Krakend parket en wifi

Duin & Kruidberg is een historisch landgoed met vele levens. Sinds tien jaar kan men er slapen en eten.

Aan het einde van de oprijlaan staat Landgoed Duin & Kruidberg er nog net zo bij als honderd jaar geleden. Met dank aan Monumentenzorg, de welstandscommissie en tender loving care van diverse eigenaren. De naam Duin & Kruidberg zal bij menigeen een aha-erlebnis oproepen. Iets van vroeger, maar wat precies ook alweer? Was het nou een conferentieoord voor geheime politieke samenkomsten? Een lustoord voor de fine fleur? Een toevluchtsoord voor oorlogsgewonden? Of een in- en inkeurig pension waar ’s middags een thé complet werd geserveerd en waar verloofde stelletjes, onder toeziend oog van een chaperonne, een eerste kus stalen achter de geschoren buxushagen?

Het antwoord is: ja, dat allemaal. Duin & Kruidberg is een landgoed in Santpoort, nabij Bloemendaal en Haarlem, met vele levens. Tien jaar geleden, op 23 april, opende hier een hotel en een restaurant, De Vrienden van Jacob, dat niet lang daarna een Michelinster kreeg.

Op de plek van het restaurant, waar vroeger het terras van het landgoed was, stond ooit naamgever Jacob Theodoor Cremer te turen over zijn Engelse tuinen, die naadloos overliepen in een uitgestrekt bos- en duingebied. Daar jaagde hij met zijn goede vriend prins Hendrik.

Jacob Theodoor Cremer had alle reden om tevreden te zijn. Als tabaksplanter in Batavia had hij goed geboerd. Goed genoeg om in 1885 het landgoed voor 164.000 gulden aan te kunnen schaffen. Teruggekeerd uit de Oost, was – naast zijn vermogen – ook zijn status tot grote hoogte gestegen en had Jacob Theodoor Cremer het geschopt tot president der Nederlandsche Handel-Maatschappij, de voorloper van de latere Amro-bank.

Het originele landhuis beviel Cremer niet, dus liet hij het slopen en er een gloednieuw huis neerzetten – toen het grootste woonhuis van Nederland. Het werd een huis in Country House-stijl, omdat zijn Engelse vrouw, Annie Hermine geboren Hogan, een licht gevoel van heimwee had. Als Jacob vrienden verwachtte die per privétrein reisden, dan liet hij het nabijgelegen treinstation speciaal openen, zodat ze voor zijn landgoed konden uitstappen.

Nu serveert op de plek van het voormalige terras een witgehandschoende ober bouillon. Chef Alain Alders, gaat eigenhandig de tafels langs om in elk soepkommetje een capsule met spekconcentraat te doen, met een ongekende geur- en smaakexplosie tot gevolg. Alders combineert de klassieke Franse keuken met de nieuwste culinaire ontwikkelingen. De capsules, die oplossen in de soep, heeft hij laten ontwikkelen door de medische pillenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. „Ik wil mijn gasten verrassen”, zegt hij, „zonder ze op het verkeerde been te zetten. Ik ben niet van grappen en grollen louter om het effect, maar je moet ook niet stilzitten en alle culinaire vernieuwingen aan je voorbij laten gaan.” Dan wordt een snow crab opgediend, met een bonbon van yoghurt, quinoa, gevriesdroogde dorperwten en komkommer, gevolgd door krokant gebakken zwezerik, aubergine, knoflook chips, champignon en een chutney van citrus en oregano.

Postkantorengotiek

Het huidige hotel heeft 31 kamers en suites in het originele landhuis en 44 in de nieuw gebouwde vleugel die – half ondergronds – nergens afbreuk doet aan het klassieke gebouw. Over de vraag of het een mooi gebouw is, kunnen de degens worden gekruist. Vader en zonen Van Nieukerken, de architecten die ook het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam ontwierpen, bouwden het in de toen zo populaire neostijl: een nogal rommelige en incoherente nabootsing en samenvoeging van allerlei oude bouwstijlen. ‘Postkantorengotiek’, werd het toen al geringschattend genoemd door aanhangers van een meer eigentijdse architectuur.

Maar het oogt in ieder geval imposant vanaf de lange oprijlaan. Binnen, in de hal, leidt een majestueuze trap naar de voormalige slaapvertrekken van de Cremers op de eerste verdieping. Het parket kraakt zoals antiek parket hoort te kraken en het knappend haardvuur verspreidt een bijpassende kasteelgeur. In suite 102 klinkt klassieke muziek uit de hypermoderne B&O-boxen. Oude grandeur gaat hier samen met modern comfort, zoals wifi (gratis), airconditioning, films on demand, en een Nespressomachine in de erker. Op het bed prijken twee uit handdoeken gebeeldhouwde kussende zwanen, te midden van een zee aan rozenblaadjes (onderdeel van het bij de overnachting extra te boeken vippakket). Deze suite is de voormalige slaapkamer van de lady of the house, and madame chose well. De ruimte is groot en statig, net als madame zelf. En licht (niet zoals madame zelf).

Beneden bij de ingang klinkt beschaafd geroezemoes. ABN-Amro (nog steeds eigenaar van het pand sinds de erven Cremer het in 1961 aan de toenmalige Nederlandsche Handel-Maatschappij hadden verkocht) houdt namelijk een congres in de nieuwe vleugel. Daar bevindt zich ook brasserie en loungebar DenK, waar – om met heer van stand Olivier B. Bommel te spreken – „een eenvoudige doch voedzame maaltijd” kan worden genuttigd. Hier zijn de vele vergader- en conferentiezalen, waar ook feesten en partijen worden gehouden, de fitnessruimte en de sauna, het business center en de cocktailbar. „Er kan hier worden getrouwd”, zegt general manager Bernard Lensink. Zowel binnen als buiten in de tuin. „Tot daar”, zegt hij en wijst naar een groepje struiken met een prieeltje in het midden. „Dat is namelijk precies 75 meter vanaf het huis en tot daar geldt de officiële trouwlicentie”. Als je de ceremonie iets verder het bos in wilt houden, of op de uitgestrekte weide daarachter, dan mag dat niet.

In het originele huis merk je niets van al die congresgangers die met laptops en mobiele telefoons in de weer zijn. Daar heerst de stilte en rust van weleer. De lambriseringen en wandschilderingen uit de achttiende eeuw zijn gerestaureerd en statige portretten van hooggeplaatste personen uit het verleden zorgen voor een vleugje noblesse, hoewel het Cremer nooit is gelukt opgenomen te worden tot de door hem zo geliefde adel. Want ook al kwam prins Hendrik regelmatig een hertje, everzwijn of patrijs schieten, vrouwlief koningin Wilhelmina was niet zo van in de adelstand verheffen. Wat Hermine er niet van weerhield trouwens, om zich te tooien met een keur aan tiara’s van koninklijke allure. Al werd ze daar, gezien haar strenge blik op de schilderijen, kennelijk niet echt blij van.

www.duin-kruidberg.nl www.devriendenvanjacob.nl