeelden uit deze zaak geven waarin de wet is opgerekt.”

Een poging de rechtbank te wraken is mislukt. Had u ook gewraakt als M. het niet had gevraagd?

„Het was een cumulatie. Het gevoel van onze cliënt dat hij geen eerlijk proces kreeg was daar een belangrijk onderdeel in. Daarnaast heeft de rechtbank nog eens haar besluit bevestigd om de ouders namens hun kinderen te laten spreken. En rechters hebben zich voorafgaand aan het proces inhoudelijk uitgelaten over de zaak op een perslunch. Ik heb in diezelfde periode een heel eervolle uitnodiging afgeslagen om te spreken op een zogenoemde ‘strafborrel’ voor advocaten, rechters en officieren van justitie. Je voelt dat dat niet verstandig is – de rechtbank is het forum waarvoor een rechtszaak gevoerd moet worden.”

Maar had u gewraakt als de wens van M. ontbrak?

„Dat was niet zo.”

Tot nu toe had u samen drie keer gewraakt, waarvan twee keer succesvol. Nu is dat percentage fiftyfifty. Voelt u dat als falen?

Tjalling van der Goot knikt naar Anker, die het woord neemt. „Op lange termijn zullen wij gelijk krijgen over het spreekrecht. Misschien in hoger beroep, en anders van hoogleraren, de Hoge Raad en nieuwe jurisprudentie. Bovendien is fiftyfifty nog altijd een mooie score.”

Robert M. wil geen tbs opgelegd krijgen en heeft daarom niet willen meewerken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum. U, meneer Anker, bent voorstander van tbs.

„In algemene zin verdedig ik wel eens het instituut tbs. Omdat de beeldvorming niet klopt. De recidivecijfers zijn goed, er zijn weinig ontsnappingen. Maar dat zegt niets over deze zaak. Het besluit om wel of niet mee te werken aan de observatie in het Pieter Baan Centrum is de verantwoordelijkheid van een cliënt. Wij kunnen hem alleen maar informeren over de voors- en tegens. M. heeft slechte ervaringen met gedragswetenschappers in Letland en heeft daarom niet mee willen werken.”

U heeft de Pieter Baan-rapportage laten toetsen. Het oordeel was dat het advies goed in elkaar steekt. Nu staat het advies als een huis.

Van der Goot: „Wij hadden gevraagd om deskundigen van wie we weten dat ze kritisch zijn over rapportages die worden gemaakt zonder dat de verdachte meewerkt. Maar de rechter-commissaris heeft andere deskundigen benoemd. Ons beroep tegen dat besluit is helaas afgewezen.”

Anker: „Overigens zitten in beide rapporten bouwstenen voor ons pleidooi.”

M. heeft gezegd dat hij moest kiezen: kinderen misbruiken of sterven. Is hij nu suïcidaal?

Van der Goot: „Nee.”

Slikt hij nu de libidoremmende middelen waar hij eerder bij een huisarts om zou hebben gevraagd?

„Daar doen we geen uitspraken over.”

M. heeft in de rechtbank uitgebreid verteld over de door hem ervaren onmogelijkheid om níét te misbruiken. Waarom heeft u hem niet geadviseerd te zwijgen?

„Er lag al een groot aantal verklaringen van hem bij de politie.”

Waarom heeft u hem dáár niet geadviseerd te zwijgen?

„Wij zijn pas na drie weken door hem gevraagd als advocaat. Toen waren de meeste verhoren al geweest. Bovendien heeft hij steeds gezegd duidelijkheid te willen geven aan de ouders die wilden weten óf en hoe hun kind was misbruikt.”

Maar als u vanaf dag één zijn advocaat was geweest?

Van der Goot: „Dan ga je misschien eerst rustig kijken wat de politie aan bewijs heeft liggen voordat je verklaringen aflegt.”

Het Openbaar Ministerie heeft twintig jaar cel en tbs geëist tegen uw cliënt. Bent u geschrokken?

Van der Goot: „De hoge strafeis hebben we zien aankomen. En tbs kon voor niemand een verrassing zijn. Maar we vinden het opmerkelijk dat het OM niet in M.’s voordeel heeft laten meewegen dat hij een uitgebreide bekentenis heeft afgelegd en heeft meegewerkt aan het onderzoek. De beelden zouden nooit gevonden zijn als hij dat niet mogelijk had gemaakt.”

Het OM suggereerde dat hij zijn wachtwoorden heeft gegeven omdat hij dacht dat zijn zelfgemaakte kinderporno gewist was.

„Met suggesties kun je niets in het strafrecht. Het OM heeft ook gesuggereerd dat er nog meer kinderen zijn misbruikt. Daarmee veroorzaken ze mogelijk veel onrust bij ouders.”

Het OM heeft die vermoedens onderbouwd. Robert M. hintte er zelf naar, bij de politie en in chats.

„Ja, maar het staat niet op de tenlastelegging, de rechtbank kan er niets mee. Het lijkt dus een praatje voor de bühne.”

U wilde beelden tonen van M. die emoties toont tijdens de politieverhoren, maar in tweede instantie zag u daarvan af, waarom?

„Onze cliënt was neergezet als kil en koud. Dat wilden wij in evenwicht brengen door beelden uit de politieverhoren te laten zien. Maar tijdens het proces kreeg hij spreektijd toegekend, waarin hij zich heeft kunnen laten zien zoals de Robert die wij kennen. Daarom vonden we het niet meer nodig om de beelden te tonen.”

Maar toen zei het Openbaar Ministerie: wij gaan wél beelden tonen. En toen moest u alsnog?

„Toen hebben wij, voor het evenwicht, ook onze beelden laten zien.”

Dat heeft niet zo goed uitgepakt.

Van der Goot: „Dat weet ik niet of dat zo is.”

Uw selectie van beeld was niet te verstaan en niet duidelijk. Het OM had de beelden ondertiteld en verschillende scènes gescheiden voor de helderheid.

Van der Goot: „Wij hebben vanaf het begin gevochten voor equality of arms. Maar hier zie je toch dat wij met z’n tweeën zijn en niet over de voordelen van de digitale recherche beschikken die een gelikte presentatie kan maken.”

De voorzitter van de rechtbank heeft u technische ondersteuning aangeboden. Dat vond u niet nodig.

Van der Goot: „Toen dat gebeurde was onze selectie al af. U zegt dat de presentatie in de beeldvorming niet goed is overgekomen. Maar het gaat ons niet om de beeldvorming maar om het informeren van de rechter.”

Die moet het natuurlijk wel verstaan.

„Wij hebben geen signalen gekregen dat dat niet zo was.”

M. heeft de recherche niet willen helpen bij het traceren van zijn chatcontacten. Waarom niet?

„In algemene zin is mijn ervaring dat pedofielen elkaars echte naam, als ze die al kennen, niet geven. Dat kan gevolgen hebben.”

De pedofielenwereld heeft toch geen maffia-achtige code zoals de drugswereld?

„Ik zeg u wat mijn ervaring is.”

M. heeft wel heel belastend verklaard over zijn echtgenoot, Richard van O. Waarom heeft hij zich niet op zijn verschoningsrecht beroepen, zoals Van O. dat deed tijdens de rechtszaak?

Van der Goot: „Hij had zich op zijn zwijgrecht kunnen beroepen, waarom hij dat niet heeft gedaan is vertrouwelijk. Daar ga ik niets over zeggen.”

Ook nu u hem begeleidt, zegt M. soms onverstandige dingen. De beste kindermisbruiker is er volgens hem één die niet gepakt wordt.

Van der Goot: „Ik meen dat hij dat cynisch bedoelde. Het is misschien niet de handigste opmerking maar hij is ook maar een mens en ook hij kan zich onverstandig uitlaten. Wij hebben hem niet aan een lijntje. Overigens maakt het niet zo veel uit wat hij zegt, het zal door het publiek altijd in zijn nadeel worden uitgelegd.”

Waarom wilde Robert M. u als advocaat?

Anker: „Hij is iemand die goed op de hoogte is van wat er speelt in de juridische wereld. Wij zijn een heel principieel kantoor. We wijken niet voor weerstand.”

Wordt u bedreigd?

„We krijgen pakken e-mails, vaak midden in de nacht verstuurd, dan weet je het wel. Scheldkanonnades en verwensingen. Ik lees alles. Alleen brieven van nadenkende mensen beantwoord ik, in het weekend. Er zijn mensen die oprecht niet begrijpen dat ons kantoor deze man bijstaat. Ik leg ze uit dat iedereen recht heeft op verdediging van zijn belangen in een rechtszaak. Dat ze dat misschien in dit geval niet snappen, maar dat ze het zullen begrijpen op het moment dat hun vader, man, zoon of vriend terechtstaat.”

Moest u zich thuis verdedigen toen u Robert M. als cliënt aannam?

Van der Goot: „Deze zaak is thuis onderwerp van gesprek, maar geen onderwerp van discussie.”