Deze kinderen hebben een slechte start gehad

Margot Ende, directeur van SOS Kinderdorpen, ging naar Kenia voor de opening van het kinderdorp Kisumu. „Laat de heren (en dame) uit het Catshuis komen kijken wat een verschil ontwikkelingssamenwerking maakt.”

Amsterdam 3-4-2012 Dagboek: Margot Ende SOS Kinderdorpen: tekening van haar kinderen Foto NRC H'Blad Maurice Boyer
Amsterdam 3-4-2012 Dagboek: Margot Ende SOS Kinderdorpen: tekening van haar kinderen Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Donderdag 5 april

Na een vlucht van acht uur kwam ik gisteravond in Nairobi aan. Ik ben in Kenia voor de opening van ons kinderdorp in Kisumu, waar 150 kinderen gaan wonen die hun familie zijn kwijtgeraakt. Het kinderdorp is de basis van preventieprogramma’s in de buurt die families helpen. Omdat wij het allerliefste willen dat kinderen bij hun eigen familie opgroeien.

Dit is het 15de kinderdorp dat volledig door Nederlandse donateurs wordt gefinancierd. Ik reis met de twee oprichters van het Urafiki Fonds en twee medewerkers van Schiphol Group.

Eerst bezoeken we het kinderdorp in Nairobi, dat in 1975 werd geopend en waar generaties kinderen zijn opgegroeid bij hun SOS-moeder en broertjes en zusjes. Hierna rijden we door naar een door de Keniaanse overheid gefinancierd kinderopvangcentrum. Kinderen worden hier tijdelijk opgevangen, omdat ze hun ouders kwijt zijn of omdat hun ouders niet meer voor ze kunnen zorgen. De mensen die hier werken doen hun best, maar ze zijn onderbemand en hebben het veel te druk.

Hoe anders gaat het in onze kinderdorpen waar het leven van de SOS-moeders in het teken van de kinderen staat. Het bezoek aan het opvangcentrum sterkt me in mijn overtuiging dat een veilig en liefdevol thuis de belangrijkste basis is voor kinderen om zich te ontwikkelen tot zelfstandige en kansrijke volwassenen.

Kinderen die zijn opgegroeid in onze kinderdorpen houden veelal contact met hun SOS-moeders, hierdoor weten we hoe het ze als volwassenen vergaat. Sommigen blijven de rest van hun leven betrokken bij ons; zoals onze internationale president Helmut Kutin, zelf voormalig SOS-kind.

Goede vrijdag

Vandaag wordt het kinderdorp officieel geopend. Als we aankomen zijn de SOS-moeders en kinderen nog druk aan het oefenen op de zang en dans. Ik heb tekeningen meegenomen die mijn eigen kinderen hebben gemaakt en die worden erg enthousiast ontvangen.

Om 4 uur arriveert Raila Odinga, minister-president van Kenia, met een gevolg aan hoogwaardigheidsbekleders. Mijn speech is er één van de zeven, ik houd het kort. Ook fijner voor de kinderen. Ze luisteren geconcentreerd, maar lekker buiten spelen is toch leuker.

Deze kinderen hebben een slechte start gehad. Het kinderdorp geeft ze een nieuwe kans. Gedurende de rest van hun jeugd zullen ze met lotgenoten als broertjes en zusjes opgroeien in een SOS-familie met een SOS-moeder, tot ze oud genoeg zijn om op eigen benen te staan.

Zaterdag

Vandaag bezoeken we de sloppenwijken in Kisumu. In Bandani ondersteunen we, deels met geld van de Nederlandse overheid, kwetsbare families in de buurt bij de zorg voor hun kinderen en bij het voorzien in hun levensonderhoud. we delen overigens geen geld uit, maar geven training, bijvoorbeeld om een eigen bedrijfje te starten.

Ik maak kennis met verschillende vrouwen onder wie Shakila, moeder van vier kinderen. Zij heeft met begeleiding van SOS een kiosk met groenten kunnen opzetten. Ze is duidelijk trots als ze erover vertelt.

Ik ben me hier erg bewust van het contrast tussen de abstracte discussie over de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking die nu in Nederland wordt gevoerd, en de steun die Shakila en haar vier kinderen een betere toekomst geeft. Laat de heren (en dame) uit het Catshuis eens komen kijken wat een verschil ontwikkelingssamenwerking daadwerkelijk kan maken. Ik realiseer me tegelijkertijd dat er nog een flinke taak voor ons ligt, om de Nederlandse politiek en bevolking beter te informeren over de resultaten die we behalen.

’s Avonds terug naar Nairobi om onze vlucht naar Amsterdam te pakken. Ik heb veel gereisd, maar routine wordt het nooit. Ik ben moe en mis mijn eigen familie.

Zondag

Eerste Paasdag. Vanmorgen land ik op Schiphol. Veel turbulentie onderweg. Ik heb bij elkaar misschien twee uur geslapen. Ik ben net op tijd voor het paasontbijt bij mijn schoonfamilie. Mijn kinderen willen uiteraard vooral weten of hun tekeningen goed zijn aangekomen in Kenia. Prioriteiten, mama.

Maandag

Veertien uur aan één stuk geslapen! We nemen tijd om te ontbijten en daarna lees ik de zaterdagkranten. De middag en avond brengen we door met mijn familie. Ik probeer goed te beschrijven hoe ‘het daar is’. Maar het valt mij op dat dat in deze westerse context, tijdens een uitgebreid paasdiner, niet meevalt. Dit is een week van uitersten.

Dinsdag

Naar kantoor in Amsterdam. Het jaarverslag 2011 is bijna af. Op de vlucht naar Nairobi heb ik tijd gehad het goed door te lezen en vandaag wil ik mijn laatste opmerkingen verwerken. Dit jaar hopen we de vierde plaats die we vorig jaar behaalden bij de Transparant Prijs, te verbeteren.

Op kantoor word ik opgewacht door mijn collega’s; iedereen wil horen hoe het in Kisumu was en hoe het met ‘onze’ kinderen gaat. Dat is een van de mooie dingen van het werken bij SOS Kinderdorpen; iedereen werkt met passie en vanuit een grote persoonlijke betrokkenheid.

Woensdag

Hoogtepunt van vandaag is het bezoek van onze oprichtster Yvonne Meyer-Praxmarer. Een bijzondere en inspirerende vrouw. Ze richtte SOS Kinderdorpen in Nederland op in 1965. Samen met haar man werkte ze de eerste jaren vanuit haar huiskamer en wierf ze veel donateurs. Eind vorige maand werd ze 90. Om haar te bedanken voor haar toewijding hebben we een straat in het nieuwe kinderdorp in Kisumu naar haar laten vernoemen. Generaties kinderen in Kisumu zullen met elkaar spelen op de ‘Yvonne Meyer-Praxmarer Crescent’.

Ik leid Yvonne door ons kantoor en stel haar voor aan nieuwe collega’s. Iedereen is onder de indruk van deze voor ons zo belangrijke gast. Daarna drinken we met zijn allen thee en haalt Yvonne herinneringen op aan de begintijd van SOS Kinderdorpen.

Donderdag 12 april

Lunchen met een van mijn ‘oudste’ vriendinnen; we kennen elkaar al sinds de kleuterschool. Zij woont al jaren in São Paulo, Brazilië en is een week in Nederland voor bezoek aan vrienden en familie. Werk, privé, maar ook koetjes en kalfjes: heerlijk om weer eens uitgebreid bij te praten.