Ik zeg veel liever: straks ga ik over

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Sinds anderhalve week ben ik klaar met de voorbereiding van mijn uitvaart. Ik ben er misschien wel een jaar mee bezig geweest.

„Overal rondom mijn stoel lagen boeken en mappen met aantekeningen en knipsels. De kist, mijn kleding straks in de kist, mijn make-up, de urn, het kerkje, de muziek, de adressenlijst – over alles heb ik nagedacht en een beslissing genomen.

„Er komt een zanger optreden. Een vriendin deed me een suggestie voor een lied en die zanger. Ik vroeg: kan hij langskomen om kennis te maken? Het zou natuurlijk fijn zijn als het een beetje klikt met de persoon die straks naast mijn kist staat te zingen. Een avond lang hebben we heel fijn zitten praten. Hij heeft het lied ook voor me gezongen, hier in de kamer.

„Ik hoop dat het een waardig afscheid wordt: niet te lang, niet te zwaar – er mag ook wel gelachen worden. En niet alleen koffie met slappe cake, er moet ook een glaasje en een lekker hapje zijn.

„Er is maar één ding dat ik moeilijk vind aan de dood: mijn kinderen en kleinkinderen loslaten. Dat komt doordat ik zoveel van ze hou. Voor mezelf ben ik ervan overtuigd dat mij iets prachtigs te wachten staat. Totale rust. Geen pijn, nooit meer ziek. Het weerzien met mijn ouders. De mooiste muziek, schitterende kleuren.

„De afgelopen tien à vijftien jaar heb ik een spirituele zoektocht gemaakt die mij veel rust en steun heeft gegeven. Het is een weg die ik min of meer alleen heb afgelegd, omdat ik er niet makkelijk met anderen over praat. Het wordt al snel een beetje vaag en raar als je woorden probeert te vinden voor ‘andere dimensies’ en zingeving enzo.

„Door mijn ziekte heb ik drie jaar geleden contact gekregen met Eveline, een psycho-oncologisch therapeut. Zij heeft me enorm geholpen, met gesprekken, met boeken die ze mij heeft aangeraden. Met mijn kinderen, met vriendinnen praat ik niet zo veel over spiritualiteit. Ze staan er minder voor open, wat ik goed kan begrijpen. Eigenlijk ben ik zelf ook een heel nuchter mens. Dat is een van de tegenstrijdigheden die in mijn karakter zitten.

„Ik zie het leven niet als eindig. Ik zeg liever niet: ik ga dood, ik zeg: straks ga ik over. Ik betreed dan een andere werkelijkheid. Van huis uit ben ik katholiek opgevoed. Ik hou van de rituelen die bij het geloof horen, maar de wereld van alleen maar de Bijbel heb ik losgelaten. Het hiernamaals, of hoe je het noemen wilt, staat voor mij niet apart van het aardse bestaan. Beide zijn met elkaar vervlochten. Overledenen, engelen zijn onder ons, alleen: als mens kunnen wij hen niet altijd waarnemen, hooguit kunnen we hun aanwezigheid voelen, of hun signalen opvangen. Mijn moeder scharrelt hier rond in mijn huis, dat voel ik. Laatst riep ze: ‘Thea, het eten is klaar, kom je?’ Dat was de eerste keer in twintig jaar dat ik haar stem hoorde.

„Ik heb veel gelezen in het boek Een Cursus in Wonderen van Helen Schucman, een vuistdikke pil die wel ‘het derde Testament’ wordt genoemd. Marianne Williamson heeft een schitterende inleiding op dit boek geschreven, Terugkeer naar Liefde. Alles draait om liefde – dat is voor mij de kern van geloven.

„Ik heb me de afgelopen jaren in boeddhisme verdiept. Viermaal ben ik op zondag in Katwijk in de Soefitempel geweest. Schitterende teksten heb ik daar gehoord. Het mooie van soefisme vind ik dat het z’n inspiratie uit alle religies haalt en steeds op zoek is naar liefde en schoonheid. Dat is wat ik de afgelopen jaren ook heb gedaan: alles onderzoeken, steun zoeken, inspiratie zoeken.

„Dit zoeken heeft me veel opgeleverd. Het heeft me in staat gesteld positief te blijven, niet cynisch te worden, hoe zwaar mijn ziekte de afgelopen jaren ook is geweest. Ik heb moeilijk keuzes kunnen maken. Ik heb ervoor gekozen de kwaliteit van mijn leven belangrijker te vinden dan dat ik tot het uiterste was gegaan met chemokuren, waarmee ik doodziek was geweest om misschien ietsje langer te kunnen leven.

„Mijn lichaam is aangetast, maar geestelijk ben ik gegroeid. Dat is voor mij de balans van de afgelopen jaren.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord