Opinie

Pil tegen comazuipen

Hoera-nieuws van het verslavingsfront: de wonderpil komt eraan. Ik heb het over nalmefene, een medicijn dat helpt tegen comazuipen. Het werkt zo: je slikt de pil, je drinkt één baco, breezer of biertje en dan is het mooi geweest. Nalmefene zou de aandrang om door te drinken wegnemen. Dat komt goed uit. Want er is een groot probleem. In ons land belanden jaarlijks een paar duizend pubers met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis. Als we niets doen, eindigt een fors deel van hen in de goot. Zeggen de experts.

Maar nu is daar dus nalmefene. Het nieuws duikt in allerlei internationale media op. Wat meespeelt is dat de firma Lundbeck, die het medicijn maakt, vaart zet achter haar campagne om nalmefene geregistreerd te krijgen. Onderzoek dat door Lundbeck werd gesponsord, laat zien dat de pil inderdaad gunstig uitpakt bij notoire zuipschuiten. Ze gaan er 66 procent minder van drinken.

Er is ook een theorie over hoe dat komt. Nalmefene zou het endorfinesysteem in het brein blokkeren. Dat systeem voorziet alcohol en andere drugs van hun genotswaarde. Gooi zand in iemands endorfinemachine en je maakt zijn favoriete drankje zo vlak als een glas water. In hedonistisch opzicht dan.

Het idee achter de pil vind ik opmerkelijk. De inzet is niet totale onthouding, maar gecontroleerd drinken. Dat staat op gespannen voet met de lijn van bijvoorbeeld de Anonieme Alcoholisten (AA). Zij zien binge drinking als de manifestatie van een chronisch probleem. Wie zich eraan bezondigt, is ziek. In de wereld van de AA hebben verslaafden een ziek brein en dan is er maar één echte remedie: nooit meer drinken.

Niet alle geleerden zijn het met de AA eens. Sommigen zeggen dat de doctrine van het verslaafde brein haar eigen problemen creëert. Verslaafden die erin geloven, zouden zichzelf wijsmaken dat hun hersenen zo scherp staan afgesteld dat ze maar een keer hoeven te drinken om helemaal en voor langere tijd door te slaan. Iemand die de totale escalatie als onafwendbare uitkomst van zijn terugval definieert, zal zich zo gaan gedragen als het moment daar is, aldus de critici.

Een van de critici is de Harvard psycholoog Gene Heyman. Is verslaving een chronische ziekte? Welnee, zegt Heyman, kijk toch naar de cijfers. Dan zie je dat heel wat mensen in hun leven door een periode van verslaving gaan. Ze raken verslingerd aan de alcohol, cocaïne, of nicotine. Maar velen slagen er vervolgens wonderwel in om zo’n verslaving de baas te worden. Op eigen kracht. Er is geen aandoening die zoveel ‘spontane genezingen’ kent als de verslaving. Het verslaafde en daarom willoze brein bestaat volgens Heyman niet. Verslaafden maken een keuze.

Ik weet niet of Heyman gelijk heeft. Maar zijn opvattingen zijn wel fris. Ze verleggen de onderzoeksaandacht in een andere richting: hoe genezen sommige mensen zichzelf van hun verslaving? Welke trucs passen ze toe? Als we dat beter begrijpen, zijn de minder fortuinlijke verslaafden daarmee wellicht te helpen. En ook: als het verslaafde brein niet bestaat, kan de overheid met goed fatsoen een prijskaartje aan overconsumptie hangen. Dan hoeven we geen medelijden meer te hebben met zware gebruikers als er torenhoge accijnzen op drank, sigaretten en – waarom niet? – cannabis worden gezet.

Dan verdient ook het plan van ziekenhuisdirecteur Herre Kingma bijval om comazuipers zelf te laten betalen voor hun ziekenhuisopname. In dezelfde geest: als het verslaafde brein niet bestaat, hoeven strafrechters geen compassie meer te tonen met de verdachte die zegt tot het delict te zijn gekomen vanwege zijn verslaving. In de rechtszaal voeren nogal wat verdachten de grote ik-ben-een-zielige-verslaafde show op.

Een tijdje geleden verscheen er in The New Yorker een mooi verhaal van journalist Malcolm Gladwell over alcoholmisbruik. Gladwell beschrijft daarin een alcoholkliniek in New Haven en het – op het eerste gezicht – raadselachtige fenomeen dat er in de jaren ’50 zo weinig Italiaanse immigranten in de kliniek verbleven. Niet omdat er in New Haven zo weinig mensen met een Italiaanse achtergrond op de been waren. En evenmin omdat de Italiaanse immigranten in New Haven bescheiden drinkers waren. Integendeel, ze konden er wat van. Maar hun drankgebruik was wel aan strikte regelmaat onderworpen. Er waren duidelijke start- en stopregels. Blijkbaar is het vaste eindstation van veel en vaak drinken niet – althans lang niet altijd – een verslaafd brein.

Wat tot deze vraag leidt: wat is het geheim van Lundbecks wonderpil? Legt het echt de endorfinecentrale van het verslaafde brein plat? Of werkt het als een Ersatz voor de Italiaanse mama die op dwingende toon zegt dat het nu even helemaal genoeg is geweest? Ik zou die tweede mogelijkheid niet te snel afschrijven. In het onderzoek van Lundbeck bleek namelijk dat een placebopil tegen doordrinken het eveneens heel aardig doet: 50 procent minder drinken. Dat is ook een hoeraatje waard.