‘Nederland helpt werknemers niet aan nieuwe baan’

De overheid en de sociale partners in Nederland doen te weinig om werknemers ‘van werk naar werk’ te begeleiden, volgens promovenda Irmgard Borgouts-Van de Pas. Het gevolg is langdurige werkloosheid.

De crisis kwam voor Irmgard Borghouts-Van de Pas als een cadeautje. In het voorjaar van 2008 schreef ze een voorstel voor een vergelijkend onderzoek naar Europese initiatieven om werknemers van de ene baan naar een andere te begeleiden. In het najaar van 2008 implodeerde de economie. De deuren van buitenlandse ministeries, vakbonden en werkgeversorganisaties gingen voor haar open.

„Overal waren mensen bereid om interviews te geven”, vertelt ze. „Zeker als je uit Nederland komt, waar de werkloosheid het laagst van heel Europa is. Mensen hoopten van ons te kunnen leren.”

Maar Nederland kan zelf ook een voorbeeld nemen aan Zweden, Groot-Brittannië en Oostenrijk, ontdekte ze. Het Nederlandse beleid rond ‘van werk naar werk’-trajecten omschrijft ze als „ad hoc” en „incidenteel”. Zowel de overheid als sociale partners doen te weinig om werknemers aan een nieuwe, passende baan te helpen.

Het gevolg is dat de groep werklozen in Nederland in vergelijking met andere Europese landen misschien beperkt is, maar wel lang werkloos blijft. Tussen 2009 en 2011 is het aantal langdurig werklozen (langer dan één jaar) „fors toegenomen” van 91.000 tot 139.000, zo maakte het CBS gisteren bekend. In 2009 ging het nog om bijna een kwart van alle werklozen, vorig jaar zat een derde langer dan twaalf maanden zonder werk. Ter vergelijking: in ‘gidsland’ Zweden bedroeg deze langdurige werkloosheid vorig jaar 17,5 procent.

Borghouts hoopt volgende week, op 20 april, te promoveren aan de Universiteit van Tilburg op het onderzoek Securing job-to-job transitions in the labour market.

Werken ‘van werk naar werk’-trajecten echt? Wat is het resultaat?

„Het helpt zeker, maar dat is moeilijk om aan te tonen, want er is nog heel weinig onderzoek gedaan. In Zweden bijvoorbeeld storten werkgevers in ‘transitiefondsen’ waar driekwart van de beroepsbevolking een beroep op kan doen. Zo krijgen werkzoekenden een uitkering en persoonlijk advies. Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar die fondsen, maar ze zijn onderling weer zo verschillend, dat ze moeilijk te vergelijken zijn. En in Groot-Brittannië heb je de Rapid Response Service voor snelle arbeidsbemiddeling. Maar daar besteden ze het geld dat er is weer liever aan hulp dan aan dataverzameling.”

Wat voor ‘van werk naar werk’-trajecten zijn er in Nederland?

„Er is niet zoveel aan directe bemiddeling. De overheid heeft in 2010 bijna twee miljoen euro toegekend aan negen experimenten, die nog gaande zijn. Verder zijn in 2008 en 2009 ruim dertig ‘mobiliteitscentra’ van het UWV Werkbedrijf opgericht. Maar het zijn allemaal experimentele, tijdelijke programma’s. Er zijn geen structurele initiatieven, zoals in Zweden of Oostenrijk waar werkzoekenden tot vier jaar lang terecht kunnen bij speciale stichtingen, Arbeitsstiftungen.”

Maar de werkloosheid in Nederland wel lager dan elders.

„Voor de mensen die hun baan verliezen is er alleen steeds minder hulp. Door bezuinigingen krijgen werklozen straks vooral online steun via het UWV Werkbedrijf, niet aan het loket. Ondertussen gaat de discussie over versoepeling van het ontslagrecht door, terwijl werkzoekenden geen perspectief wordt geboden.”

Welk perspectief mist u dan?

„Dit kabinet overweegt de maximale duur van een WW-uitkering terug te brengen van 38 maanden naar een jaar. In Zweden is het ook hooguit een jaar, maar daar vinden mensen snel weer nieuw werk door vroegtijdige begeleiding. Zweedse werknemers hebben ook langer de tijd om ander werk te vinden, omdat hun werkgevers gebonden zijn aan een langere opzegtermijn. In Nederland willen werkgevers juist af van de verplichte ontslagvergunning van het UWV, zodat ze werknemers sneller kunnen ontslaan. Mijn punt is: als je enerzijds het ontslagrecht versoepelt, moet je anderzijds werkzekerheid bieden door actieve hulp.”

Waarom loopt Nederland achter?

„Samenwerking is belangrijk voor succes. Het initiatief voor de transitiefondsen in Zweden komt van de vakbonden en werkgevers – buiten de overheid om. Maar in Nederland zijn de vakbonden onderling verdeeld en maken ze vooral ruzie met de werkgevers. Waar polarisatie tussen de sociale partners toe kan leiden, zie je in Spanje waar ze niets doen aan van werk naar werk. Er is massale werkloosheid en nauwelijks arbeidsmobiliteit. Als je daar een vast contract krijgt, blijft iedereen zitten.”

Het antwoord op langdurige werkloosheid is dus polderen?

„Je moet er ook snel bij zijn. Het belang van snelle interventie zie je weer in Groot-Brittannië. Via een early warning-systeem wordt bij bedrijven in nood vroegtijdig informatie ingewonnen over werknemers. In Nederland moeten werkgevers bij een reorganisatie eerst een sociaal plan opstellen, daarover onderhandelen met vakbonden, ontslagvergunning aanvragen. Het duurt veel langer.”

Zijn er ook dingen die andere landen van Nederland kunnen leren?

„Wat typisch is voor Nederland zijn de particuliere initiatieven, de netwerken tussen bedrijven die kansen bieden voor werknemers. Met name een aantal grote bedrijven is actief met ‘van werk naar werk’-trajecten, zoals PostNL, Rabobank, ABN Amro, Philips, NedCar. Het is goed voor hun bedrijfsimago en ze hebben er financieel belang bij. Hoe eerder van de loonlijst, des te beter. Een aardig voorbeeld is ook de samenwerking tussen de Efteling en verzekeraar CZ. De Efteling was destijds nog dicht in de winter en bij CZ hadden ze juist eindejaarsdrukte vanwege de polissen. Zo ging het personeel van de Efteling bij CZ overwinteren.”