Postbode wordt asbestinspecteur

Eric Rijers bezorgde 34 jaar lang de post rond Zwolle. Via een ‘van werk naar werk’-traject vond hij een nieuwe baan als asbestinspecteur. Veilig als je veilig werkt en de incubatietijd is toch járen.

Eppo König

Voor zijn nieuwe baan moet Eric Rijers (53) een paar keer per dag uit de kleren. Asbestinspecteurs mogen kleding die mogelijk besmet is maar één keer dragen. Uit plastic scheurt Rijers steeds een nieuw tenue: een witte onderbroek, witte sokken, een wit T-shirt en een witte overal. Luchtmasker op, slippers aan. Zo wapent Rijers zich tegen het gif.

Vandaag staat hij naakt in een kale huurwoning zonder gordijnen aan een winkelstraat in Amsterdam-Slotermeer. Heeft de potige oud-handbalcoach geen problemen mee, zegt hij. Een collega stapte laatst nog in zijn blootje uit een decontaminatie-sluis op de Albert Cuypmarkt. Koud? ’s Winters bij min tien „de post lopen” – dat is pas koud.

Een jaar of 34 werkte Rijers in de regio Zwolle bij de post. Hij werd ooit binnengehaald als tamboer van de lokale PTT Harmonie, waar zijn vader tamboer-majoor was. Als meer dan de helft van het muziekkorps bij de post werkte, werden ze gesponsord. En het werk beviel wel.

Het motto bij de post was altijd „vroeg beginnen en vroeg naar huis”. Om half zes begon het sorteren van briefpost en drukwerk. Dan kon Rijers vanaf half twee trainen of met zijn vrouw en dochters naar het zwembad. In korte broek de post lopen was er toen nog niet bij. „Als ze je snapten zonder stropdas had je zo een rapportje aan je kont.”

Zo zag Rijers het bedrijf door de jaren veranderen van PTT naar PTT Post, TPG en TNT. De overgang naar PostNL in mei vorig jaar heeft hij niet meer meegemaakt. Niet dat hij weg moest, maar het werk en de sfeer werden steeds minder.

In een map van het ‘mobiliteitscentrum’ van de post viel zijn oog op Fibrecount in Rotterdam, een bedrijf dat controleert of bedrijven die asbest verwijderen dat goed hebben gedaan. De baas van Fibrecount had namelijk op de radio gehoord dat ze ander werk zochten voor postbodes en de post gebeld. Hij werkte vroeger voor een uitzendbureau en denkt in functieprofielen.

Postbodes werken buiten, zelfstandig en komen op straat van alles en iedereen tegen. Eigenlijk net als asbestlaboranten, vertelde de baas van Fibrecount aan Rijers. Zeker postbodes van een jaar of vijftig waren welkom. Want andere mensen vertellen dat ze hun werk opnieuw moeten doen, vraagt om „een stukje tact en levenservaring”, zo zei hij.

Rijers oude en nieuwe werkgever betaalden samen zijn opleiding van drie maanden. Het stampwerk was wel pittig na 34 jaar op de automatische piloot. Twijfel was er ook toen hij ’s avonds na zijn eerste werkdag thuiskwam. Wil je wel werken met een smerig goedje als asbest? Maar als je veilig werkt, is het werk ook veilig, heeft Rijers geleerd. Met een incubatietijd van misschien veertig jaar maakt hij zich ook niet zo’n zorgen. „Dan jukken mij de tenen niet meer”, zegt hij in het Zwols.

In de woning in Slotermeer zijn een rood en een geel vloerzeil met asbest verwijderd. Om het aantal vezels in de lucht te meten, zuigt Rijers eerst twee uur lang lucht af. Het filter, een soort hostie, legt hij onder de microscoop in zijn witte busje. Dan moet hij vezels tellen met in zijn vrije hand een klik-tellertje zoals kaartjesknippers hebben. Zijn het er niet te veel, dan print hij een certificaat met een mooi randje uit.

In totaal werken er nu negen voormalige postbodes als asbestinspecteur. Alleen mannen. Uit de kleren gaan is voor veel vrouwen geen aantrekkelijke vereiste.