'Ik droomde van versmelting'

Christine Quist (1945), docent Nederlands en dichter, over haar grote liefde Peter.

Boeken zetten de toon in haar flat met uitzicht op een koninklijk bos. Ze woont hier sinds twee jaar, en het is genieten.

‘Ik was nog niet officieel gescheiden, maar wist al jaren dat ik bij mijn man weg wilde. We woonden in Brielle met onze drie dochters en materieel ontbrak het me aan niets, maar ik was doodongelukkig. Ik snakte naar een stukje eigenheid. Mijn man begreep dat niet, hij was erg traditioneel.

„Jaren eerder had ik een studie Nederlands afgebroken, en om nu alsnog aan het werk te kunnen, volgde ik de lerarenopleiding in Rotterdam. Daar raakte ik bevriend met een vrouw die vond dat ik een nieuwe man nodig had. Op een dag liet ze me kiezen uit een rijtje contactadvertenties in de krant. ‘Tedere, onconventionele man, lang, slank en atletisch gebouwd, zoekt een vriendin om te bezoeken of thuis te ontvangen’, luidde er eentje. Die vond ik mooi. Ik schreef een brutale brief en kreeg binnen een week antwoord.

„Peter heette hij, hij was vijftig en had een wijnhandel in Dordrecht. Allemachtig, dacht ik. Ik belde hem op en vroeg of hij soms de man was die een paar weken eerder de wijn was komen afleveren op een feestje waar ik was. We hadden nog even staan praten bij de deur. ‘Klopt’, zei hij, ‘en ik geloof in voorbeschikking. Jij en ik moeten elkaar ontmoeten, en wel heel snel.’

„Kort daarna ben ik op een ochtend vanuit Brielle naar Peters huis gereden. Hij woonde boven zijn winkel. Op het eerste gezicht viel ik niet op hem, maar hij vertelde een verhaal dat me deed smelten en vroeg vervolgens: ‘Ga je met me mee naar bed?’ Ik was 38 en zag mezelf als een ervaren vrouw, maar seks met Peter was een overrompelende ervaring. Het was tantrisch, via de seks bereikten we iets hogers. Ik droomde al sinds ik een meisje was van de totale versmelting met een man, en Peter liet die fantasie uitkomen. Het was pats boem raak.

„We begonnen een affaire, hoewel hij samen bleek te wonen met een andere vrouw. Voor haar voelde hij niets erotisch, zei hij, hij bood haar onderdak. Toen gingen we door. Ik kon ook al niet meer stoppen. Ik heb het wel meteen aan mijn echtgenoot verteld. Die wilde Peter ontmoeten. We belegden een etentje bij ons thuis met Peter en zijn huisgenote, en eigenlijk was dat heel gezellig. Peter en mijn man waren allebei Waterman, ze zaten op één lijn.

„Na mijn scheidingvond ik een eigen huis en duurde het nog drie jaar voordat Peter en ik gingen samenwonen. Weer een jaar later zijn we getrouwd. Dat huwelijk was de uitkomst van een diepe persoonlijke crisis van Peter. Zijn zaak liep niet goed en hij dronk te veel. Bij vlagen was hij destructief. Maar ik was hem onvoorwaardelijk blijven steunen.

„Drie jaar later kwam ik terug van een korte vakantie en toen bleek Peter vertrokken te zijn. Onze band beknelde hem, luidde z’n commentaar, hij kon het niet meer aan. Ik wilde dood. Zonder mijn liefste, oudste vrienden zou ik die periode niet zijn doorgekomen. Peter kocht een vervallen boerderij in Frankrijk, maar intussen hervatten we onze relatie. Je zou het een vorm van verslaving kunnen noemen: we konden niet met en niet zonder elkaar. Op een dag smeekte hij me op z’n knieën om met hem mee naar Frankrijk te gaan. Mijn vrienden verklaarden me voor gek, maar ik verkocht mijn huis en ging. Peter was de man van mijn leven, ondanks z’n grillen en z’n polygame gedrag.

Toen hij op z'n 69ste kanker kreeg en wegkwijnde, heb ik hem nog een tijd verzorgd. Op zijn sterfbed vroeg hij of ik hem wilde vergeven wat hij me allemaal had aangedaan. Dat deed ik.”

Ze heeft een nieuwe vriend, een schat. Hij woont dichtbij, maar ze blijft op zichzelf. Het is beter zo. Kalmer.