De reuzenkraak is liever lui

Je zou het niet zeggen als je vanaf een bootje naar de golven kijkt. Maar op de bodem van de Grote Oceaan groeien wouden. Wouden van wier. Zou je ze naast elkaar leggen, dan zouden ze samen zelfs evenveel ruimte innemen als heel Europa.

Het wier zit met een zuignap aan de bodem vast en heeft een stengel van wel 40 meter, met bladachtige uitsteeksels eraan. Wegens de vorm van die uitsteeksels wordt het wel ‘vingerwier’ genoemd. De meer officiële naam is kelp.

Hoe dan ook, je kunt je in zo’n wierwoud fijn verstoppen. Dat vindt ook de reuzenkraak, de waarschijnlijk grootste octopus op aarde. De armen van de reuzenkraak kunnen ruim vier meter lang worden en de zwaarste reuzenkraak ooit opgevist woog 71 kilo – zo veel als een (slank) volwassen mens dus.

Uit allerlei proeven wisten onderzoekers al dat octopussen handig zijn. Ze kunnen jampotjes opendraaien, uit een aquarium uitbreken of heel precies een kreeftje uit een doorzichtige buis wurmen. Maar de reuzenkraak uit de Grote Oceaan blijkt op een andere manier ook erg slim. Hij slaagt erin om met zo min mogelijk inspanning een maaltje schelpdieren en krabben op te duikelen. Hooguit twee uur per dag besteedt hij daaraan – daarna kruipt hij weer lekker tussen het kelp. Wel zo veilig, en hij is liever lui dan moe.

Alleen als hij jaagt, dan werkt hij hard. In het holst van de nacht of in de vroege ochtendschemering doorkruist hij een gebied zo groot als zes voetbalvelden. En soms trekt hij verder naar een van zijn andere schuilplekken. Dan schuimt hij gebieden af zo groot als wel 17 voetbalvelden. Dat zagen onderzoekers van de Alaska Pacific University in de Verenigde Staten. (Het staat in het Journal of Experimental marine Biology and Ecology)

Maar ho, die onderzoekers kunnen de teruggetrokken levende dieren toch helemaal niet zien? Nee, klopt. Maar ze vingen er een stuk of veertig en prikten daar zendertjes in, als twee extra plastic zuignappen. Zo konden ze de dieren toch volgen. Want octopussen zijn misschien slim, maar mensen ook.