De verdejo speelt uit

Harold Hamersma ziet hoe ver een wat muffe regiodruif het international geschopt heeft.

In Rueda, de thans zo populaire witte wijnstreek onder de Spaanse stad Valladolid, speelt de verdejodruif al meer dan duizend jaar een thuiswedstrijd. Maar wat de druif daar presteerde, was niet erg spectaculair. De lokale bevolking was tevreden met de simpele, vrij neutraal smakende witte wijn die vaak wat ‘muffig’ was. Niet dat dat de bedoeling was van de wijnmaker, maar een van de minder plezierige eigenschappen van de verdejo is dat deze erg gevoelig is voor zuurstof. En dat was in ruime mate aanwezig ten tijde van het ouderwetse wijn maken.

Er werd bovendien midden op de snikhete dag geplukt, in plaats van in de koelte van de vroege morgen. Ook werd er geen haast gemaakt om de geplukte druiven in de wijnmakerij te krijgen, waar ook nog eens luchtdoorlatend eikenhout wachtte in plaats van roestvrij staal.

Erg veel ambitie om het eens buiten de regiogrenzen te proberen, had de druif niet. Wijnmakers in het nabijgelegen Toro en Cigales gingen weleens met ’m aan de slag, maar tot groot gejuich leidde deze immigratie niet.

Nadat door phylloxera, de vermaledijde druifluis die eind negentiende eeuw huishield in de Europese wijngaarden, bijna alle verdejo gesneuveld was, stapten de wijnbouwers in Rueda en masse over op de andere lokale held, de viuradruif. Belangrijkste eigenschap: minstens even saai als de verdejo, maar met een veel hogere opbrengst per hectare. En zo kabbelde de wittewijnmakerij in Rueda de twintigste eeuw in.

Tot nota bene een buitenstaander, Marqués de Riscal, een grote naam uit Rioja, in Rueda de ideale plek zag om ‘moderner’ wit te produceren. In de jaren zeventig van de vorige eeuw al nam hij daarvoor de sauvignon blanc mee, een international die zich inderdaad prima op zijn gemak voelde in de relatieve koelte van de streek. Zijn frisse, pittige, levendige karakter zette Rueda in één klap op de wereldwijnkaart.

De Riscal liet ook de verdejo weer tot bloei komen. Hij herontdekte de duizendjarige en ook andere wijnmakers maakten er weer kennis mee. Zo was ook de eigenaar van bodega Antonio Sanz (anno 1870) aan het experimenteren geslagen met de regionale druif. Vooral dankzij de nu voorhanden zijnde moderne wijnmaaktechnieken wisten Sanz en de zijnen de fletse verdejo te verleiden tot een fantastische blanco. En zij doen dat nog steeds.

Oogsten gebeurt in de vroege uurtjes, vaak nog in het donker. De plukkers gaan met mijnwerkershelmen voorzien van een lamp de wijngaarden in. De druiven worden verzameld in kleine plastic bakken, waardoor er minder kans bestaat op kneuzing en gisting. En tijdens het vervoer wordt er een ‘deken’ van vloeibaar stikstof over de trossen gelegd om het contact met zuurstof tot een minimum te beperken.

Helaas kent succes ook een keerzijde. De laatste tijd krijg ik steeds vaker rommelig gemaakte Rueda’s op de proeftafel, waarin de wat lompere viura het hoogste woord heeft. Vooral de wat voordeliger supermarktedities moeten het vaak van deze druif hebben.

Maar vierdegeneratie wijnmaker Antonio Sanz doet zijn bijnaam, Mister Verdejo, eer aan. Zijn ‘Fermentado en Barrica’ was de eerste die hij op hout liet rijpen. Hij maakt ook mousserende en zoete wijn. Maar de droge variant is toch echt zijn signature wine: Antonio Sanz Verdejo. Gemaakt van druiven afkomstig van vijftig hectare wijngaarden die inmiddels biologisch gecertificeerd zijn.

Afgelopen week proefde ik de 2011-oogst die nu voor rond de tien euro in Nederland te koop is. Die stuitert door het glas, maar zonder brokken te maken; laat grapefruit op granny smith ketsen; caramboleert met citrus en flikflakt verder naar witte besjes om daar tot rust te komen. Maar die rust duurt niet lang – de volgende slok wil ook.

Importeur Wine & Spirits Verkoopadressen winespirits.nl