Combiknaller

Een Audi A6 Avant die door alle gemonteerde extra’s twee keer zo duur is geworden. Hoe rijdt dat?

fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Audi A6 Avant gefotografeerd bij Wittebrug te Den Haag. Op de foto onder doek verkoopleider Daan Flipse en gastvrouw Nicoline Rekswinkel.
fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Audi A6 Avant gefotografeerd bij Wittebrug te Den Haag. Op de foto onder doek verkoopleider Daan Flipse en gastvrouw Nicoline Rekswinkel.

Waarom heten stationcars eigenlijk stationcars? Een vaak gehoorde verklaring is dat het, met die extra laadruimte, handige auto’s zijn om mensen met veel bagage van het station te halen. Klinkt aannemelijk, maar kloppen doet dat verhaal niet. De meest logische uitleg die ik heb gehoord, is dat in Amerika – waar, net als veel andere autovindingen trouwens, de stationcar is bedacht – een ranch ook wel wordt aangeduid als the station. En zo’n ruime combi kwam uiteraard perfect van pas bij allerlei vervoersklusjes die op en rond het erf verricht moesten worden. En dat leverde de stationcar, of stationwagon op: een praktische auto, met het comfort van een personenwagen.

Nog altijd zijn er merken die hun combimodel een speciale aanduiding geven, maar dat worden er wel steeds minder. Best jammer eigenlijk, want er zaten mooie namen tussen. Opel noemde zijn stationcars ooit Caravan, Alfa Romeo had de Giardinetta, Honda de Aerodeck en Renault de ruime 21 Nevada.

Audi is één van de dappere volhouders, het noemt zijn combi’s al sinds jaar en dag consequent Avant (uitspraak op z’n Duits, dus met een hoorbare ‘t’). Die aanduiding geldt ook voor de testauto van deze week, en die is tamelijk bijzonder.

Ik heb namelijk nog nooit meegemaakt dat een auto door de gemonteerde accessoires bijna twee keer zo duur wordt. Een standaard A6 Avant 3.0 komt op 68 mille, maar de auto die ik een weekje meekreeg kostte 126.164 euro. Een typische importeursdemo, die dealers kunnen lenen als een klant een niet alledaags accessoire een keertje in de praktijk wil zien.

En dus was er op deze A6 zo’n beetje alles gemonteerd wat de fabrikant aan extra’s heeft kunnen bedenken. Van ‘Beaufort’-eikenhout op het dashboard tot een geheugenfunctie op de buitenspiegels en van een elektrisch bedienbaar, glazen panoramadak tot stoelmassage met vier verschillende standen.

Of neem de trommelvliesstrelende geluidsinstallatie van Bang & Olufsen, die voor ruim negenduizend euro onder andere tweeters (hogetonenluidsprekers) als miniatuur-vliegende schoteltjes uit het dashboard omhoog laat komen. Ronduit handig is de schopfunctie voor de achterklep; wie met de handen vol de auto nadert, hoeft alleen maar met de voet een zwaaiende beweging onder de achterbumper te maken, en de vijfde deur zwaait open.

Dat niets of niemand perfect is, bewijst de automatisch uitrollende afdekhoes van de bagageruimte. Die schoot om de haverklap met een klap los, om vervolgens het zicht naar achteren te reduceren tot brievenbusformaat. Lastig, maar overkomelijk. Al was het maar omdat de A6 Avant – ook als je al die extra’s wegdenkt – zo’n ontzettend goede indruk maakt.

Zoemen en zoeven

Hij rijdt niet, maar glijdt over de weg. Het quattro-systeem – de door Audi ontwikkelde vierwielaandrijving – maakt dat zelfs de smalste gladde Friese binnenweggetjes onvervaard tegemoet kunnen worden getreden. En de oersterke drie liter zescilindermotor beperkt zich tot zoemen en zoeven. Met het comfort is het dus allemaal prima in orde. De A6 Avant is met 4,93 meter nogal een slagschip, maar dankzij de parkeersensoren en een achteruitrijcamera kun je hem zelfs in de stad bijna overal kwijt.

Een bijzonder prettige extra is het ‘head-up display’, waarbij de snelheid op de voorruit wordt geprojecteerd. Dat werkt zó goed, dat je bijna niet meer op het dashboard kijkt. En voor het eerst sinds lange tijd zat ik in een auto met een cruisecontrol die ik in een keer begreep. Het systeem is ook nog ‘adaptief’ (de auto neemt zelf gas terug wanneer een voorligger te dicht wordt genaderd), maar op de (te) volle Nederlandse snelwegen wekt dat vooral onrust op. Kortom, met de grootst gemotoriseerde A6 Avant koop je een probleemloze auto, die weinig te wensen overlaat. Of het moest een wat lager verbruik zijn. 1 op 7,7 is, ondanks een start/stop-systeem, eigenlijk niet meer van deze tijd.