PVV'er Kortenoeven: ik vecht voor de joodse staat

Wim Kortenoeven (56) zit voor de PVV in de Tweede Kamer. Martin Bosma vroeg hem te solliciteren en nu is hij woordvoerder Midden-Oosten. „Ik vrees niet alleen dat de mensen in Iran onze vernietiging op het oog hebben, ik wéét dat.” En terwijl zijn partij een Polenmeldpunt bedacht en instemt met bezuinigingen op de sociale werkvoorziening, vindt Kortenoeven „zorgen voor anderen en belangrijke levensopdracht”.

De omstreden ‘Prinsenvlag’ hangt er nog altijd, maar niet meer achter het raam. In de ietwat sombere kamer, op de hoogste verdieping van het Kamergebouw, hangen verder twee Israëlische vlaggen, de stadsvlag van Jeruzalem en de vlag van Papoea.

Dit is de werkkamer van Wim Kortenoeven, Tweede Kamerlid voor de PVV. Hij is de woordvoerder Midden-Oosten en Azië die met vileine opmerkingen de media weet te halen. En met zijn vlaggen. Hij hing vorig jaar de Prinsenvlag voor zijn raam – met historische associaties aan de Tachtigjarige Oorlog, maar ook aan de Groot-Nederlandse gedachte van de NSB. Toen in de pers foto’s opdoken van het oranje-blanje-bleu voor zijn raam, haalde hij het doek uit het zicht. Maar op zijn kamer hangt het nog. Zelf zit hij – donker pak, donkere stropdas – achter een klassiek houten bureau, met daarachter een wandkaart van het Midden-Oosten – Israël in het midden.

„Alles in mijn gedachten draait momenteel om Iran. We zullen het betreuren als we het Iraanse vraagstuk niet oplossen.” Kortenoeven wijst naar het papier voor hem op zijn bureau. Het is een artikel over Iran van de Britse historicus Niall Ferguson, echtgenoot van Ayaan Hirsi Ali. Kortenoeven zegt dat hij en Ferguson deel zijn van „een virtueel genootschap dat de vreselijke waarheid onder ogen durft te zien”. Het is een genootschap, vertelt hij, „van mensen in verschillende dimensies als de politiek en de wetenschap die waarschuwen voor de toekomst’’. Dan gaat hij achterover zitten. Vraagt hij: „Mag ik gewoon beginnen te praten?”

De reden voor het gesprek: Kortenoeven is een opvallende man in de Tweede Kamer. Hij was het die zei dat hij en minister Uri Rosenthal „een verwantschap” delen vanwege hun liefde voor Israël. En hij suggereerde in een Kamerdebat om Iraanse nucleaire installaties te bombarderen.

Maar wie is Wim Kortenoeven? Een gesprek komt moeizaam tot stand. Na een eerste afspraak wil Kortenoeven het interview afzeggen. Sommigen in de PVV vinden het een slecht idee, ze vrezen kwade bedoelingen van de krant. Later zegt hij toch toe, zonder voorwaarden vooraf. We zullen elkaar twee keer spreken.

„Ik wil niet zeggen dat angst mijn drijfveer is, maar ik heb ook kinderen. Ik ben angstig over de toekomst van dit land en onze cultuur. Dat drijft mij in de politiek. Dat is voor mij de reden dat ik hier zit. Ik vrees niet alleen dat de leiders in Iran onze vernietiging op het oog hebben, ik wéét dat.”

Kortenoeven vertelt over een toespraak van de Iraanse president Ahmadinejad in de Verenigde Naties waar hij de komst aankondigde van de apocalyptische Mahdi, die een oorlog zal voeren tegen de joden en de wereld aan de islam zal onderwerpen. Kortenoevens angst voor Iran: het heeft alles te maken met zijn liefde voor Israël.

In juni 1967 brak in het Midden-Oosten de Zesdaagse Oorlog uit. Israël ging de strijd aan met drie Arabische buurlanden en de ouders van de toen twaalfjarige Wim dachten dat de staat Israël vernietigd zou worden. „Het is toch weer, pats, een baksteen in…..ik weet het niet. Ik ben geen psycholoog. Beelden, beelden, beelden.” Na school ‘rommelde’ Kortenoeven wat en ging hij reizen. „Mijn vader ergerde zich kapot dat ik geen doel in mijn leven had. Hij zei: ‘Ga naar Israël. Die mensen kunnen je wat leren en kom voorlopig niet terug’. Dat heeft mijn wereld op zijn kop gezet.”

In 1976 gaat Kortenoeven werken in een kibboets. De eerste avond zit hij naast een jongen met een geweer. „Als mensen in hun veilige omgeving nog bewapend rond moeten lopen, wat is er dan aan de hand”, vraagt hij zich af. Hij wordt verliefd, voor het eerst echt, op een Israëlisch meisje. „Haar moeder was mortierist geweest in de onafhankelijkheidsoorlog. Natuurlijk, in mijn moeders familie zaten ook mensen in het verzet. Maar niet dit: een vrouw als mortierist.” Het leger trekt de geliefden uit elkaar, ze moeten hun dienstplicht vervullen – hij in Nederland, zij in Israël. „Ik heb al mijn verlofdagen opgespaard en ben in de zomer een paar weken teruggeweest. Maar het is niet meer goed gekomen. Het leven gaat snel, en zeker daar.”

Tijdens het verblijf in de kibboets bewerkt hij met een tractor de grond aan de wapenstilstandslijn van 1949 met Jordanië, een voormalig mijnenveld. Als hij er nog langsrijdt, vertelt hij zijn kinderen: ‘Kijk, dat is ‘makom sjel Wim’: het plekje van Wim.’ „Als je zoiets doet, het ploegen van grond, dan ben je daaraan verbonden. Dat is heel basaal. Ik heb toen mentaal maar ook fysiek die band met de mensen en het land gekregen. Het heeft me nooit meer losgelaten.”

Later, terug in Nederland ziet hij een kleine advertentie in de krant van het Israël Comité Nederland. Hij gaat werken bij een reisbureau maar besluit zich ook als vrijwilliger aan te melden bij het comité. Het is het begin van zijn lobbyactiviteiten. Hij reist sindsdien vaak naar Israël. „Ik kon niet meer goed in Nederland zijn.” Met zijn toenmalige vrouw belandt hij in 1981 voor een sabbatical in een kibboets aan de grens met Libanon en midden in de zomeroorlog met de PLO. Kortenoeven: „We zochten een plek om zinvol bezig te zijn. Wij wilden niet naar de oorlog, maar de oorlog kwam naar ons. Mijn vrouw zei: we laten ze niet in de steek, we gaan niet weg voordat de laatste raket gevallen is.”

Hij voelt zich ook in religieus opzicht steeds meer verbonden met het jodendom en laat zich als dooplid van de Nederlands Hervormde kerk uitschrijven. In de jaren negentig blijft de connectie met Israël centraal staan. Eind negentiger jaren gaat hij opnieuw een jaar naar Israël, naar het hevig betwiste gebied tussen Libanon, Syrië, Jordanië en Israël, de Golan. Zijn vrouw en twee kinderen gaan mee, maar zijn vrouw kan er niet aarden. Ze gaan terug. Kortenoeven: „Na terugkeer ben ik vrij snel bij het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) gaan werken. Dat was onvermijdelijk: als je je met Israël bezighoudt, kom je bij het CIDI uit.”

Het land is „het allerbelangrijkste” in zijn leven. Hij komt er meer dan eens in aanraking met het noodlot, zoals hij zelf zegt. Een jeugdvriend komt om bij een aanslag van Hamas, net als de zoon van een goede vriend. Bij de aanslag op de jeugdvriend komt ook een hartsvriendin van een vriendin van Kortenoeven om. Ze kenden elkaar niet, hij was met haar meegelift. „De wereld is soms wel heel erg klein. Saillant detail: het waren beide niet-Joden die hun lot met dat van Israël verbonden hadden, net als ik.” Kortenoeven ziet een jonge Amerikaanse man, al murw gebeukt door de oorlog in Vietnam, in shock raken als de raketten neerkomen op de kibboets waar hij werkt. Hij zucht: „Al die dingen: het telt op. Ik zie dat als heel vormend. Tegen wil en dank. Ik ben vanwege Israël in aanraking gekomen met zo veel mensen die existentiële dingen hebben meegemaakt. Die de dood onder ogen hebben gezien. De meeste mensen zien die onbeschrijflijke dingen niet. De scherven van de geschiedenis raken mij.”

Wat neemt u daarvan mee naar de Tweede Kamer?

„Mijn persoonlijke drijfveer is goed doen voor het joodse volk. Van daaruit heb ik ook een verantwoordelijkheid voor mijn eigen land. De gevaren die Israël bedreigen, bedreigen ons ook. Dat is waarom ik bij de PVV ben gegaan. Sterker: het is de enige reden. De rest is commentaar. Ik kan over allerlei binnenlandse dingen een mening hebben, maar ik zit hier omdat ik vrees dat Ferguson gelijk heeft.

„Er is mij wel verweten dat ik een rechtse havik ben, maar diep in mijn hart ben ik een lief konijntje. Ik hoop ook op vrede in het Midden-Oosten, maar ik ben er zeer sceptisch over. Buitenlandpolitiek gaat over leven en dood. Je kunt het niet afdoen als bijvoorbeeld de Weg- en Verkeerswet. Woorden alleen al kunnen dodelijke gevolgen hebben.”

Zoals wanneer u de Israëlische premier Netanyahu bij zijn bezoek aan Nederland oproept zo veel mogelijk te bouwen in bezet Palestijns gebied?

„De enige redding voor Israël is feiten op de grond te creëren zodat de territoriale diepte van het land blijft bestaan. De wapenstilstandslijn van 1949 ligt op sommige plaatsen op 15 kilometer van de Middellandse Zee.”

Zelfs Netanyahu verwerpt die suggestie.

„Netanyahu is een politicus.” Hij lacht: „Ik ook. Maar hij is meer politicus dan ik. Ik zit wel in de politiek maar ik ben eigenlijk geen politicus. Ik ben een vreemde eend in de bijt. Martin Bosma (Kamerlid PVV) heeft me gevraagd te solliciteren. Dat leek mij in eerste instantie helemaal geen goed idee. Ik heb er lang met mijn kinderen en partner over gesproken. Tweeënhalf jaar geleden was ik in Amerika met mijn jongste zoon. Ik klaagde over de Nederlandse politiek toen zei hij: ‘Stuur die brief dan, man’. Hij was echt pissig. Als mijn zoon dat niet had gezegd, had ik het niet gedaan.”

Wim Kortenoeven (56) groeide op in een kerkelijk gezin. Zijn vader was ambtenaar bij het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en diaken in de Nederlands Hervormde Kerk. „Een echte CHU’er, later CDA. Altijd actief in de kerk. Ik ook. Ik organiseerde van alles, ook de disco.’’

Wim is de oudste in een gezin met drie zussen. Zijn ouderlijk huis was „een beschermde en liefdevolle plek”. Ze woonden in Voorburg en later in Den Haag, vlakbij de duinen. Daar speelde hij als klein kereltje of liep hij aan de hand van zijn vader. Hij weet nog dat hij bang was voor de paaltjes met prikkeldraad. Toen had hij nog geen idee waarom.

,,Ik herinner me dat we in de duinen liepen. Dat mijn vader naar een gebouw wees en zei: kijk, dat is een gevangenis. Daar heb ik ook in gezeten. Dat was de Scheveningse gevangenis, bleek later. Ik was vijf, zes misschien. Ik dacht dat mijn vader een inbreker was geweest. In de gevangenis zitten wil zeggen: je hebt iets fout gedaan.’’

Wim Kortenoeven herinnert zich ook nog de foto in een schoolboek. Het moet de zesde klas geweest zijn. „Op de foto staan mensen op de stoep, in hun handen een koffer, gele sterren op hun kleren. Ze staan te wachten op transport naar Westerbork. De geur van de drukinkt kan ik nog oproepen.” En hij herinnert zich een plotselinge woede-uitbarsting van zijn vader. Toen een ambtenaar op zijn werk promotie had gemaakt terwijl die een oud-NSB’er was. „Ik was heel jong beïnvloed door de oorlog.”

Wanneer werd voor u zichtbaar wat de oorlog heeft aangericht bij uw vader?

„Toen Dries van Agt in 1972 minister van Justitie werd en voorstelde de Drie van Breda vrij te laten. Onder hen ook Joseph Kotälla, de beul van Kamp Amersfoort. Mijn vader zat lamgeslagen voor de tv. Hij was ernstig mishandeld door Kotälla. Maar hij sprak daar niet over. Hij wilde nooit praten. Pas later kon ik herinneringen, plaatsen en angsten begrijpen.”

In 2008 overleed zijn vader. Op de begrafenis schiet een jonge verpleegkundige Kortenoeven aan. Kortenoeven slikt en zwijgt. Dan: „Zij had nachtenlang bij mijn vader gezeten. Hij was zo bang. Het verleden kwam helemaal terug. Sorry hoor, ik...” Misschien is dit niet verstandig, zegt Kortenoeven. „Ik word er emotioneel van. Ik heb mijn vader altijd gezocht en meestal niet gevonden. En ik denk hij mij.’’

De verpleegster vertelde een verhaal dat Wim Kortenoeven niet kende. Dat zijn vader in kamp Amersfoort op een transportlijst stond voor een Duitse bestemming, een terminale bestemming. Hij werd ziek en moest in de ziekenboeg worden opgenomen. Daardoor miste hij het transport. „‘Door God ben ik gered’, had mijn vader tegen de verpleegster gezegd. Dat hij mij dat niet verteld had, daar had ik de pest over in. Dat zijn zoon het niet wist en een verpleegkundige die hem opving wel. Dan ga je je afvragen wat er nog meer niet verteld is. Ik heb een redelijke reconstructie, maar het is niet af.”

Het meedragen van de oorlog, uw obsessie met Israël, komt dat voort uit het verdriet van uw vader?

„Ja, voor een belangrijk deel. Ik heb mijn vader altijd erg bewonderd. Een man die altijd alles tegen had. Zijn vader kwam om in de oorlog, hij had een zusje met een handicap. Hij heeft meteen na de oorlog zijn moeder en zijn zusje moeten verzorgen. Hij kon niet naar de universiteit maar heeft het maatschappelijk toch gemaakt. Echt een briljante gozer.’’ Hij glimlacht: „Moet je mij horen over mijn vader. Ik had met hem het verleden moeten onderzoeken. De plaatsen van de oorlog moeten afgaan. Méér samen moeten doen. Ik zie geen cesuur tussen wat ik in Israël ben gaan doen en het traject dat daarvoor ligt. Dat is een doorlopende lijn.”

„Was ik de vorige keer niet te rommelig?” Bij het tweede gesprek heeft Wim Kortenoeven zich voorgenomen niet meteen zelf van wal te steken. „Begin maar met vragen.’’

U vertelde over het belang van de oorlog in uw werk. Daar hangt de Prinsenvlag, een vlag die ook werd gebruikt door de NSB.

„Het is de Nederlandse vlag die door de misdadigers van de NSB is gekaapt voor politieke spelletjes. De nagedachtenis is daardoor besmeurd geraakt en daar wil ik wat aan doen.”

Vorige keer ging het vooral over uw drijfveren. Heeft u ook onzekerheden?

„De belangrijkste is of ik het wel goed doe. Het lullige is dat de investering in dit werk zich niet altijd uitbetaalt. Veel dingen doe je voor niets in de politiek: concept-Kamervragen schrijven die nooit gesteld worden, debatten die niets opleveren. Soms is het gewoon waardeloos. Niet omdat het inhoudelijk niet goed is, maar omdat het nergens toe leidt.”

U staat ook ver af van andere Kamerleden.

„Dat is zo. Alexander Pechtold (D66) zei onlangs tegen mij: ‘Ik kom niet eens in de buurt van uw begripskaders.’ Ik heb vanaf 1982, toen ik actief werd in het Israël Comité, altijd in het kamp gezeten dat tegen de grote meerderheid opbokste. Om Israël te beschermen. Heus, ook ik heb kritiek, maar de grote lijn is: de joodse staat is voor mij zo belangrijk dat ik ervoor wil vechten. Op een nette manier.”

Kunt u na anderhalf jaar in de Kamer een balans opmaken?

„Het effect van een individueel Kamerlid op de buitenlandse politiek is vrij klein, vergeleken met iemand die bijvoorbeeld spoorwegen doet. Ik heb weinig meetbaar effect. Tenzij ik een motie heb die wordt uitgevoerd, maar dat gebeurt niet al te vaak.

„Op het mensenrechtendossier heb ik best veel dingen aan de orde gesteld. De positie van christenen in de wereld. Niet alleen in het Midden-Oosten maar ook in China.” Dan: „Ik denk dat de kilte die in onze samenleving zit, voor een deel wordt veroorzaakt door secularisering. Doordat mensen minder om elkaar geven. Ik maak me daar zorgen om.”

Is die kilte niet ook een gevolg van de bezuinigingen?

„Ja.”

De PVV is daar ook verantwoordelijk voor.

„Dat is soms heel lastig. Er zijn mensen die de luxe hebben dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over de zorg en over het sociale landschap. Dat is bij mij niet zo. Ik vind zorgen voor anderen, net als mijn vader, een belangrijke levensopdracht.”

Is zorgen voor anderen ook het oprichten van een Polenmeldpunt?

„Ik wil daar afblijven. Dat vind ik een hele moeilijke.”

Het is misschien wel een voorbeeld van de kilte in de samenleving die u beschrijft?

,,Ja. Maar er is ook de situatie dat bepaalde mensen uit het buitenland onveiligheid veroorzaken. Dat is ook verkilling.”

Moet dat op deze manier?

„Mijn partij heeft voor deze optie gekozen. Als je goed kijkt naar de redenen waarom hiervoor gekozen is en naar de respons, dan voel ik me daar niet ongemakkelijk bij. Ik ben er ook in het buitenland op aangesproken. En dan moet ik het wel verdedigen want het is mijn partij die hierin het voortouw heeft genomen.

,,De PVV is een volkspartij en er zijn altijd dingen waar je het minder of helemaal niet mee eens bent. Die accepteer je. Daarom zijn er politieke vleugels van een partij. Wij worden er weleens van beschuldigd dat we een uniform product zijn onder leiding van Geert. Vergeet het maar. De discussies zijn buitengewoon heftig.”

Waar staat u?

„Misschien ben ik in mijn eigen partij een beetje een roepende in de woestijn.”

Hoezo?

„Vanwege de accenten die ik leg op de concrete externe bedreigingen van onze cultuur.”

Dat lijkt juist bij uitstek een PVV-issue.

„Niet iedereen denkt hetzelfde en niet iedereen heeft dezelfde achtergrond en prioriteit. Als ik me niet met het Irandossier bezig zou houden, zou ik niet weten wat ik hier moest.”

Houdt Iran u wakker?

„Ja, echt. Dan denk ik eraan dat zelfs hier nog, in de Tweede Kamer, getwijfeld wordt aan de intenties van Iran. Ik heb een hekel aan vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog, maar je kunt er niet aan ontkomen dat er af en toe één insluipt. Als je kijkt naar de intentie van de Iraniërs, dan vind ik die erg veel lijken op nazi-Duitsland. Ook een duizendjarig rijk waarbij de tegenstanders, ook hier de joden, vernietigd moeten worden. Geloof me: de joden zijn een goede indicator. Als er iets met joden gebeurt, dan moet je oppassen want dan zijn de mensen daaromheen als volgende aan de beurt. Mensen namen Hitler niet serieus. Ze vonden hem een slechte schrijver, een slechte schilder en een slecht politicus. En wat deed hij? Hij heeft uitgevoerd wat hij zei dat hij ging uitvoeren. De mensen geloofden hem niet.”

Speelt uw geloof een rol bij uw politieke werk?

„Het beïnvloedt mijn keuzes. Ik herken de intrinsieke waarde van het jodendom. En ik denk dat ik beter dan een atheïst kan begrijpen dat je een gelovige die politiek bedrijft – zeker in de context van Iran – heel serieus moet nemen. Religieuze fanatici gaan niet opzij voor een aards argument. Zij hebben een drive die superieur is aan die van jou.”

Na ons vorige gesprek is er iets veranderd. Hero Brinkman heeft de PVV verlaten. Welke gevolgen heeft dat voor de coalitie?

„Iedereen kan het zien: de balans is verstoord. Ik zie het bereiken van onze doelen in gevaar komen.”

Is de politieke toekomst daardoor onzekerder geworden?

„Ik heb van de week zitten denken: stel dat het misloopt, dat ze er in het Casthuis niet uitkomen, dan moet ik misschien snel al die spullen uit dit kamertje halen. Ik heb het er ook ingekregen en dat was een hels karwei. Maar het moet ook weer uit elkaar en dan heb ik weer twee aanhangwagens nodig.”

Stel: ze komen er niet uit?

„Ik denk dat het catastrofaal zou zijn voor Nederland en ook voor mij. Ik zit hier met een missie maar het is niet af. ik heb nog niet zo veel concreets voor elkaar gekregen. Ik wil hier op kunnen terugkijken en kunnen zeggen: dit heb ik voor elkaar gekregen. Ik moet iets wezenlijks bereiken. Ik moet, ik moet, ik moet.”