Hongeren (en eten) als ziekte

Circusaffiche met ‘Elvira, onbetwist het zwaarste meisje ooit’, litho van Adolf Friedländer, omstreeks 1900
Circusaffiche met ‘Elvira, onbetwist het zwaarste meisje ooit’, litho van Adolf Friedländer, omstreeks 1900 collectie Stichting Circusarchief Jaap Best

Een van de eerste ‘moderne’ gedocumenteerde gevallen van wat anorexia nervosa is gaan heten, was een 18-jarig meisje, in 1689 beschreven door de Britse arts Richard Morton (in een boek over tuberculose). Tot zijn verbazing at zijn patiënte nauwelijks, vermagerde ze sterk, menstrueerde ze niet meer en viel ze regelmatig flauw, zonder dat er een duidelijke oorzaak te vinden was. Morton noemde haar aandoening, bij gebrek aan beter, ‘zenuwtering’, oftewel tuberculose van de zenuwen. Vanaf die tijd verschijnen er verschillende medische verhandelingen over magerzucht en vetzucht (die in Leiden nu ook te zien zijn).

In de achttiende eeuw, schrijven Vandereycken en Van Deth, worden er allerlei pogingen gedaan om ziekten te categoriseren. Heel modern wordt vetzucht dan al ingedeeld bij de magerzuchten, de ‘cachexies’, ‘vormen van uitmergeling of uittering van het lichaam’ – maar wel in een afzonderlijke groep, namelijk de ‘“opzwellingen” van het lichaam’, waaronder ook oedeem viel.

In de negentiende eeuw slaat de meetzucht toe: in publieke gelegenheden, zoals winkels, staan weegschalen die mensen mogen gebruiken. Ook de Gentse wetenschapper Adolphe Quetelet raakt in de ban van de weegschaal: hij weegt en meet zijn eigen en andermans kinderen en rekent aan de gegevens. Daarmee legt hij in 1835 de basis voor de Quetelet-index, nu beter bekend als de body mass index (BMI): het gewicht gedeeld door het kwadraat van de lengte. Als de BMI tussen 20 en 25 ligt, zou er sprake zijn van een gezond gewicht.

Al in de negentiende eeuw beginnen steeds meer mensen dik lelijk te vinden en slank mooi. In 1863 publiceerde de Londense begrafenisondernemer William Banting, nadat hij er eindelijk in geslaagd was 22 kilo af te vallen, het boekje Letter on Corpulence, Addressed to the Public, een van de eerste gepopulariseerde diëten (voor de liefhebber: het was een low-carb-variant, voedsel met weinig koolhydraten dus). Toen al waarschuwden artsen dat deze publicatie weleens tot een toename van magerzucht bij vrouwen zou kunnen leiden.

Tien jaar later kwamen een Franse en een Britse arts onafhankelijk van elkaar met namen voor deze ‘nieuwe’ eetstoornis onder 15 tot 20-jarige meisjes, die zichzelf vaak niet ziek vinden en zich liever niet laten behandelen: anorexie hystérique (Ernest-Charles Lasègue, 1873) en anorexia nervosa (William Withey Gull, 1874). Het duurde daarna nog bijna een eeuw voordat anorexia echt een household name werd, een algemeen bekende, in de damesbladen veel beschreven ziekte. De patiënten: onzekere, perfectionistische jonge vrouwen die bang zijn dat ze niet goed genoeg zijn, maar intussen enorm veel zelfdiscipline hebben. Net als de ‘vastenheiligen’.