De man die de kop van de Koersk afzaagde

Paul Glerum.
Paul Glerum. Foto familiearchief

Op zijn twaalfde zat Paul Glerum voor het eerst vast op een gestrand schip. Met zijn broers was hij naar het Zeeuwse eilandje Roggenplaat geroeid. Daar kon je pieren steken. ’s Avonds kwamen ze vast te zitten door laag water. „Hoe we ook duwden, de boot kwam niet los”, vertelt broer Ronald. „Daar lagen we in het pikkedonker. Heel spannend.” Maar de jonge Paul was niet bang. „Hij genóót. ‘Gewoon wachten’, zei hij, ‘dan komt het goed’. Hij had alles onder controle – toen al.”

Er zouden nog veel schepen volgen die Glerum naar het vaste land wist te begeleiden. Na de Zeevaartschool ging hij voor bergingsbedrijf Smit Internationale werken. Zijn collega Kees van Essen is daar operationeel manager. „Paul was een doorzetter”, zegt hij. „Ik zat met hem op een gestrande tanker voor de kust van Dubai. We waren de hele dag bezig om een gasluik dicht te krijgen, wat essentieel was voor het behoud van dat schip. Toen het eindelijk leek gelukt, sprong het luik weer open. Iedereen terneergeslagen. Maar hij zei doodleuk: ‘Nou, dan doen we het toch nog een keer?’ Never give up, dat was Paul.”

Glerum werkte zich op tot bergingsleider. Diverse reddingsoperaties wist hij succesvol af te ronden. Tot in 1997 een Amerikaanse helikopter neerstortte in de Golf van Arabië. Glerum was daar bezig met de berging van een schip, en besloot hulp te bieden. De Iraanse autoriteiten beschouwden dat als spionage en namen Glerum in gijzeling. Pas na een half jaar kwam hij vrij. Naar verluidt heeft Nederland hem geruild voor een boot met pistachenoten.

Glerum ging door met zijn werk. Hij kón niet anders, zegt zijn vrouw Marianne. „Als ze belden voor een opdracht, kwam de adrenaline los. Op een gestrand schip was Paul intens gelukkig. Het fascineerde hem dat al die massale schepen hun meerdere moesten erkennen in de zee. De kracht van het water, daar had Paul diep ontzag voor.”

In 2000 beleefde Glerum het hoogtepunt in zijn carrière. Hij werd gevraagd voor de berging van de verongelukte Russische onderzeeër Koersk. De wereld keek mee naar een van de grootste bergingsacties ooit. Glerum ontwierp het zaagsysteem waarmee de kop van de Koersk werd afgezaagd. Maar toen de operatie werd uitgevoerd, was hij er niet bij. Thuis lag zijn terminaal zieke zoon op sterven. Daar wilde hij zijn. „Het gezin stond altijd op nummer één”, zegt Marianne Glerum. „Paul was vaak weg. Maar als het nodig was, was hij in de buurt.”

Na de dood van zijn dochter had Glerum genoeg van het reizen en besloot hij te stoppen als scheepsberger. Hij werd adviseur en ging rapporten schrijven over bergingen. Werk waar hij eigenlijk een hekel aan had, zei hij tegen collega Kees van Essen. „Hij deed het omdat het goed verdiende. Op zijn 55e wilde hij stoppen met werken en alleen nog maar leuke dingen gaan doen.”

Dat maakte hij niet meer mee.

Op 8 maart 2012 kreeg Paul Glerum onverwacht een hartstilstand. Hij overleed op 54-jarige leeftijd. In de rouwdienst werd het lied ‘De Rivier’ van Stef Bos gespeeld:

Ik stroom door de eeuwen heen

Langs een stad

En aan het einde verlies ik mezelf

in de zee.