Deze twee heren zijn dan in daden beter in preken

Günther Oettinger en Guido Westerwelle kunnen wel trompetteren over een eensgezind, ambitieus Europa, maar wat doen ze er echt aan? Juurd Eijsvoogel waarschuwt voor luchtfietserij.

Met politici die hun tegenstanders af en toe het bloed onder de nagels vandaan halen is niets mis. In tegendeel, het hoort bij het vak. Maar een politicus die zijn geestverwanten de gordijnen in jaagt, doet iets heel erg verkeerd.

Guido Westerwelle en Günther Oettinger hebben de beste bedoelingen met Europa. Maar als geen ander slagen ze erin je de hele Europese samenwerking tegen te maken. Hun pleidooi voor Nieuwe Energie voor Europa is in al zijn holheid een belediging voor iedere Europeaan. Wie het gelijk zó aan zijn kant heeft en er zó weinig mee doet, die verspeelt zijn politieke geloofwaardigheid.

Aan hun positie ligt het niet. Westerwelle is minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland, het machtigste land van Europa. Zijn landgenoot Oettinger, voormalig minister-president van de belangrijke deelstaat Baden-Württemberg, is Europees Commissaris voor Energie.

Als zo’n duo iets zegt, zou je denken, moet iedereen zijn oren spitsen. Maar wat krijg je? Een hoop noodklokkengelui, valse tonen en uiteindelijk een pijnlijke stilte.

Dat ‘het project Europa’ dringend een nieuwe impuls nodig heeft kan niemand ontkennen. Dat we ons niet moeten blindstaren op de financiële crisis, dat we verder moeten, dat Europa in de grote wereld een speler van gewicht moet worden – het zijn stuk voor stuk waarheden als koeien. We hebben het allemaal wel eens eerder gehoord, een keer of tienduizend, maar vooruit, nog niet iedereen is ervan overtuigd dus vertel het nog maar eens een keer.

En de tijd dringt. Want China heeft Duitsland al ingehaald als exportkampioen, en India... India heeft over twintig jaar drie keer zoveel inwoners als de hele Europese Unie. Dat laatste lijkt me vooral voor India dramatisch, maar goed, het punt is dat we met de globalisering de boot dreigen te missen.

Althans, als we niet snel op de proppen komen met ‘een helder en ambitieus ideaal van Europa’ als internationaal sturende kracht, bijvoorbeeld via een gezamenlijke Europese energiepolitiek. Goed punt – al kun je je afvragen of de suggestie van ‘een nieuw debat over de toekomst van de Europese Unie’ op veel enthousiasme kan rekenen.

Ook zonder zo’n debat weten we al dat het de komende decennia een hels probleem wordt ons te verzekeren van genoeg energie voor industrie, transport en huishoudens. Al helemaal als die energie op een schone manier moet worden opgewekt.

Oettinger zou er iedere nacht wakker van moeten liggen. En in de internationale betrekkingen, Westerwelle’s terrein, hoort het een hoofdthema te zijn. Kom dus maar op met jullie concrete voorstellen voor een krachtige energiepolitiek, die het Europese project vlot moet trekken en onze welvaart, mobiliteit en kamertemperatuur veilig moet stellen.

Maar ja, dan wordt het lastig. Want deze twee Europese leiders zijn, net als zoveel van hun collega’s, beter in preken over wat nodig en belangrijk is, dan in resultaatgerichte actie. En dat laatste ís ook moeilijk, zeker op zo’n complex terrein als energiepolitiek, en zeker in de Europese Unie. Niet voor niets is het Europese energiebeleid al decennia een luchtspiegeling: onmisbaar in iedere toekomstvisie, heerlijk om over te dromen, maar in de praktijk koop je er niets voor.

Dat is geen kwestie van onwil bij Europese landen, maar van uiteenlopende belangen. En dat ongemakkelijke feit verdoezelt het duo Westerwelle en Oettinger.

Duitse en Europese belangen zijn niet strijdig met elkaar, huichelen ze. Maar op allerlei punten, ook in het energiebeleid, ligt het niet zo simpel. Waarom heeft Duitsland anders het streven naar een gemeenschappelijk energiebeleid doorkruist (net als Nederland), door buiten Brussel om gascontracten met Rusland te sluiten? Waarom heeft de regering-Merkel anders eenzijdig besloten, zonder overleg met Europese partners, om binnen tien jaar alle kerncentrales te sluiten? Frankrijk, die andere hoofdrolspeler in Europa, is er nog ontsteld over. In de hele Unie zullen de energieprijzen erdoor stijgen, wat dus ook Nederlandse huishoudens extra geld gaat kosten.

Als politici het vertrouwen in Europa willen herstellen, zouden ze kunnen beginnen open kaart te spelen met de burger. Ze zouden kunnen erkennen dat verdere Europese eenwording pijnlijke keuzes vergt. En dat sommige meningsverschillen tussen Europese landen voorlopig zullen blijven bestaan.

Op energiegebied bestaat een grote kloof tussen de Duitse publieke opinie (in meerderheid tevreden met sluiting van de kerncentrales) en de Franse (die veel minder bezwaren heeft tegen nucleaire energie). Zulke verschillen zijn niet snel en eenvoudig op te lossen, ook niet met wat extra goede wil.

In plaats van luchtfietserij zouden Europese politici zich beter kunnen richten op bescheiden, maar praktische en uitvoerbare maatregelen. Voor Duitsland bijvoorbeeld dreigt een serieus elektriciteitstekort door de sluiting van de kerncentrales. Om transport en dus handel van elektriciteit te vergemakkelijken, is verbetering van het stroomnetwerk, binnen Duitsland én de Europese Unie, daarom nu een urgent project.

Het zal niemands hart sneller doen kloppen. Maar het is wel haalbaar, en je schiet er ook wat mee op.

Juurd Eijsvoogel is redacteur bij NRC Handelsblad