In Europa moeten we doen nóg meer samen

De Europese gedachte ligt onder vuur. Toch roepen Guido Westerwelle en Günther Oettinger op tot verdere integratie, tot een sterke energiepolitiek en meer innovatie. Anders raakt de EU achterop.

Illustratie Roland Blokhuizen

Veel mensen zullen er tegenwoordig waarschijnlijk nog nauwelijks van op de hoogte zijn, dat een plan tot samenwerking op energiegebied de geboorte van de Europese Unie inluidde. De gezamenlijke controle over kolen en staal en de in het kader van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgerichte instellingen vormden de kern waaruit de huidige Europese Unie is voortgekomen. Het bouwen van een verenigd Europa heeft ons meer dan zestig jaar vrede, vrijheid en welvaart gebracht.

Nu staat Europa voor heel nieuwe taken: een ongekende staatsschuldencrisis, een wereldorde die ingrijpend aan het veranderen is en een overal verminderende steun voor de Europese gedachte. Het oplossen van de schuldencrisis en het terugvoeren van Europa naar een weg van duurzame groei heeft nu de hoogste prioriteit. We mogen ons echter niet alleen richten op de financiële crisis.

De grote veranderingen en uitdagingen van onze tijd kunnen slechts worden opgelost, wanneer Europa wereldwijd een invloedrijke speler wordt. Nieuw vertrouwen in Europa ontstaat alleen, wanneer wij ons ervan bewust zijn dat integratie niet slechts een succesverhaal uit het verleden, maar ook het beste antwoord op de uitdagingen van onze tijd is. Alleen zo zullen we aan de wereldorde in de toekomst een bijdrage leveren, onze gedeelde waarden bewaren en als economische macht onze belangen met succes kunnen verdedigen.

De voor ons liggende taken maken een nieuw debat over de toekomst van de Europese Unie noodzakelijk. Daarbij moeten we onszelf drie taken stellen.

1 We hebben een duidelijke en ambitieuze visie op Europa nodig als wereldwijd vormend vermogen. In de razendsnel groeiende samenlevingen van de jonge industrielanden ontstaan nieuwe politieke en economische machtscentra. China is Duitsland als „exportkampioen“ opgevolgd. India heeft volgens een prognose van de Verenigde Naties binnen twintig jaar ongeveer driemaal zoveel inwoners als de Europese Unie.

De afzonderlijke staten van Europa lopen het risico in de toekomst nog meer invloed te verliezen. Bovendien stelt de globalisering alle landen voor ongekend zware creatieve taken. Er moet een goed werkend regelingskader komen, zowel voor het regelen van de financiële markten en de bestrijding van de klimaatopwarming als voor de buitenlandse en veiligheidspolitiek en voor de continuïteit van de energievoorziening.

Europa moet samenwerkingsverbanden met andere machtscentra aangaan en samen met hen naar een effectieve global governance toe werken. Tegelijkertijd zullen we ons met hen in de concurrentie tussen de economieën, ideeën, opleidingssystemen en samenlevingsmodellen moeten meten. Daarvoor moeten we als Europeanen samen handelen en onze krachten veel meer bundelen.

2 De Europese Unie moet een regio van duurzame welvaart blijven. Thans is zij het sterkste economische gebied ter wereld. Als er ook rekening wordt gehouden met de handel tussen haar lidstaten, dan verzorgt de EU momenteel ongeveer 40 procent van de wereldwijde handel – en overvleugelt daarmee zowel de Verenigde Staten als China. Maar de tijd zit ons niet mee. Het is daarom niet alleen zaak om de thans in problemen geraakte economieën in Europa weer op de been te helpen. De eigenlijke taak is de verhoging in heel Europa van de concurrentiepositie en innovatiekracht, om te voorkomen dat we bij de mondiale concurrentie niet terugzakken. De schuldencrisis moest ons dus flink wakker schudden en de lering die daaruit moet worden getrokken, is evident: de monetaire unie dient gecompleteerd te worden met een goed werkende, omvangrijke economische unie. De kunst daarbij bestaat uit het verbinden van de noodzakelijke begrotingsconsolidering met intelligente impulsen voor een duurzame groei.

Europa moet concurrerender worden – en daarbij hoort ook, dat de interne markt op gebieden als energie en IT moet worden verdiept en dat er aanmerkelijk meer moet worden geïnvesteerd in opleiding, onderzoek en ontwikkeling. Daarvoor bieden de onderhandelingen over een nieuwe zevenjarige financieringsperiode van de EU een grote kans.

3 We hebben behoefte aan concrete projecten voor de toekomst, waarmee mensen zich kunnen identificeren en waarbij ze zich betrokken voelen. Zo’n project is zonder enige twijfel een veilige, duurzame voorziening met schone energie. Een sterke Europese energiepolitiek zal steeds meer een centrale basis voor ons economische succes vormen. Solidariteit in Europa betekent niet in de laatste plaats, dat door grensoverschrijdende samenwerking een constante energievoorziening in alle landen en regio’s van Europa wordt gewaarborgd, zonder welke leven en economisch handelen in het industrietijdperk niet denkbaar zijn.

Voor centrale vraagstellingen hebben we gemeenschappelijke Europese oplossingen nodig. Hoe kunnen we een goed functionerende Europese energie-infrastructuur tot stand brengen? Hoe geven we vorm aan de buitenlandse energiebetrekkingen waarmee ons continent zijn energievoorziening veiligstelt? Hoe kunnen we energie-efficiëntie realiseren, die ons onafhankelijker maakt van energie-importen en helpt om minder schadelijke stoffen in de atmosfeer uit te stoten?

Ons doel blijft een politiek verenigd Europa dat zijn krachten op centrale politieke gebieden bundelt, om zich in het nieuwe mondiale bestel te kunnen handhaven. Duitse belangen en Europees algemeen belang staan daarbij niet met elkaar op gespannen voet. Critici beweren graag, dat Duitsland zijn wil aan de Europese partners wil opdringen en Europa naar Duits idee wil vormen. Anderen zijn van mening dat de betrokkenheid van Duitsland voor Europa aan het slinken is. Beide beweringen zijn clichés en ze zijn allebei onjuist.

We weten dat het succes van het Europese project berust op de idee van gemeenschappelijk bestuur. Juist daarom voelen we zowel nu als in het verleden de verantwoordelijkheid voor een sterk Europa: in een nooit eerder voorgekomen mate is Duitsland solidair met die Europese buren, die door de schuldencrisis onder druk zijn komen te staan. Dat blijkt niet in de laatste plaats uit de bijdrage van Duitsland aan het Europese noodfonds. Tevens hebben we met het initiatief tot het fiscale verdrag de basis gelegd voor een nieuwe cultuur van stabiliteit in Europa.

Duitsland heeft een dubbele verantwoordelijkheid: wij willen het Europa van morgen samen met onze partners vorm geven. Tegelijkertijd moeten we de mensen in Duitsland en in Europa ervan overtuigen, dat we op de juiste weg zijn. Er bestaat geen goede toekomst voor ons land zonder de Europese eenwording. En er bestaat voor onze buren geen goede toekomst zonder een Europees gezind Duitsland. Deze les gold niet alleen in tijden van de Koude Oorlog. Hij geldt ook nu. En hij zal ook onze koers voor het Europese beleid van morgen bepalen.

Guido Westerwelle is minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland. Günther Oettinger is Europees Commissaris voor Energie.