Massagraf onder de straatstenen

Geschiedenis Rio de Janeiro graaft onder de stad naar het pijnlijke slavernij- verleden. Tot de vondsten behoren munten, ringen en kettingen, maar ook vele graven.

Philip de Wit

In een avenue in de havenbuurt van Rio de Janeiro zit een gapende krater. Op anderhalve meter diepte zijn stenen zichtbaar van wat ooit een kade was. “Slechts tweehonderd jaar geleden liepen hier dagelijks honderden slaven over de kade. Uitgemergeld, angstig en eenzaam”, zegt archeoloog Tania Andrade Lima. “Hun eerste schreden in Brazilië.”

Meer dan een half miljoen slaven hebben over de kade van Valongo gelopen tussen 1811 en 1843. Deze zwarte periode uit de Braziliaanse geschiedenis heeft vorig jaar onverwacht de aandacht getrokken van historici en archeologen. Bij de renovatie van de koloniale havenwijk werd de beruchte slavenkade ontdekt tijdens graafwerkzaamheden in de avenida Barão de Tefé.

De gemeente Rio de Janeiro riep Lima, verbonden aan het Nationale Museum, en een team van archeologen erbij om de vondst te onderzoeken. Sindsdien zijn vuilniszakken vol met overblijfselen uit de negentiende eeuw naar boven gekomen. Munten, kettingen, ringen en armbandjes. Sierraden van slaven uit verschillende delen van Afrika die het lichaam moesten beschermen. Tegen ziektes, tegen slangenbeten. Gemaakt van amber, koraal of ander materiaal.

“Het is voor ons een ongekende rijkdom die we hier hebben aangetroffen”, zegt Lima. “Maar het is vooral belangrijk voor ons land dat Valongo uit de vergetelheid weer tot leven wordt gebracht.” Brazilië was het laatste Amerikaanse land dat de slavernij afschafte, in 1888.

Ooit had Rio de Janeiro de grootste slavenmarkt van het Amerikaanse continent. In handen van nietsontziende zigeuners en Portugezen. Vanuit de strandstad loodsten zij de slaven door naar koffieplantages en goudmijnen. Over deze periode is in Brazilië echter weinig bekend. Belangrijke historische documenten over Valongo zijn in het verleden op mysterieuze wijze verdwenen.

Lange tijd heeft de kade van Valongo een ondergronds leven geleid. Weggestopt en uit het zicht. In 1843 liet Dom Pedro II, de toenmalige keizer van Brazilië, er de kade van de Imperatriz (keizerin) overheen bouwen. Speciaal om zijn toekomstige vrouw Theresia van Bourbon-Sicilië te ontvangen.

“Het was ook schaamte. Men wilde de erbarmelijke omstandigheden van de slavenmarkt van Valongo vergeten en dus bedekte Dom Pedro II de kade met een andere”, zegt Lima. Namen van straten veranderden om die reden ook. En zo werd Rua Valongo Rua Imperatriz. “Het was symbolisch. Ontkenning van de geschiedenis door de elite.”

Voordat de kade van Valongo werd gebouwd, kwamen de slaven aan op het bekende Mauá plein in Rio de Janeiro. Daar woonde de gegoede burgerij: de rechters, de politici, de landeigenaren. Maar zij wilden op een goede dag niet meer met de misère van de slaven geconfronteerd worden. Dat was eind 18de eeuw.

Valongo werd de nieuwe buurt voor de slavenhandel, vlak aan het water, met een speciale kade. Ziek, naakt, ondervoed of dood kwamen daar de slaven aan. Er was ook een speciaal lokaal waar zieke slaven in quarantaine verbleven.

Veel Portugese huizen uit die tijd hebben de geschiedenis overleefd. Achter de façades met afbladderende verf waren vroeger de ‘depots’ of ‘winkels’ voor slaven. De zee op loopafstand, zodat de slaven er hun behoefte konden doen.

‘Arme schepselen’

In 1823 bezocht de Britse schrijfster Maria Graham de slavenmarkt in Rua Valongo. Geschokt tekende zij op in haar dagboek: ‘Bijna alle huizen van deze lange straat zijn depots voor slaven (…) Op sommige plekken liggen de arme schepselen op een tapijt, duidelijk te zwak om te zitten.’

De opgravingen in Valongo tonen een kade die is gemaakt van onregelmatige stukken steen. Het moet pijnlijk zijn geweest om er over heen te lopen op blote voeten. Ernaast, net een stukje hoger, is een overblijfsel van de kade van de Imperatriz te zien, een egaal oplopend geheel van keurig bewerkte stenen.

Op een paar honderd meter van de kade, in Rua Pedro Ernesto, bevindt zich een deel van het slavenkerkhof van Valongo. Officieel wordt het de begraafplaats van de Nieuwe Zwarten genoemd, hoewel het eigenlijk niet meer is dan een serie gaten onder de grond, massagraven. Daarvan zijn er enkele geopend in het kader van historisch onderzoek en ter nagedachtenis van de slaven.

Vermoedelijk zijn er duizenden slaven begraven in de bloeitijd van de handel, in gaten van 1,5 meter diep. In deze kuilen werden de lijken op elkaar gegooid tot er niemand meer bij kon. Later, toen de begraafplaats vol raakte, werden de gaten opnieuw opengemaakt en de stoffelijk overschotten verbrand om ruimte te winnen.

Sinds oktober vorig jaar is de historicus en archeoloog Reimundo Tavares, een collega van Lima, bezig met een speciaal bodemonderzoek. Om exact vast te stellen waar de begraafplaats ooit moet hebben gelegen, op plekken waar nu huizen staan en straten liggen.

Het bestaan van de begraafplaats werd al in 1996 ontdekt, toen een bewoonster van een huis op Rua Pedro Ernesto haar huis wilde verbouwen. “Maar na de recente ontdekking van de kade is de interesse toegenomen. We willen onder meer weten hoe groot de begraafplaats precies was. We vermoeden rond de 4.000 m2.”

Maar het zijn vooral de gevonden menselijke botten en tanden die de onderzoeker nieuwe inzichten heeft opgeleverd over de slaven die naar Brazilië zijn gevoerd. Het gebied in Afrika waar de slaven vandaan kwamen, blijkt veel groter dan eerder werd gedacht. Tavares: “We dachten dat het altijd ging om mensen die langs de kust woonden, maar de handelaren haalden ze ook uit het Afrikaanse achterland, zo hebben we ontdekt. Uit landen als Kongo, Mozambique, Soedan.”

Hoeveel slaven precies zijn begraven in Valongo, is onduidelijk. Sommige historici noemen getallen van 20.000 tot 30.000. Het zouden vooral jonge mannen en vrouwen zijn, slachtoffers die de zware bootreis naar Brazilië niet hadden overleefd. Maar Tavares durft nog geen getallen te noemen. Hij zegt: “Wat we willen, is de begraafplaats een plek geven, zodat hij beschermd kan worden. Het is een essentieel onderdeel van de geschiedenis van Brazilië en daar moet je zorgvuldig mee omgaan.”